Antwoorden bij 1.6 Oefeningen
1.6.1 Een werkblad bestaat uit 65536 rijen en 256 kolommen ( A tot IV). Plaats in een lege cel volgende formule =256*65536
1.6.2

Voor de tijd in dagen kan men de formule als volgt wijzigen =(B1*B2*B3)/(100*360)
1.6.3 De berekende bedragen zijn

De totalen kan men op 3 manieren berekenen
De maxima en minima kan men bereken met volgende functies
- =MAX(C2:E2) of =MAX(C2;D2;E2)
- =MIN(C2:E2) of =MIN(C2;D2;E2)
De functies kan men invoeren of via de functiewizard, categorie Statistisch selecteren.
1.6.4 Volgende celformaten dienen ingevoerd:
Voor cel A1 en B1 klikt men de centreren-knop uit de opmaakwerkbalk, voor A7 klikt men rechts uitlijnen.
Voor cel A2 tot A6 kiest men de celeigenschappen en
ofwel uit de categorie datum, 4-mrt
ofwel de categorie aangepast en d-mmm invoeren
Voor cel B2 tot B6 kiest men de categorie aangepast en voert
men het volgend formaat in:
[<0][BLAUW]#-;[>0][ROOD]#-;[GEEL]
Cel B7 wordt =GEMIDDELDE(B2:B6) met celeigenschap, getal met 2 cijfers na de komma.
1.6.5 Selecteer de helpoptie, index en voer in toetsaanslag en klik WEERGEVEN. In de lijst van sneltoetsen vind je de optie: Met sneltoetsen verplaatsen en verschuiven in een werkblad of werkmap.
| Naar het begin van het werkblad | CTRL+HOME |
| Naar de laatste cel van het werkblad die gegevens bevat. Deze cel bevindt zich op het kruispunt van de meest rechtse kolom en de onderste rij (dus in de rechterbenedenhoek). Deze cel is het tegenovergestelde van de Home-cel, die in de meeste gevallen gelijk is aan cel A1. | CTRL+END |