4. Een werkblad opmaken

4.1 Opmaak van cellen

4.1.1. De werkbalk Opmaak

Een groot aantal opmaakkenmerken kun je instellen in de werkbalk 'Opmaak'. De werkbalk Opmaak zelf kan je tonen of verbergen via de menukeuze Beeld/Werkbalken. Je vindt er een lijst met beschikbare werkbalken die je kan activeren of uitschakelen. Verder in dit hoofdstuk vind je meer over de andere werkbalken. De werkbalk Opmaak ziet er zo uit:

Betekenis der onderdelen

lettertype
puntgrootte percentnotatie
vet (T) kommanotatie
cursief (T) méér decimalen
onderlijnen (T) minder decimalen
links uitlijnen (T) inspringing verkleinen
centreren (T) inspringing vergroten
rechts uitlijnen (T) werkbalk randopmaak
samenvoegen en centreren opvulkleur
valutanotatie tekstkleur

De rubrieken Lettertype, Puntgrootte, Vet, Cursief, Onderlijnen, Links uitlijnen, Centreren, Rechts uitlijnen behoeven wellicht geen verdere uitleg. Je selecteert de cellen waarvoor je de opmaak wil instellen en klikt het gewenste knopje aan. De knoppen aangeduid met (T) zijn alle 'toggle keys'. Dit wil zeggen dat je ze afwisselend activeert en uitschakelt door te klikken.

Met de knop kan je de inhoud van een cel uitlijnen over meerdere kolommen, over meerdere rijen of over meerdere rijen en kolommen. De geselecteerde cellen worden fysisch samengevoegd. Enkel het adres van de cel linksboven in de selectie blijft bestaan. Er mag slechts één van de geselecteerde cellen een inhoud hebben. Deze inhoud wordt gezet in de cel linksboven in de selectie. Voorbeelden:

De tekst kan in elk van de cellen A1:E1 staan. De selectie is A1:E1.
De tekst kan in elk van de cellen A1:A5 staan.De selectie is A1:A5.
De tekst kan in elk van de cellen A1:C5 staan. De selectie is A1:C5.
Bij het samenvoegen van cellen mag slechts één ervan een waarde bevatten. Zoniet krijg je de foutmelding hiernaast.

De standaardinstelling voor het uitlijnen is zoals in de voorbeelden, dus:

Via 'Celeigenchappen' (zie 4.2) kan je de uitlijning aanpassen.

Oefening: Hoe kan je het centreren over meerdere cellen ongedaan maken?

Met zet je een getal in de valutanotatie. Het in Windows ingestelde valutasymbool wordt aan het getal toegevoegd en het wordt voorgesteld zoals is vastgelegd in de menukeuze Opmaak, Opmaakprofiel, Valuta.

Met krijg je de procentopmaak. Het getal in de betreffende cel wordt met 100 vermenigvuldigd en voorzien van het '%'-teken. Verder wordt het voorgesteld zoals is vastgelegd in de menukeuze Opmaak, Opmaakprofiel, Procent.

Met zet je een getal in de kommanotatie.Hoe het precies wordt voorgesteld is vastgelegd in de menukeuze Opmaak, Opmaakprofiel, Komma.

'Opmaakprofielen' leer je kennen in 4.2

en beelden de opgemaakte getalwaarde af met 1 decimaal méér of minder dan in de vorige toestand.

Door te klikken op of laat je de celinhoud méér/minder inspringen vanaf de linker celrand.

Bij , en kan je op het knopje zelf klikken om de huidige waarde te gebruiken of op het driehoekje zodat je een palet met mogelijkheden ziet waaruit dan een keuze kan gemaakt worden.

4.1.2. Celeigenschappen

Je kan van geselecteerde cellen de celeigenschappen opvragen door rechts te klikken en uit het getoonde snelmenu Celeigenschappen te kiezen of via de menukeuze Opmaak, Celeigenschappen. Je ziet in beide gevallen dit venster:

De opmaakeigenschappen zijn verdeeld in 6 groepen. Je klikt op het gewenste tabblad. Het tabblad 'Getal' biedt een aantal vooraf gemaakte opmaakformaten voor getallen, datums, rekeningnummers, etcetera. Kies links eerst de gewenste categorie. Onderaan lees je een omschrijving van de gekozen categorie. Je kiest dan rechts uit keuzelijsten of typt de gewenste instellingen. Je ziet in het vakje 'Voorbeeld' hoe het geselecteerde zal worden getoond. De meeste keuzemogelijkheden zijn wellicht zonder meer duidelijk. Experimenteren is hier wellicht nuttiger dan veel uitleg.

Voldoet geen enkel van de mogelijkheden, dan kan je 'Aangepast' kiezen. In hoofdstuk 1 heb je hiermee reeds kennis gemaakt. Hier volgen nog een paar mogelijkheden:

symbool

betekenis

. (punt) scheidingsteken bij duizendtallen; ook getallen voorstellen als veelvoud van duizend, van 1 miljoen, enz. Je plaatst de punt in dat geval achteraan in het opmaakformaat.
_ (underscore) er wordt een witruimte afgebeeld precies zo breed als het teken dat op het onderstrepingsteken volgt
/ (slash) om decimale getallen als breuk voor te stellen. De noemer kan een notatiecode (0 of ? of #) zijn of een zelfgekozen waarde!

Voorbeelden

b) folder uitlijning

Tekstconfiguratie:
  • terugloop: tekst wordt over meerdere regels geschreven indien de kolombreedte te klein is. Je kan ook zelf bepalen wanneer een nieuwe regel wordt genomen met ALT+ENTER.
  • tekst passend maken: de lettergrootte wordt verkleind zodat de tekst in de kolom past.
  • cellen samenvoegen: de geselecteerde cellen worden samengevoegd. Je verwijst naar de selectie met het adres van de cel linksboven.

'Tekstuitlijning' en 'Stand' zijn wellicht zondermeer duidelijk.

4.1.3. Opmerkingen bij cellen

Bij een cel kan je een opmerking plaatsen. Dit is een tekst die naargelang je wensen permanent of bij het aanwijzen van de cel getoond wordt in een kadertje naast de cel. Een cel voorzien van een opmerking wordt aangeduid met een rood driehoekje rechtsboven in de cel. Je vindt hieronder in een notedop de meest courante bewerkingen i.v.m. opmerkingen bij cellen. Lees de tabel kolom per kolom.

menubalk Invoegen, Opmerking

of rechts klikken en Opmerking Invoegen

tekst opmerking maken en vervolgens op andere cel klikken

rechts klikken op cel met opmerking geeft o.a.

muiswijzer op cel plaatsen om opmerking te lezen

kies je voor Opmerking bewerken dan zie je:

Oefening: Maak de tekst van een opmerking rood en cursief. Toon de opmerking permanent

4.1.4. Opmaakkenmerken van een cel opvragen

Via de werkbladfunctie CEL(infotype;verwijzing) kan je een aantal kenmerken van een celbereik opvragen. Dit is wellicht vooral nuttig bij het programmeren met Visual Basic waar je dan ook de celeigenschappen kunt veranderen. Schrijf je in de cel A20 bijvoorbeeld '=CEL("rij";A15) dan krijg je 15 als resultaat nl. het rijnummer van de cel waar naar verwezen wordt. Laat je de verwijzing weg, dan wordt verondersteld dat je de actieve cel bedoelt. Mogelijke infotypes zijn o.a. 'adres', kolom','kleur', 'inhoud', bestandsnaam', 'notatie', 'rij', ...

4.1.5. Verwijderen celopmaak

Er zijn twee mogelijkheden:

4.1.6 Automatische opmaak

Met de menukeuze Opmaak, AutoOpmaak kom je in onderstaand venster terecht:

Je ziet een lijst van verschillende geprefabriceerde opmaakmodellen waaruit je slechts hoeft te kiezen. Het gedeelte 'Opmaak aanbrengen' krijg je enkel te zien indien je 'Opties' aanklikt. Je kan dan de opmaak van de categorieën 'Getal', 'Rand', 'Lettertype', 'Patroon', 'Uitlijning' en 'Breedte/Hoogte' uit het gekozen model uitzetten.

4.2. Opmaakprofielen

Heb je frequent een bepaalde opmaak nodig die meerdere stappen vergt om aangemaakt te worden, dan kan je beter een 'opmaakprofiel' voor deze opmaak gebruiken. De 'Automatische opmaak' uit het vorige punt gebruikt eigenlijk in Excel ingebouwde opmaakprofielen.

Via Opmaak, Opmaakprofiel kom je in dit venster:

Een opmaak profiel heeft een naam. In het voorbeeld is dit 'Standaard'. Klik je de keuzelijst aan, dan zie je al de beschikbare profielen.

Klik je op 'Wijzigen', dan kom je in het venster 'Celeigenschappen' waar je alle gewenste instellingen die samen het profiel vormen kan aangeven. Je geeft het profiel daar ook een naam.

Oefening: maak een profiel aan om getallen vet, cursief en rood af te beelden. Je moet er tevens "kg" achterzetten. Gebruik het profiel om getallen in A1:A5 de gewenste opmaak te geven. Noem het profiel 'kg'

4.3 Tekenen

Via Beeld, Werkbalken kom je bij de lijst van de beschikbare werkbalken. Klik de werkbalk 'Tekenen' aan en je ziet:

Je kan in Excel97 met een rist tekenobjecten werken waarmee je een aantal bewerkingen kunt uitvoeren en die een aantal opmaakeigenschappen hebben.

Tekenobjecten

In volgend deel van de werkbalk zie je de tekenobjecten: .

 

De afrollijst 'Autovormen' Je kan het menu zwevend maken door de titelbalk te slepen.

Bij elk van de onderdelen hoort nog eens een submenu:

Lijnen Verbindingslijnen Basisvormen Blokpijlen

Je klikt het gewenste knopje aan en duidt de grootte van het te maken object aan met de muiswijzer. Je maakt dan in een mum van tijd leuke dingetjes zoals:

De volgende knoppen waarmee je tekenobjecten kan maken zijn:

Lijn
Pijl
Rechthoek
Ovaal
Tekstvak
WordArt

Lijn, Pijl, Rechthoek en Ovaal vind je ook onder Autovormen. Daar zijn echter een aantal varianten te gebruiken. Tekstvak is synoniem van Rechthoek.

Je kan aan de meeste 'Autovormen' tekst toevoegen door het object te selecteren en rechts te klikken. In het bijhorend snelmenu kies je Tekst toevoegen.

Met WordArt kan je een tekst op de meest expressieve en bizarre manieren schrijven:

Dubbelklik op een model uit de reeks en je krijgt het venster om de gewenste tekst in te vullen:

Bewerkingen met tekenobjecten

Een object selecteer je door erop te klikken. Je kan het dan verwijderen (Delete), verplaatsen en vergroten/verkleinen. Rechts klikken op een geselecteerd object brengt je in een snelmenu als dit: Selecteer je 2 of meer objecten, dan kan je met Tekenen in de werkbalk 'Tekenen' een aantal bewerkingen uitvoeren:

Met Groeperen maak je een groep objecten die gezamenlijk kunnen bewerkt worden alsof het één object betrof. Je kan de gegroepeerde objecten in één keer roteren, uitlijnen, verschuiven, opmaken, ...

Volgorde laat je toe om de weergave van gestapelde objecten te bepalen. Gestapelde objecten zijn objecten die mekaar geheel of gedeeltelijk overlappen.

Tekenobjecten stapelen
Tekenobjecten worden automatisch op afzonderlijke niveaus geplaatst zodra ze elkaar (gedeeltelijk) overlappen.. U ziet dan de volgorde van de gestapelde objecten: het bovenste object overlapt gedeeltelijk het object eronder. Je kunt verschillende effecten bewerkstelligen door tekenobjecten elkaar te laten overlappen. Het onderste object hoeft niet eerst getekend te worden: je kunt het later altijd op een ander niveau plaatsen.

  • Selecteer het object dat je op een ander niveau wil plaatsen. Als het object achter andere objecten is verborgen, klikt u opéén van die objecten en drukt vervolgens op TAB of op SHIFT+TAB totdat het gewenste object is geselecteerd.Klik niet EERST op het grafiekobject.
  • Klik op Tekenen op de werkbalk Tekenen en wijs vervolgens Volgorde aan.
  • Kies uit onderstaande mogelijkheden


Voorbeeld:

Let op de weergave van het middenste tekstbalonnetje.

Selecteer het midenste object, klik rechts en kies Naar achteren.

 

Opmaak van tekenobjecten

Je selecteert eerst het op te maken object. Er zijn dan 3 mogelijkheden om het op te maken:

4.4 Werkbalken

Standaard heb je de werkbalken Standaard en Opmaak op je scherm. Via Beeld, Werkbalken kan je andere werkbalken activeren en uitzetten. Dit kan ook door op een (zichtbare) werkbalk rechts te klikken. Verder kan je alle werkbalken slepen. De werkbalken die boven het werkblad getoond worden sleep je op de dubbele verticale streep vooraan (zie afbeelding), de andere op de titelbalk.