1. Een spreadsheet: elementaire begrippen

Excel is een spreadsheet of rekenblad. Het pakket wordt vooral gebruikt voor het maken van berekeningen, grafieken of simulaties.

1.1 Werkblad

Na het starten van excel krijg je het volgend venster

We onderscheiden op het werkblad volgende componenten

De vorm van het werkblad is afhankelijk van de instellingen die kunnen gewijzigd worden door extra, opties, weergave te kiezen uit het menu.

In het werkvenster zijn standaard 3 rekenbladen of tabbladen ter beschikking. Een tabblad kan je kiezen door een klik op het gewenste tabblad.

1.2 Cel

Elk rekenblad bestaat uit 256 kolommen (A,...IV) en 65536 rijen.
Elke vakje in een rekenblad noemt men een cel. Een celadres bestaat uit de kolom- en de rijaaanduiding bijvoorbeeld B15 of IV345.
De actieve cel wordt met een rand aangeduid (celaanwijzer), terwijl men in de formulebalk het adres kan terugvinden.

1.3 Inhoud van een cel

Elke cel kan een getal, een tekst of een formule bevatten bestaande uit maximum 255 tekens.
Een ingevoerde waarde verschijnt in de formulebalk. Met de ENTER-toets  wordt de waarde in de cel geplaatst. Annuleren kan met de ESC-toets.

De inhoud kan men wissen door met een klik de cel te selecteren en daarna de DEL-toets aan te slaan of in het snelmenu (klik op rechtermuisknop) de optie Inhoud wissen te kiezen.
Met een dubblklik in een cel kan je specifieke karakters in de cel wissen.

1.3.1 Getallen

Naast de cijfers kunnen ook  het - en + teken gebruikt worden. Getallen worden rechts uitgelijnd.


Een getal kan in verschillende formaten afgebeeld worden. Verschillende mogelijkheden kan men kiezen door uit uit het snelmenu de optie Celeigenschappen te kiezen.

In de Getalfolder komen verschillende categorieën voor met verschillende mogelijke instellingen als aantal decimalen, scheidingsteken,...
In het voorbeeldvak wordt het geselecteerd getal volgens de gekozen categorie afgebeeld.

excel15.jpg (41902 bytes)

De mogelijkheid bestaat om zelf aangepaste getalnotaties te maken. Hiervoor selecteer je de categorie Aangepast. In het vak Type tikt men een eigen formaat door gebruik te maken van volgende symbolen:

symbool betekenis
0 Staat voor een cijfer. Indien minder cijfers dan nullen, dan wordt steeds een nul geplaats.
Zo wordt het getal 12,35 met formaat 000,000 afgebeeld als 012,350
Indien meer cijfers dan nullen dan wordt het getal logisch afgerond.
Zo wordt het getal 13,234 met formaat 0,00 afgebeeld als 13,23
? Te vergelijken met het 0-teken maar indien geen cijfer wordt de ruimte opgevuld met een spatie. Dit teken wordt vooral gebruikt om het uitlijnen op het decimaalteken mogelijk te maken.
# Staat alleen voor significante cijfers. Niet-significante nullen worden niet weergegeven.
Zo wordt het getal 12,350 met formaat #,### afgebeeld als 12,35
, Het decimaal teken
. Scheidingstekens voor duizendtallen
% Het getal wordt met 100 vermenigvuldigd en een procentteken wordt toegevoegd.
"tekst" De tekst tussen aanhalingstekens wordt letterlijk afgedrukt.
* Het teken dat volgt op het * wordt herhaald tot de cel vol is.
+ en - Als aanduiding voor een positief of negatief getal, maar ook als scheidingssymbool van een rekeningnummer.
Zo wordt 477103515138 met formaat 000-0000000-00 afgebeeld als 477-1035151-38

De volgende tabel illustreert een aantal formaatvoorbeelden.

excel16.jpg (12738 bytes)

Bij het datumformaat gelden volgende regels

d m dagen en maanden eventueel als getal van 1 cijfer
dd mm jj dagen, maanden en jaren als getallen van 2 cijfers
ddd mmm dagen en maanden als afgekort woord
dddd mmmm dagen en maanden als volledig woord
jjjj jaren als getal van 4 cijfers

Bovendien kan je een formaat laten voorafgaan door een kleurcode als [GROEN], [ROOD],[BLAUW].
Zo resulteert het getal 1500 met formaat [GROEN] # ##0 in 1 500

Aangepaste notaties kunnen uit 4 delen bestaan die door een puntkomma worden gescheiden.

positieve notatie; negatieve notatie; nulwaarden; notatie tekstwaarden

Bestaat de notatie slechts uit 1 deel dan wordt ze gebruikt voor positieve, negatieve en nulwaarden.
Bestaat de notatie uit 2 delen dan wordt het eerste deel gebruikt voor positieve en nulwaarden, en het tweede deel voor negatieve waarden.
De volgende tabel illustreert de verschillende mogelijkheden.

waarde formaat resultaat
56 [GROEN] + #;[ROOD] - #, [GEEL] 0;[BLAUW] "dit is een tekst" +56
-33,5   -34
0   0
bedrag   Dit is een tekst
56 [BLAUW];[ROOD] 56
-33,5   -33,5
0   0
bedrag   bedrag

Een formaat kan je ook laten afhangen van een voorwaarde. Een volgend formaat is erg bruikbaar voor rapporten: [<50][ROOD] ##;[ZWART] ##
Of wat denk je van volgend formaat voor het automatisch converteren naar de juiste eenheid: [>999999] #,# "kg";[>999] #,# "g"; #,# "mg"

excel17.jpg (5804 bytes)

Elke nieuw aangepast formaat wordt automatisch in de Typelijst opgenomen. Wil men een formaat verwijderen dan volstaat een selectie in het Typevenster en een klik op de verwijderen-knop.

tips:
  • Door een lege notatie toe te passen kan men bepaalde waarden in het werkblad verbergen. Zo zal #;#;; alle negatieve en nulwaarden verbergen, terwijl ;;; alles verbergt. De ingevoerde waarde is wel te zien in de formulebalk.
  • Notaties worden bewaard in de huidige werkmap.
  • Het formaat van een cel kan men verwijderen door de cel te selecteren en vanuit het menu te kiezen voor bewerken, wissen, opmaak.

1.3.2 Tekst

Tekst wordt automatisch links gealigneerd. Via de knoppen excel1a.jpg (1213 bytes) links uitlijnen, centreren en rechts  uitlijnen uit de opmaakwerkbalk kan men de positie van de tekst in de cel bepalen.

Typ je tekst die te breed is voor de ingevoerde cel , dan overlapt de tekst aangrenzende cellen rechts van de invoercel mits de betreffende cellen leeg zijn.

Ingevoerde getallen kan je als tekst laten beschouwen door via celeigenschappen, getal, tekst te selecteren of de invoer van het getal te laten voorafgaan door een '-teken.

1.3.3 Formules

Een formule begint steeds met een =-teken, zoniet wordt de formule als tekst beschouwd.
excel1b.jpg (5238 bytes)

Volgende rekenkundige operatoren zijn mogelijk: +,-,*,/,^ en %. In de formules kan men de volgorde van de bewerkingen bepalen met haakjes. Teksten kan men samenvoegen met het &-teken.
Bij creatie van een formule kan men de celadressen selecteren door pointing.

excel1c.jpg (3964 bytes)
Door achtereenvolgens in cel C1 het gelijkheidsteken te plaatsen, daarna klik in cel A1, het -teken invoeren en tenslotte klik in B1, vormt men de formule zonder celadressen te moeten intikken.

tips:
  • Maak in formules zoveel mogelijk gebruik van haakjes. Daardoor wordt de formule beter leesbaar en duidelijker.
  • De formule ziet men in de formulebalk,  het resultaat  wordt in de cel afgedrukt.


1.4 Functiewizard

Functies zijn ingebouwde formules. Ze beginnen steeds met een = of met een @
Veel functies van excel zijn verkorte versies van formules die vaak gebruikt worden.
Bijvoorbeeld in plaats van =A1+A2+A3+A4+A5 als formule te moeten invoeren kan men korter de functie =SOM(A1:A5) gebruiken.
Met het excel1d.jpg (837 bytes)-teken op de standaardwerkbalk activeert men de functiewizard om snel bepaalde functies op te bouwen.
Wil men in cel A6 het gemiddelde van de getallen van A1 tot A5 dan plaatst men de celaanwijzer in A6

excel1e.jpg (4597 bytes) en start nu de functiewizard.

 

Selecteer de functie Gemiddelde uit de categorie Statistisch

excel1f.jpg (27383 bytes)

De verschillende argumenten kan men in de voorziene tekstvakken invoeren. Afhankelijk van het aantal argumenten worden de tekstvakken uitgebreid.

excel1h.jpg (30987 bytes)
Rechts van de ingevoerde tekstvakken verschijnen de huidige argumentwaarden.
Een klik op OK of ENTER berekent de ingevoerde formule.

In de formulebalk verschijnt een =-teken (formule bewerken).excel1i.jpg (6080 bytes)
Een klik volstaat om het argumentenvenster op te roepen en wijzigingen aan te brengen.

In plaats van argumenten in te voeren kan men ze slepen. Het volstaat in het tekstvak van het argumentenvenster de excel1j.jpg (890 bytes)-knop aan te slaan en daarna de getallen te slepen op het werkblad. Een ENTER volstaat om de gesleepte selectie in het tekstvak te plaatsen.

1.5 Help

Er zijn verschillende manieren om hulp op te vragen.

1.6 Oefeningen

1.6.1 Uit hoeveel cellen bestaat een werkblad?

1.6.2 Na invoer van kapitaal, procent en tijd wordt de intrest berekend met de formule intrest=kapitaal x procent x tijd /100 indien de tijd in jaren.
Wijzig de formule zodat de tijd in dagen kan ingevoerd worden ( delen door 100 x 360).

1.6.3 Maak het volgend rekenblad:

excel1m.jpg (17316 bytes)

Bereken de totalen per leerlingen en de maxima en minima per vak.

1.6.4 Maak volgende temperatuurstabel en zorg voor het passend celformaat.

invoer

excel1p.jpg (6786 bytes)  

resultaat (positieve temperaturen in rood, negatieve in blauw, nul in geel)

excel1q.jpg (8530 bytes)

1.6.5 Met welke toetsaanslagen plaatst men de celaanwijzer

antwoorden