| Naam:het kaartspel |
| Vak: wiskunde | Vakonderdeel:bewerkingen | Klas(sen):1-2 |
| Doel(en):volgens spel
|
|
|
Spelletjes en activiteiten: - Vanaf begin 1ste leerjaar:"De hoogste kaart wint." De leerlingen leggen de bovenste kaart van hun pakje op tafel. De hoogste kaart wint. Doel: zoveel mogelijk kaarten verzamelen. - Splitsen: er wordt een kaart op de tafel gelegd, de leerlingen zoeken twee kaarten die de som vormen van de eerste kaart. Er kan ook reeds een eerste kaart worden gelegd, de leerlingen zoeken de tweede kaart om de som te vormen... - Naar het einde van het 1ste leerjaar, kan het spel "twintigen" (een variatie op éénentwintigen) worden gespeeld: de leerlingen krijgen 2 of 3 kaarten, ze tellen de waarde van de kaarten samen. Ze kunnen aan de spelleider kaarten bijvragen om zo dicht mogelijk bij 20 te geraken. Degene die het dichtst bij 20 geraakt, wint en krijgt een fiche. Leerlingen die over de 20 tellen, zijn "kapot." - Het kaartspel is ook een kwartetspel... - Het kind trekt twee speelkaarten en noteert mogelijke bewerkingen... - Kaartendomino: (alleen met de kaarten van 1-10) Elke speler krijgt zes of zeven kaarten in handen. De overige kaarten blijven in de stapel, die omgekeerd op de speeltafel wordt gelegd. De spelleider legt uit de stapel een kaart op tafel. Er wordt afgesproken welke kaart bij de eerste kaart gelegd moet worden: aanvullen tot een bepaald getal (splitsen), of hetzelfde getal, of eentje meer, of eentje minder, of met dezelfde kleur,... Als een speler geen kaart kan leggen neemt hij eentje van de stapel, de speler die eerst alle kaarten kan leggen, wint. - Honderdenéén: enkel de kaarten van 1 tot 10: Elke speler ontvangt 3 kaarten. De rest wordt op de speeltafel omgekeerd in een stapel gelegd. De eerste speler legt een kaart en zegt het cijfer, hij neemt ook een kaart van de stapel. De volgende speler legt zijn kaart en telt die op bij de eerste kaart, hij neemt ook een kaart van de stapel. Iedere speler telt zijn kaart bij het bereikte resultaat op en zorgt dat hij telkens drie kaarten heeft, zolang er een stapel ligt. De bedoeling is om geen honderdenéén te hebben. Wie honderdenéén bereikt, is verloren. Enkele regels: wie tien legt kan 10 bijtellen of 10 aftrekken, de waarde van een aas is 1 of 11, een 7 en een 8 kunnen de waarde nul krijgen. |
| Informatie: Beschrijvingen van andere
rekenspelletjes met het kaartspel blijven welkom op mijn e-mailadres: peter.mergaert@skynet.be
|
Terug naar de rekenhoek: Verder naar ander materiaal: