7. Permissies op databases en tabellen.
Essentieel aan een SQLserver is de beveiling van de gegevens.
7.1 Permissies op databases
Kies van de database school het snelmenu, Properties, Permissions
Door het specifieke recht aan te klikken kan men het toekennen of verwijderen
. Het toekennen kan per role of per individuele user.

Pas na het sluiten van het venster wordt de instelling actief.
7.2 Permissies op tabellen
Kies van de tabel adressen met het snelmenu Properties. Klik de knop Permissions.

Op eenzelfde manier als de rechten op een database kan men op een tabel een aantal
bewerkingen toelaten of verhinderen. Na het instellen worden de rechten actief door het
indrukken van de APPLY-knop.
DRI staat voor Declarative Referential Integrity, waardoor de data integriteit automatisch
gecontroleerd wordt bij gerelateerde tabellen.
De permissies kan men invoeren uitgaande van de tabel (zie vorige) maar ook
vanuit de user. Kies uit de map users de properties van een specifieke user.
Klik de Permissions-knop
