- Een interne modem pluggen in een vrij slot, daarbij opletten voor IRQ en IO-base conflicten.
- Een extern model via een kabel aansluiten aan een seriële poort (com1 of com2).
- Minstens een 28,8 kbits-model
- Installatie in WINDOWS 95
- Start, instellingen, configuratiescherm,modems.
- Toevoegen en via de wizard de correcte modem laten detecteren of zelf kiezen.Eventueel gebruik maken van de meegeleverde diskette om de juiste driver te installeren.
- Via diagnostische gegevens, meer info de werking van de modem controleren.
- Verdere controle kan vanuit de MSDOS-prompt met de volgende Hayescommando's
- echo ATZ>com1 voor een reset
- echo ATDT99999 voor het inbellen naar het telefoonnummer 99999 indien tone en ATPT99999 voor pulse
In windows 95 moeten de netwerkopties geïnstalleerd worden. Dit kan als volgt:
- Start, instellingen, configuratiescherm,netwerk
- Selecteer de knop toevoegen en kies de optie: adapter, toevoegen
- Van de Microsoftfabrikant kiest men externe toegangsadapter.
- Via het onderdeel protocol selecteert men TCP/IP, wat staat voor Transfer Control Protocol/Internet Protocol
- Met verwijderen zorgen we ervoor dat enkel externe toegangsadapter en TCP/IP in de configuratielijst overblijft.
- Bij het afsluiten dient de computer opnieuw gestart te worden
En nu nog de configuratie van het inbellen.
- Kies start, programma's, bureau-accessoires, externe toegang.
- Via de optie nieuwe verbinding maken start men de installatiewizard
- Volgende gegevens dienen ingevoerd te worden:
- naam van uw verbinding
- netnummer en telefoonnummer
- landnummer
- Vanuit de externe toegangslijst kiest men de eigenschappen van uw aangemaakte verbinding door op de rechtermuisknop te klikken.
- Selecteer de knop servertype en installeer volgende configuratie
Een dubbelklik op de gecreëerde verbinding volstaat om deze te realiseren.
Tijdens het inloggen wordt uw gebruikersnaam en paswoord gevraagd, die je eventueel kan bewaren op uw computer. Zo wordt een volgende maal het paswoord automatisch in het invulvak geplaatst.
Het bewaren gebeurt pas als minstens éénmaal een correcte connectie is gerealiseerd. Dit laatste wordt op het beeldscherm als volgt aangeduid:
OPGELET:
1.Indien de optie externe toegang niet bij bureau-accessoires voorkomt dient men dit te installeren via
2.Een bestaande connectie met het internet kan men testen met het commando PING gevolgd door het IP-adres.
voorbeeld PING 193.210.154.1
3.Uw eigen internetconfiguratieparameters kan je bekijken met het commando WINIPCFG
4. Bij een dial-upverbinding krijgt uw PC een IP-adres van de server van de provider. Indien geen geen gateway (rooter)- en DNS-adressen worden toegekend, dient men ze zelf in te voeren.
3. Checklist voor een goede internetverbinding
4. File Transfer Protocol
Bij het opstarten krijgt men het "session profile"-venster. Het laat toe een profile te kiezen of de parameters in te voeren om via dit profile een ftp-verbinding te realiseren.
new: om een nieuw profile aan
te maken
save: om het profile te bewaren
delete: wist het profile
host name: het IP-adres of
domainnaam van de FTP-server
host type: afhankelijk van het soort ftp-server;
meestal volstaat auto detect
user ID: uw gebruikersnaam op de ftp-server, bij
sommige volstaat anonymous ( klik de toets Anonymous login)
password: indien anonymous dan vraagt de
netiquette uw e-mailadres in te voeren
account: sommige servers gebruiken de user ID om
in te loggen maar hebben nog een accountnaam nodig om de inhoud
van de directories te kunnen benaderen.
remote host: is de directory die op de
hostcomputer(ftp-server) moet geactiveerd worden
local PC: de directory op uw PC die moet getoond
worden
Indien save password niet aanstaat wordt bij elke connectie het inlogpaswoord gevraagd.
Sommige organisaties beschermen hun netwerk tegen indringers door middel van een firewall. De gebruikers kunnen nog wel van hun eigen netwerk op het internet maar niet omgekeerd.
Wil men via ftp een firewall overbruggen dan is
in de meeste gevallen een user ID en een paswoord nodig
en wordt afhankelijk van het type firewall een specifiek commando
doorgestuurd.
Met de advanced-toets kan men de correcte instellingen invoeren.
retry: hoeveel
connectiepogingen moeten ondernomen worden
timeout: na hoeveel seconden de verbinding moet
onderbroken worden indien geen datatransport
port: meestal 21 tenzij gebruik van een
firewall. Portnummers zijn ook afhankelijk met welk pakket men op
het internet aan het communiceren is; een voorbeeld:
Op een computer werkt men gelijktijdig met een browser en een ftp-programma. Een aankomend datapakket moet dus weten naar welke toepassing het moet gestuurd worden. In elk datapakket wordt naast het bron- en bestemmingsipadres ook het poortnummer meegegeven. Voor ftp is dit meestal 21, voor browsers 80 en irc-programma's gebruiken 6667.
passive tranfers: een connectie gebeurt door een aanvraag van een cliënt en het is uiteindelijk de host of server die de connectie realiseert. Indien door een firewall de cliënt de dataconnectie moet maken dan kiest men passive transfers
Met de OK-toets connecteert men zijn computer met de ftp-server. De linkerzijde toont gegevens van uw eigen PC. Het rechterdeel is de inhoud van de hostcomputer. De pijltjes laten toe geselecteerde bestanden te uploaden en te downloaden. Daarnaast kan men directories aanmaken (mkdir) , verwijderen (rmdir) of veranderen (chdir) . Bestanden kan men wissen (delete), hernoemen (rename) , bekijken (view) , uitvoeren (exec). Tenslotte kan men de vensters vernieuwen (refresh) of krijgt men meer directory-informatie met dirinfo.
Verder kan men kiezen tussen volgende transfertypes: ASCII, alleen voor tekst (bepaalde codes worden immers niet doorgestuurd b.v. 27 13 = carriage return); Binary stuurt alle codes door of L8 voor transport van mainfraimes.
De knoppenbalk onderaan het scherm heeft volgende mogelijkheden:
close: om een connectie te
sluiten
connect: om een dataconnectie te maken
logwnd: toont de volledige logon-informatie in
een venster
options
Program options
Alternate Screen Layout: wijzigt de layout van het hoofdvenster
Buttons on Top: plaatst de controleknoppen bovenaan
Show Directory Information: toont naast de bestands- en directorynamen o.a. de grootte van de bestanden en datum van creatie
Auto Save Host Profile: een session profile wordt automatisch bewaard
Verify Deletions: bij het wissen van bestanden moet men de bewerking bevestigen
Auto Connect: bepaalt of het connectievenster al of niet moet getoond worden bij het opstarten
Debug Messages: toont onderaan het venster extra foutmeldingen
Text Viewer: welk programma moet gestart worden indien men kiest voor view van een bestand
E-Mail Address: is het default paswoord voor de gebruiker anonymous
Listbox Font: welke lettertype moet gebruikt worden
Scale Font: past al of niet het lettertype aan bij het vergroten of verkleinen van het venster
Double Click: indien men op de bestandsnaam een dubbelklik heeft kan men zorgen dat de file automatisch ge-upload of gedownload wordt (transfer), de inhoud van de file getoond wordt (execute) of niets uitgevoerd wordt (nothing)
Recv Size en Sens Size: bepaalt de grootte van het te versturen of te ontvangen datapakket (tussen 80 en 4096).
Session options
Host Type: gebruik auto detect indien je niet weet welk soort computer de ftpserver is
Auto Update Remote Directories: indien een wijziging in de directory van de remotemachine, wordt automatisch op uw beeldscherm een refresh uitgevoerd zodat de wijziging te zien is. Indien deze optie niet actief moet men op de refreshknop drukken om alle wijzigingen te kunnen zien
Show Transfer Dialog: toont een dialoogvenster tijdens het uploaden en downloaden van files
Use PASV Transfer Mode: staat voor passive tranfer mode en betekent dat de cliëntcomputer de dataconnectie moet realiseren, en niet de host. Dit is vooral nodig indien men een firewall gebruikt
Send Unique: stuurt enkel de files die nog niet op de server bestaan
Receive Unique: enkel de files die niet op de cliëntmachine bestaan worden gedownload
Prompt for Destination: voor elke te downloadenfile wordt de bestemmingsnaam gevraagd
Sound When Transfer Done: na elke filetransfer wordt een beepsignaal gegenereerd
Sorted Listboxes: de listbox worden automatisch alfabetisch gesorteerd
Use Firewall: indien de FTP-server gebruik maakt van een firewall (5 types worden ondersteund)
Transfer Modes:ASCII,BINARY,L8 of Auto DetectExtensions
Indien de optie auto detect als transfermode bij session optios werd geselecteerd worden alle files automatische in binaire mode getransfereerd, uitgezonderd de files waar de extensie in de optie extensions werd opgenomen. Mogelijke extensies: TXT, LST of ME
Associations
Welk programma lokaal moet opgestart worden, indien met op de ftp-server een file met een bepaalde extensie aanklikt voor exec
Save Dir Name
de namen van de ingestelde lokale en remote directories worden bewaard
Save Win Loc
de grootte en plaats van het huidig venster wordt bewaard
BESLUIT