| Een Windows 95-netwerk met de proxyserver WINGATE aan het Internet koppelen |
Elke computer wordt in het Internet door een uniek adres, het IP-adres of Internet Protocol-adres, geïdentificeerd.
1.2 Installatie van het TCP/IP-protocol
![]() |
Cliënt voor Microsoft-netwerken
maakt het mogelijk een verbinding te maken met andere
Windows-computers en de gedeelde mappen en randapparaten
te gebruiken. Netwerkadapter: de uitbreidingskaart waarmee de computer fysiek met het netwerk wordt verbonden. NetBEUI: het protocol voor de verbinding van Windows-computers. Twee computers kunnen slechts met elkaar communiceren als ze hetzelfde protocol gebruiken. Bestands- en printerdeling voor Microsoft-netwerken: een voorbeeld van service-software voor het delen van bestanden en randapparatuur. |
![]() |
Selecteer Protocol en klik opnieuw op de opdrachtknop Toevoegen. |

![]() |
In dit geval is het netwerkadres:
192.168.1 en het PC-adres in dit netwerk 15. Je geeft elk werkstation een uniek IP-adres in hetzelfde netwerk. |

![]() |
De Host-naam is de naam van de PC die
je in het tabblad Identificatie van de
Netwerkeigenschappen hebt opgegeven. Je herkent de geïnstalleerde netwerkkaart, het IP-adres van de PC en het bijhorende subnetmasker. |
Wil je, via een modem, een verbinding maken met het Internet dan ben je genoodzaakt op één werkstation in het Windows 95-netwerk een externe verbinding te installeren.
![]() |
Met deze instellingen kunnen de PCs onderling in het netwerk communiceren, maar is er nog geen verbinding naar buiten toe. |
![]() |
Om straks een externe verbinding via de modem te kunnen realiseren heb je een externe toegangsadapter nodig. |
![]() |
Bij de fabrikant Microsoft vind je een externe toegangsadapter. |
![]() |
Voor een verbinding met het Internet volstaat het TCP/IP-protocol dat automatisch, bij de installatie van de externe toegangsadapter, eveneens werd geïnstalleerd. |

Aan de PC met de externe toegang installeer je vervolgens de modem.
![]() |
De modem is geïnstalleerd! |
![]() |
Klik op de knop keuze-opties en voer het netnummer in. |
![]() |
In het tabblad diagnostische gegevens kies je de juiste poort en vraag je meer informatie. Hiermee test je de modemverbinding uit! |
Het komt er nu op aan dat je, met behulp van de modem, een verbinding kunt maken met je Internet-Provider.
![]() |
![]() |
![]() |
Voer een naam in voor deze verbinding, vrij te kiezen. |
![]() |
Voer vervolgens het telefoonnummer van je provider in en stel de juiste landkeuze in. |
![]() |
|
![]() |
Voer je gebruikersnaam en wachtwoord
in die je van je provider gekregen hebt. Wil je iedereen vrij toegang verlenen tot deze verbinding, dan vink je meteen Wachtwoord opslaan aan. Probeer de verbinding uit door te klikken op de knop Verbinden. |
