18. Gevorderd SQLbeheer
18.1 Backup en Restore
Selecteer uit het menu Tools, Database Backup/Restore. Kies de folder Backup en selecteer de database waarvan een bakup moet gemaakt worden.
De mogelijkheid bestaat de volledige database en een specifieke tabel te backuppen.
Met Initialize Device stel je in hoelang de backup moet bewaard worden
Maak met de New-knop een nieuw databasedevice waarin de backup zal geplaatst worden.
Klik op de Backup Now-knop om de backup nu uit te voeren. Met de Schedule-knop kan je de backup op geregelde tijdstippen laten uitvoeren.

In de Restorefolder volstaat het de database te kiezen en daarna de Restore Now-knop aan te klikken.
18.2 Schedule
Met de scheduler kunnen bepaalde taken herhaaldelijk op een bepaald tijdstip automatisch uitgevoerd worden. Bemerk dat de SQL executive service moet actief zijn. Deze kan vanuit Windows NT - services of vanuit het Microsoft SQL Enterprise Manager - SQL Executive gestart of gestopt worden.
Een overzicht van de scheduletaken bekomt men met de optie Server, Scheduled Tasks uit het menu. Hier kan ook een nieuwe taak in de scheduler gebracht worden.
Voorbeeld: in de tabel cursus bevindt zich een veld einddatum, dit is de datum waarop de cursus beëindigd wordt. Elke nacht laten we een scheduletaak lopen die alle afgelopen cursussen automatisch uit de tabel wist.

18.3 Configuratie
Kies vanuit het menu Server, SQL-server, Configure. Selecteer de Configuration-tab.
Volgende parameters kunnen aangepast worden:
| intern geheugen | reservatie voor SQL |
| 16 | 4 |
| 24 | 8 |
| 32 | 16 |
| 48 | 28 |
| 64 | 40 |
| 128 | 100 |
18.4 Transaction logging
Van alle databases wordt een transaction logfile gemaakt, waarin de uitgevoerde bewerkingen worden opgeslagen.
Bij het aanmaken of wijzigen van een database kan men met de optie Log Device de grootte van de transaction logfile bepalen.
De transaction logfile dient enkel voor administratieve doeleinden. Als beheerder dient men de grootte van de file te controleren. Immers hij wordt niet automatisch gewist. Indien de grootte de maximum ingestelde waarde overschrijdt, dan kan geen data meer toegevoegd worden. Indien geen waarde ingevuld werd, dan wordt de resterende databasedeviceruimte gebruikt.