questionwht.gif (4687 bytes)Veel gestelde vragen. (Ik probeer een antwoord te geven hoe ik het zie, er kunnen echter op school andere afspraken zijn!) Klik op het vet gedrukte woord voor het antwoord.

  1. Hoe en waar pas ik hoekenwerk en/of contractwerk in, in mijn lessenrooster?
  2. Waar vind ik materiaal?
  3. Hebben wij tijd voor hoekenwerk/contractwerk?
  4. Hoe hou ik als leerkracht alles bij? Hoe registreer ik wat de kinderen hebben uitgevoerd?
  5. Hoe zorg ik dat ik administratief in orde ben?
  6. Hoe noteer ik dat in mijn agenda?
  7. Wat is het verschil tussen hoeken- en contractwerk?
  8. Hoe zit het met al het verbeterwerk?
  9. Wat met het lawaai?
  10. . Welke voordelen zijn er aan hoeken- of contractwerk? Om op deze vraag te antwoorden, klik hier. Dan kom je op de pagina met de vele doelen en voordelen van deze organisatievormen.

Antwoord op vraag 1.

Hoekenwerk of contractwerk zijn geen vakken, maar organisatievormen en moeten eigenlijk niet op het lessenrooster geplaatst worden. Je moet natuurlijk wel voor jezelf beslissen welke lestijden je daarvoor gebruikt en dat hangt af van het aanbod: zitten er wiskundeopdrachten in het aanbod, dan kun je gerust daarvoor een halve of een volledige lestijd wiskunde gebruiken, hetzelfde geldt voor taal en voor WO...

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 2.

Eén belangrijke tip: je kunt niet alles in één keer verzamelen. Daar moet wat tijd overgaan. Begin met wat je hebt. Verder:

Op school komen heel wat catalogi toe met informatie over didactisch materiaal.
Er zit heel wat bruikbaar materiaal in de kasten op school...
Op rommelmarkten vind je voor niet veel geld soms heel geschikt materiaal.
Je kunt natuurlijk veel zelf maken, maar dat kan ook eens samen met ouders en/of collega's. Zo kun je op korte tijd heel wat materiaal tijdens een gezellige namiddag samen bijeenknutselen.
Je hebt niet altijd een overvloed van materiaal nodig; hoeveel manieren zijn er niet om bijvoorbeeld met een minimum aan materiaal, woorden (i.v.m.spelling) in te oefenen: op het bord, op een flap, partnerdictee, de woorden spellen, opzoeken in een woordenboek... Zie spellinghoek.
De hoekentassen van ABIMO, Beukenlaan 8, 9250 Waasmunster, tel.: 052/46 24 07. Per klas (1-6) is er een tas met een aantal fiches, met activiteiten voor het hoekenwerk.

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 3.

De onderliggende vraag hier is of je op het einde van het schooljaar wel het handboek uit krijgt.

- Het is enerzijds mogelijk om in hoeken- en contractwerk oefeningen uit het handboek aan te bieden. In het opdrachtenpakket zitten dan werkblaadjes uit de methode. Meer en meer methodes voorzien materiaal om op die manier ermee te gaan werken.                                                           

- Anderzijds kun je ook complementair aan je handboek werken; concreet voorbeeld: als de kinderen de kans krijgen om met materiaal en de computer de maaltafels op een aantrekkelijke en gevarieerde manier in te oefenen, kun je niet meer vragen dat ze alle werkblaadjes over maaltafels in het handboek invullen. De norm wordt dan het leerplan en niet meer het handboek.

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 4.

In de praktijk zijn er 4 manieren waarop dat gebeurt:

De leerkracht maakte vooraf een rooster (bij carrouselsysteem) waarop de namen of klasnummers staan en de hoeken of opdrachten die ze moeten doen. Dat kan op het bord of een blad, maar hier ligt alles vooraf vast.

Een individuele fiche per leerling, waarop de kinderen zelf moeten aanduiden of ze een hoek hebben bezocht of een opdracht hebben uitgevoerd.

Een fiche in de hoek, de kinderen noteren dan op de fiche of ze de hoek hebben bezocht.

Een klassikaal takenbord, waarop de leerkracht of de leerlingen met een teken aanduiden in welke hoek ze bezig zijn.

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 5.

Voor het antwoord i.v.m. de agenda, zie de vraag hieronder. Verder kan een hoekenfiche een efficiënt hulpmiddel zijn. Op een hoekenfiche kun je o.a. het materiaal en de doelen noteren. Je maakt één hoekenfiche per hoek voor een heel schooljaar, je vult dat geleidelijk aan (telkens er nieuw aanbod is in die hoek). Je gebruikt die ook de volgende jaren, eventueel met aanvullingen en je verwijst ernaar in je agenda. Op die manier werk je toch heel economisch. Een hoekenfiche kun je zelf maken, een voorbeeld van een hoekenfiche kun je afprinten vanaf de index-pagina.

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 6.

In je agenda noteer je eerst het vak, dat op je lessenrooster staat; bijvoorbeeld taal, daarna kan "in hoekenwerk" worden genoteerd." Je kunt daarbij verwijzen naar hoekenfiches, die je bijhoudt. Een blanco hoekenfiche kan vanaf de index-pagina afgeprint worden.

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 7.

Grote verschillen zijn er niet. Enkele nuanceverschillen: Contractwerk is meer een individueel gebeuren. De leerlingen krijgen een individueel opdrachtenpakket en moeten dat meestal alleen uitvoeren. Het gevolg is dat het in de klas iets rustiger verloopt dan bij hoekenwerk, waar de aard van de opdrachten ervoor zorgt dat er meer lawaai is. We stellen ook vast dat er meer papierwerk is bij contractwerk.

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 8

Met verbeterwerk zitten we natuurlijk, zoals bij het gewone klaswerk. Toch enkele zaken die het verbeterwerk wat lichter kunnen maken: Zorg dat de leerlingen veel zelfcorrectie kunnen toepassen. Dit is belangrijk voor de zelfstandigheid. Je weet ook, als leerkracht, vlug welke kinderen die zelfcorrectie nauwgezet toepassen en welke daar nog niet toe in staat zijn. Volg vooral die laatste groep kinderen. En hou bij de andere leerlingen steekproeven. Wacht bij contractwerk niet tot op het einde van de werkperiode om alle taken te verzamelen en te verbeteren. Want dan zit je natuurlijk met een berg verbeterwerk. Maar geef de leerlingen de gelegenheid om telkens een taak is uitgevoerd, het in te geven. Op die manier spreid je toch het verbeterwerk. De vele extra taken die vluggerds toch wel kunnen maken, moeten niet allemaal nauwkeurig worden verbeterd, op voorwaarde dat ze zelfcorrectie kunnen toepassen. Verbeter vooral de moet-taken en volg de leerlingen die (nog) niet in staat zijn om zelfcorrectie nauwkeurig toe te passen!

wpe14.jpg (1428 bytes)

Antwoord op vraag 9.

Kinderen kunnen werken met een zeker lawaai, dan heb ik het niet over roepen en brullen. De enige die daar wat last mee heeft, is de leerkracht. In dat geval moet je enkele regels duidelijk maken, van wat er kan i.v.m. het lawaai. Als je activiteiten aanbiedt die leerlingen moeten uitvoeren per twee of meer, dan is het vanzelfsprekend dat er wat lawaai is. Bij contractwerk, dat toch meer een individueel gebeuren kan zijn, werken de kinderen stiller.

wpe14.jpg (1428 bytes)

terug:

wpe5.jpg (2779 bytes)