Frontpage 98 webserver
De 2 webservers van Frontpage
Webserversoftware is er nodig om een website op het internet bereikbaar te maken.
Op de CDrom van Frontpage worden 2 serverpakketten meegeleverd: Microsoft Personal
Webserver 3.0 en de Frontpage Personal Webserver. Het eerste pakket is een afgeslankte
versie van Microsoft Internet Information Server 3.0 voor windows NT en het laatste heeft
nogal wat beperkingen, zodat het enkel aangeraden wordt voor het uittesten van websites op
het intranet.
1.Frontpage Personal Webserver.
Wordt als default webserver geïnstalleerd in de subdir c:\program files\microsoft
frontpage\bin\vhttpd32.exe.
De webserver is te administeren met een administratorprogramma, waarvan de
snelkoppeling c:\program files\microsoft frontpage\frontpage server administrator
is en de file c:\program files\microsoft frontpage\version3.0\bin\fpsrvwin.exe is.
Server informatie
- Server type: toont het type webserver dat momenteel geïnstalleerd werd met
bovendien een portnummer (80) waarlangs de server via www te bereiken is.
- Server configuration file: path en naam van de configuratiefile.
- Content directory: directory waar de websites bij het aanmaken bewaard worden.
- Authoring: disabled sluit de toegang tot de webserver af.
Server installatieknoppen
- Install: voor installatie van Frontpage Server Extensions.
Webservers communiceren met databases via CGI (Common Gateway Interface).
Zo worden invulformulieren waarvan de gegevens in een tabel weggeschreven worden,
zoekrobots, counters,enz.. mogelijk.
De FSE is zo'n interface en kan samen met verschillende webserversoftware geïnstalleerd
worden o.a. Microsoft Internet Information Server, Microsoft Personal Webserver, Netscape
Communications Server,...
- Upgrade: indien een nieuwe versie
- Uninstall: om de FSE te verwijderen
- Check and Fix: controle van de installatie
- Authoring: disabled sluit de toegang tot de webserver af.
- Security: om nieuwe administrators aan te maken. Instellingen per website zijn
enkel mogelijk indien bij de eigenschappen van netwerkomgeving, toegangsbeheer,
toegangsbeheer op gebruikersniveau aanstaat.
Opmerking
- Per default worden de FSE geïnstalleerd op poort 80. Indien deze reeds door een ander
programma in gebruik kan men dit als volgt veranderen.
Open met het kladblok de file Frontpage Webs\server\conf\httpd.cnf en verander
Port 80 in bijvoorbeeld Port 81.
Start het Frontpage Server Administratorprogramma en selecteer poort 80 en de Uninstallknop.
Kies daarna voor Install. Als Server type kies je Frontpage Personal Web
Server en als Server Config selecteer je het pad naar de httpd.cnf-file.
- De logfiles bevinden zich in de directory Frontpage Webs\Server\logs
2. Microsoft Personal Webserver 3.0
Te installeren vanuit de Pws-directory op de CD-rom van Frontpage. De
startfile noemt Pwssetup.exe. Na de installatie moet de computer opnieuw starten.
In het configuratiescherm vind je de snelkoppeling om de server te activeren. Bovendien
werden automatisch volgende directory's aangemaakt Webshare\wwwroot voor de
wwwpagina's, Webshare\Ftproot voor ftptoepassingen en Webshare\Scripts
voor CGI-toepassingen.
We onderscheiden volgende karakteristieken:
- In de generalfolder kan men de startpagina invoeren
- In de startfolder bepaalt men hoe de serversoftware moet reageren bij het
opstarten van de computer
- De administrationfolder: instellingen zoals bij Microsoft Internet Information
Server maar in te voeren en te wijzigen via htmlpagina's
- Services: om de FTP-en/of de WWW-service te starten of te stoppen.