5 Werkmappen
5.1 Elementaire bewerkingen
De werkbladen van het werkwenster vormen een werkmap. Het standaardaantal werkbladen in een nieuwe map bepaal je via Extra - Opties , tabblad Algemeen.
Je kunt bladen toevoegen, verwijderen, een naam geven, verplaatsen en kopiëren door het snelmenu te openen (muiswijzer op bladtab
).
Verplaatsen
en kopiëren kun je ook door slepen. Plaats de muiswijzer op een bladtab en sleep om het werkblad te verplaatsen. Als je sleept met ingedrukte Ctrl-toets kopieer je het werkblad.Met een dubbelklik op het gewenste bladtab kun je ook een naam geven of wijzigen.
5.2 Automatisch opslaan
Kies Automatisch opslaan uit het Extra-menu (als je Automatisch opslaan niet kunt kiezen uit dat menu, moet je eerst de invoegmacro Automatisch opslaan installeren via Invoegtoepassingen ... uit het Extra-menu).
Je kunt kiezen na hoeveel minuten de actieve werkmap of alle open mappen automatisch opgeslagen worden. Tevens kun je instellen of je daarover wilt gewaarschuwd worden. Uiteraard kun je hier het automatisch opslaan ook afzetten.
5.2 Opstartdirectory
Documenten in de opstartdirectory worden automatisch geopend bij het starten van Excel.
De standaard-opstartdirectory is XLSTART (in de directory waarin excel.exe staat).
Een extra opstartdirectory maken
.· Kies Alternatieve locatie opstartbestand (tabblad Algemeen uit Opties - Extra)
· Typ het pad naar de locatie.
Als je Excel een volgende keer start worden alle bestanden uit XLSTART en daarna alle bestanden uit de extra opstartdirectory geopend.
Sjablonen in een opstartdirectory kun je kiezen bij Nieuw uit het Bestand-menu of kun je invoegen.
Als je de opstartdirectory's opnieuw leeg maakt, start Excel op de gewone manier.
5.3 Sjablonen
Een sjabloon is een speciale werkmap die dient als basisdocument voor andere documenten. Op basis van sjablonen kun je
· nieuwe werkmappen maken;
· bladen van sjablonen invoegen.
5.3.1 Een sjabloon maken
Neem een nieuwe werkmap met slechts één werkblad. Voer de gegevens over Montreal in
In een klimatogram wordt de neerslag weergegeven als kolomdiagram en de temperatuur als lijndiagram.
Maak de volgende grafiek: eerst een kolomgrafiek maken - daarna de temperatuur als lijndiagram uitzetten op de tweede Y-as. Zorg ervoor dat de grafiektitel gekoppeld is
aan de inhoud van cel B2.
Stap 1: het document maken
Verwijder de plaatsnaam en de data over neerslag en temperatuur uit het rekenblad.
Het resultaat:
Stap 2: wegschrijven als sjabloon
· Kies Opslaan als uit het Bestand-menu.
· Kies Sjabloon als type.
· Geef een naam en kies OK. Als naam kies je klimaat.
Automatisch voegt Excel de extensie .XLT toe (Excel Template).
5.3.2 Een sjabloon gebruiken
Open klimaat.xlt. Op je scherm krijg je een kopie (klimaat1) van de sjabloon waarmee je kunt werken. Aanpassingen gebeuren alleen in de kopie en de oorspronkelijke sjabloon blijft bewaard
Je kunt klimaat1 ook openen via Nieuw uit het Bestand-menu als de sjabloon zich in de opstartdirectory bevindt.
Vul de gegevens van Ukkel in (zie volgende pagina). Geef het blad Ukkel als naam.
5.3.3 Een sjabloonblad invoegen
Als de sjabloon opgeslagen is in de opstartdirectory of in de map Sjablonen kun je sjabloonbladen invoegen voor het geselecteerde blad.
· Open het tabblad-snelmenu en kies Invoegen.
· Kies de gewenste sjabloon.
Open op die manier klimaat.xlt. Je krijgt een nieuw blad links van het geselecteerde blad. Vul je de gegevens van de Zugspitze in en geef het blad Zugspitze als naam.
Werk zo verder met de andere gegevens. Een bewaar de map met klimaat als naam.
5. 4 Werkbladen groeperen
5.4.1 Een groep maken
Je kunt meerdere werkbladen selecteren:
· Voor aangrenzende bladen kies je het eerste blad en klik je met ingedrukte Shift op de tab van het laatste blad van de groep.
· Voor niet aangrenzende bladen druk je de Crtl-toets is terwijl je klik op de tab van het gewenste blad.
· Je kunt alle bladen van een map selecteren via Alle bladen selecteren uit het snelmenu voor tabs.
Die werkbladen vormen zo een groep. In de titelbalk verschijnt naast de naam de aanduiding [Groep].
Met een groep kun je:
· formules invoeren die in alle bladen geldig zijn;
· geselecteerde cellen in alle bladen opmaken;
· diverse bladen verbergen of verwijderen.
Opgave
Maak een groep van alle bladen van klimaat.xls. De cel met de plaatsnaam plaats je vet, cursief in 15 punten (Arial). De celachtergrond is blauw, de tekst is geel.
Breid de selectie uit met de cel ernaast (rechts) en centreer over de selectie.
Zorg voor een gele rand.
5.4.2 Een groep verwijderen
Klik op een niet geselecteerd werkblad of kies Groepering bladen opheffen uit het snelmenu voor tabbladen.
5.5 Gekoppelde werkmappen
Maak de volgende werkmappen.
Map3 is de afhankelijke werkmap. Het bevat gekoppelde waarden uit Map1 en Map2.
Als je de waarden aanpast in Map1 of Map2 worden de overeenkomstige waarden in Map3 automatisch aangepast.
5.5.1 Koppelingen maken
Om de koppeling te realiseren in cel B2 van Map3:
· selecteer de cel;
· type = in de formulebalk;
· wijs cel A1 van Map1 aan (pointing);
· verwijder de absolute adressering en sleep tot B5 in Map3.
Herhaal de werkwijze voor kolom C van Map3.
Schrijf Map1 en Map2 weg met respectievelijk vestiging A en vestiging B als naam.
De koppelingsformules in Map3 zien er nu zo uit:
Schrijf Map3 weg met als naam hoofdzetel.xls en sluit.
Haal vestiging A.xls op. Verander 130 in 145 (Rik - kwrt 1). Sla op.
Haal vestiging B.xls op. Verander 120 in 135 (Jos - kwrt 3). Sla op.
Haal nu hoofzetel.xls op. Excel vraagt of je de gekoppelde waarden wilt aanpassen. Als je negatief antwoordt, kun je de koppelingen later nog bijwerken via Koppelingen uit het Bewerken-menu.
5.5.2 Koppelingen verbreken
Koppelingen worden verbroken door de cellen te selecteren in het afhankelijke werkblad. Kopieer ze naar het klembord en plak alleen de waarden (Plakken speciaal - Bewerken-menu).