Basisstructuren

Vroeger gebruikte elke programmeur zijn eigen methode voor het construeren van een computeralgoritme.

De laatste 15 jaren ging de aandacht meer en meer naar de onderhoudskosten van de programma's en de noodzaak van eenvoudige structuren.

Daartoe werden een aantal controlestructuren ontworpen met als belangrijkste kenmerk dat elke structuur uit een aantal componenten bestaat met slechts één ingang en één uitgang. Vanuit een bepaalde beginsituatie wordt via deze controlestructuren een gevraagd resultaat bereikt.

Deze 'Top-Down' oplosmethode maakt het programma beter leesbaar, gemakkelijker te wijzigen en de fouten worden van bij het begin tot een minimum herleid.

Een gestructureerd computeralgoritme is gebaseerd op het feit dat elk oplosbaar probleem, hoe complex ook, kan herleid worden tot een combinatie van sequenties (opeenvolging), selecties (keuzes) of iteraties (herhalingen).

 

1. De sequentiestructuur

Een sequentie is een programmadeel dat bestaat uit een reeks opeenvolgende bewerkingen, die onder geen enkele voorwaarde in dezelfde verwerking of tijdens een nieuwe verwerking worden opgesplitst.

 

Pseudo-code

BEGIN

Bewerking 1
Bewerking 2
Bewerking …

EINDE

 

2. De iteratiestructuur

1ste methode: de herhaling met aanvangsvoorwaarde

Een iteratie is een elementair programmadeel opgebouwd uit een herhalingsvoorwaarde en een sequentie eventueel bestaande uit andere controlestructuren. Zolang aan de herhalingsvoorwaarde voldaan is, wordt de aangegeven sequentie herhaald.

 Structogram:

Pseudocode:

DOE ZOLANG (voorwaarde)

… (bewerkingen)

EINDE DOE ZOLANG

  

2de methode: de herhaling met afbreekvoorwaarde 

Dit is een iteratie met een voorwaarde die achteraf gesteld wordt, dus ná de uitvoering van het ingesloten programmadeel. Zolang aan de voorwaarde niet voldaan is, wordt het aangegeven programmadeel herhaald.

Structogram

Pseudo-code

Herhaal

Tot (voorwaarde)

 

3de methode: de begrensde herhaling

De vooraf begrensde herhaling is een bijzondere vorm van de gewone iteratie waarbij de herhalingsvoorwaarde vooraf vastgelegd is.

De iteratievoorwaarde bevat de beginwaarde en de eindwaarde, waarbij de beginwaarde verhoogd of verlaagd wordt naargelang de waarde van de stap.

Structogram:

De lusvariabele is hier een ingebouwde teller.

Pseudo-code:

Voor (lusvariabele)=(beginwaarde) tot (eindwaarde) [stap] stapgrootte

… (bewerkingen)

Volgende (lusvariabele)

Algemene bespreking van dit statement:

 

3. De selectiestructuur

Een selectie is een elementair programmadeel dat bestaat uit een selectievariabele gecombineerd met twee sequenties waarvan afhankelijk van de voorwaarde, slechts één wordt uitgevoerd.

Structogram:

 

Pseudo-code

ALS voorwaarde

DAN (bewerkingen in Ja-blok uit te voeren)

ZONIET (bewerkingen in Neen-blok uit te voeren)

EINDE ALS

 

Deze structuren worden in de volgende inhoudskeuzen uitvoerig besproken en uitgewerkt in Access.