Dialectproject

Eten op zijn Vlaams

In 1972 verzamelde Louis Paul Boon eerder gepubliceerde cursiefjes die hij schreef voor de Gentse krant Vooruit. Hij bundelde ze onder de titel Eten op zijn Vlaams, want alle stukjes vormen een "kookboek op zijn Boontjes". Het water komt je zo in de mond. Geen klassiek kookboek, maar smakelijke stukjes over tatjespap en patatterkoek, over sausissen en sosijsjes, over schorsenelen tot schargossen.

Vlamingen hebben nogal wat met keukentaal en benamingen voor allerlei heerlijke dingen. Tot op vandaag staan jonge mensen radeloos bij de slager, niet wetend of je nu zwarte trip, zwarte worst, zwarte pens, bloedpens, bloedworst of beuling moet bestellen. Boon stelde de vraag aan een Gentenaar en die antwoordde hem: "We zeggen er gewoon niets tegen, we eten die op." Waarop Boon repliceerde: "Jaja, maar algelijk, als je die wilt eten moet je die ook kopen, en wat zeg je dan tot de slager? Graag één van die zwarte dingen waar we niets tegen zeggen en alleen maar opeten?"

Onze taal heeft zware averij opgelopen toen in 1794 de Fransen bezit namen van ons land. De bovenste bevolkingslagen namen niet alleen de ideeën van de Franse Revolutie over, maar ook heel haar uitstraling. Een goede bodem voor de voortwoekering van het Frans was natuurlijk de gastronomie: de keuken, de tafel, de gerechten, de eetcultuur, het had allemaal een geweldige aantrekkingskracht, het stond mooi en chic... Frans was de culinaire taal bij uitstek en is dat lang gebleven, zelfs tot aan de Tweede Wereldoorlog.

In Vlaanderen is gastronomie, eten en drinken dus, altijd een belangrijk socio-cultureel verschijnsel geweest, het familiaal en sociaal bindmiddel bij uitstek. Naast het Frans is de authentieke Vlaamse taal in veel gezinskeukens blijven bestaan. De invasie van het Frans heeft met andere woorden niet altijd de oude, volkse benamingen kunnen verdringen. Hoewel… onder de slogan "If you can’t beat them, join them" hebben Franse woorden het Vlaamse dialect grondig geïnfiltreerd. Maar feit blijft dat het dialect ook hier hardnekkig bleef hangen… omdat de taalgebruiker geen alternatief kreeg in het Algemeen Nederlands. Gelukkig krijgt nu ook het de standaardtaal meer vaste grond in de Vlaamse culinaire horecawereld.

Ik stuurde leerlingen van het laatste jaar op pad om bij oudere mensen authentieke dialectwoorden voor culinaire benamingen te verzamelen.

Opvallend resultaat is de (onbewuste) keuze van de dialectwoorden bij oudere mensen. Aardappelpureegerechten, kaantjes, allerlei soorten pap, wentelteefjes,… gerechten met goedkope ingrediënten. Het is alsof de voor- en naoorlogse jaren nog blijven hangen zijn in hun collectieve geheugen.

Een andere interessante vaststelling is de gelijkenis tussen West-Vlaamse dialectwoorden en de Engelse taal. Als we weten dat het dialect ouder is als de standaardtaal, bewijst dit nogmaals dat het Nederlands en het Engels, naarmate we teruggaan in de tijd, een grotere verwantschap heeft, tot ze uiteindelijk ooit één taal geweest moet zijn (het oud-germaans). Ook de sporen van het Ingweoons zien we in b.v. boter, druppel, bessen, spek (dial.: butter, beuter // Engels butter; dial. dreupel // Eng. drop; dial. beiers //Eng. berries; dial. bacon // Eng. bacon).

Dat leerlingen de enquête uitvoerden had tot gevolg dat:

  1. Er problemen waren met de schriftelijke weergave van een dialectwoord. Op velerlei manieren werd bijvoorbeeld het woord adjoen gespeld. Daarom gebruiken linguïsten fonetisch schrift;

  2. De uitleg van bepaalde dialectwoorden niet duidelijk of onjuist was: levaart is niet zomaar een haring, maar niet-gerookte haring. Iemand anders noteerde voor zoetepap havermoutpap, terwijl het eigenlijk om een pap gaat van melk en brokken geroosterd brood of beschuit. Ook schewije werd verkeerdelijk omschreven als het bovenste van de melk als ze een tijdje gestaan heeft.

  3. Sommige geïnterviewden zijn inwijkelingen, en duidelijk afkomstig van een andere streek. Zo is wettels zeker geen Torhouts dialectwoord.

  4. Streektaal wordt soms verward met ‘gezinstaal’, woorden die typisch zijn binnen een beperkte gezins- of familiekring. Vermoedelijk is dit het geval bij paraplusoase of motesiekelsoase.

De lijst is ongetwijfeld een aardig middel om tijdens familiefeesten het gespreksonderwerp voor een hele tijd te sturen…

Ziehier De woordenlijst

 

H. Redee, A. Vandenbroucke, H. Caestecker, M. Duyck

leraren Nederlands 6T/B Hotel, Bakkerij, Slagerij

Ter Groene Poorte, Brugge