Elementaire begrippen

1.IP-adres

Elke computer wordt in het Internet door een uniek adres geïdentificeerd.
Een netwerkadres bestaat uit 32 bits doch wordt decimaal door 4 getallen voorgesteld.

Een Internet-adres bestaat uit 2 delen:

Het IP-adres wordt gecombineerd met een SUBMASK-adres. De 1-bits van het submaskadres bepalen wat het netwerkgedeelte van het IP-adres is, terwijl de 0-bits het computergedeelte definiëren
Verder onderscheidt men in de IP-adressen 3 klassen:

1.klasse A
- voor een internet bestaande uit een klein aantal netwerken en een groot aantal computers
- het adres begint steeds met een getal tussen 0 en 126
- de submask is 255.0.0.0
2.klasse C
- voor een internet met veel netwerken en een klein aantal computers per netwerk
- het adres begint met een getal tussen 192 en 223
- de submask is 255.255.255.0
3.klasse B
- voor een netwerk met een gemiddeld aantal netwerken en een gemiddeld aantalcomputers
- het adres begint met een getal tussen 128 en 191
- de submask is 255.255.0.0

2. ROUTER en GATEWAY

Elk datapakket dat verstuurd wordt, bevat het bron-IP-adres en het bestemming-IP-adres.
Indien het netwerkgedeelte van beiden identiek is, dat weet de computer dat het pakket in het eigen netwerk moet afgeleverd worden.

Indien niet, dan zoekt de computer de ROUTER. Dit is een speciale server die aangesloten is in het lokale netwerk doch ook in andere netwerken. Deze server bevat een ROUTINGTABLE: een tabel met adressen van de andere netwerken


In de routingtable komen bijvoorbeeld volgende verwijzingen voor:

200.200.200.1 200.200.201.1
200.200.201.1 200.200.200.1


3. DNS of DOMAIN NAME SERVER

Op het internet kan men een computer benaderen via zijn IP-adres. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid gebruik te maken van namen die aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.
DNS-servers zijn speciale servers op het internet die een database bijhouden met 2 gegevens: de computernaam en het IP-adres.
Benadert men een computer via zijn Internet-domeinnaam dan wordt het IP-adres in een DNS-server opgezocht en pas dan de connectie gemaakt via het IP-adres

De internet-domeinnaam bestaat uit 3 delen, van achter naar voor:

voorbeelden van domeinnamen zijn www.microsoft.com, www.kuleuven.ac.be, www.edu.vhi.be

INTERNIC is de organisatie die zich bezighoudt met registratie van IP-adressen en domeinnamen.

Voor België kan men terecht bij

Prof. Pierre Verbaeten
BE Domain Administrator
Dept. Computerwetenschappen
Celestijnenlaan 200 A
B-3001 Herverlee-Leuven

of op de site www.dns.be


4. Website-Homepage-URL

Website: de gegevens die door een organisatie op het internet geplaatst worden.

Homepage: de eerste pagina van de website.

URL: Universal resource Locator is het adres waar de pagina op het internet kan bereikt worden.

b.v. http://193.210.154.29 of http://www.sip.be

5.Hoe een verbinding maken?

a. een dial-up aansluiting

principe: met een communicatiepakket belt men in bij een provider om een tijdelijke verbinding te maken.
De provider beschikt over een pool van IP-adressen. Op het moment van verbinding krijgt men een tijdelijk IP-adres.
Voor de verbinding wordt gebruik gemaakt van een protocol ( PPP point to point protocol)
Een dergelijke verbinding gebruikt men om informatie op te vragen van het internet. Men spreekt dan ook van een een werkstation of een client

benodigheden en kostprijs:
computer, modem en analoge telefoonlijn of ISDN-adapter en ISDN-lijn, software (freeware)
jaarlijks abonnement of per minuut afhankelijk van de provider
telefoonkost: 30 BEF (voor 8 uur en na 18 uur+weekends+feestdagen)-120 BEF per uur (zonaal gesprek 6,025 BEF per tijdseenheid)

b. een dedicated aansluiting

principe: door een huurlijn te gebruiken kan men zijn computer permanent op het internet plaatsen. De provider zal dan ook een IP-adres moeten afstaan en voor het gebruikersgemak zal men ook een domainnaam aanvragen.
Hier stelt de computer eigen gegevens ter beschikking op het internet vandaar een server op het internet

benodigheden en kostprijs:
computer,ISDN-adapter, firewall, huurlijn, specifieke serversoftware (te betalen!)
aan provider: huurprijs voor IP-adres en toegang tot zijn netwerk
aan belgacom: prijs van een huurlijn afhankelijk van de snelheid en de afstand (tel: 1264)


6.Welke software is er nodig?

Het Internet maakt gebruik van het TCP/IP-protocol (transfer control protocol-internet protocol).
In feite is TCP/IP een verzameling van verschillende protocols en tools. Het laat toe om computers met verschillende OS met elkaar te verbinden.
De te installeren software is afhankelijk van:
- of de computer een server of een client is
- wat je precies wil doen

enkele mogelijkheden:
TCP/IP en PPP: (winsock.dll)
trumpet voor windows 3.1 of 3.11, externe toegang voor win95

FTP: File Transfer Protocol wordt gebruik om te uploaden en downloaden. Men kent een server-en clientversie.

GOPHER: te vergelijken met een BBS. Na invoer van loginname en paswoord krijgt men een menu.

TELNET: idem doch andere software, enkel tekst

WWW: World Wide Web
kan naast tekst ook grafische toepassingen aan pagina's in HTML (Hyper Text Markup Language)
Men kan ook FTP- en TELNET-servers aanspreken
WWW-client: netscape, windows explorer, mosaic
WWW-server: website van O'Reilly, Microsoft Internet Information Server

EMAIL: eudora, pegasus, windows explorer of netscape voor clienten, NTMAIL voor servers

NEWSGROUPS: netscape, windows explorer of freeagent voor offline lezen