Education is an admirable thing,

but it is well to remember from time to time

that nothing that is worth knowing can be taught.

Oscar Wilde, The Critic as Artist, 1890.

 

Independent Learning

Dit artikel gaat over

Living in a state of learning  

Een aantal recente maatschappelijke veranderingen in de communicatiecultuur, zowel in het bedrijfsleven als in de sociale sectoren, leidt tot nieuwe vormen van interactie tussen werkgever en werknemer en tussen werknemers onderling. Vandaag worden grote bedrijven meer en meer gerund op basis van power sharing, participation, trust, negotiation en commitment binnen vlakkere organisaties met meer teamwork. Er is een bedrijfsklimaat ontstaan waarin voortdurende flexibiliteit wordt verwacht van werkgever en werknemer, teneinde de productie sneller en specifieker op de ‘egonomie’ van de klant te kunnen afstemmen.

Dat heeft tot gevolg dat het profiel van de werknemer ingrijpend gewijzigd is. Bedrijven gaan op zoek naar werknemers die zich aanpassen, zelfstandig kunnen werken, techno-literate zijn, zich voortdurend willen bijscholen en zich bovendien creatief en ondernemend tonen. De nieuwe werknemers vragen van hun kant: cultivate me, co-ordinate me, don’t command and control me! Binnen dit interactiemodel worden klassieke controlesystemen vervangen door vormen van progressieve ontwikkeling, waarbij learning even belangrijk wordt als performance. De vernieuwingen worden onderhandeld in functioneringsgesprekken waarin de bestaande werkprogramma’s voortdurend worden aangepast. Daarbij verwachten beleidsmensen dat de werknemer een actieve, creatieve inbreng heeft en mee het beleid bepaalt. Binnen dit concept zijn vormen van langetermijntraining vaak niet meer efficiënt. Training wordt voortdurend genegotieerd en is gebaseerd op onmiddellijke, veranderende noden met inzet van just-in-time learning resources.

Participatief

Dit alles leidt tot een participatief beleidsmodel dat vanuit het bedrijfsleven wordt geëxporteerd naar diverse sociale sectoren en naar de onderwijssector. In Teacher-led school improvement 1 beschrijven David Frost en Judy Durrant de impact van het participatief model op het schoolbeleid en op de lespraktijk. Zij stellen dat men in functioneringsgesprekken tussen directieleden en leerkrachten op creativiteit en innovatie van beide partijen moet kunnen rekenen, waarbij de leerkracht volwaardig deelneemt en meewerkt aan vernieuwingen binnen het schoolbeleid.

Maar ook binnen de interactie tussen leerkrachten en leerlingen ontstaan nieuwe ruimten. Het leerproces kan immers in onderhandeling tussen beide partijen worden vastgelegd, zodat een leerling een actievere rol kan spelen in het uittekenen van zijn leerpad. Het leren wordt learner-centered, collaborative en gericht op self-management, waarbij een leerling zijn eigen leergedrag exploreert en met anderen voortdurend bevraagt, in de plaats van zich te nestelen in conformiteit en opgelegde denksystemen. Daardoor wordt hij mee verantwoordelijk voor zijn vooruitgang. Dit proces vereist de ontwikkeling van nieuwe vaardigheden die het best tot ontplooiing komen binnen vormen van zelfstandig werken of van zelfstandig leren.

Independent learning

“Self-access is where the learner takes control of their own study. Teachers provide resources and support in order to help the learner control their own learning.” 2

De didactiek van het zelfstandig leren ontstond op het einde van de jaren 80 in vakliteratuur van o.a. S. Sheerin3, C. Kesten en L. Dickinson4 en werd in het begin van de jaren 90 toegepast in diverse Amerikaanse en Britse opleidingscentra. De nieuwe didactiek werd in Nederlandse scholen ingevoerd in de loop van de jaren 90, waar men besloot ongeveer een kwart van de studietijd te gaan besteden aan vormen van zelfstandig leren.

Ook in ons land zijn er al heel wat scholen waarin leerlingen uit de eerste graden zelfstandig werken. Zij kunnen daarbij, alleen of in groep, zelfstandig taken uitvoeren die de leerkracht in de vorm van concrete studiewijzers of tasksheets ter beschikking stelt.

Voorbeeld van een studiewijzer:

·         Introduction

You are about to work in a team of three or four students. For the next few lessons you will be working independently and/or in your small teams. You will work on alternative energy as a topic.

You will be asked to work on computers, make choices about how you are going to divide up the work, how you will do your tasks and how you will pass on the information to the other members of your team, so that they will be prepared for the tests.

You can ask your teacher for advice on where to find material, how to divide up the tasks, how to find the meaning, translation or pronunciation of expressions. When you have done all the work, hand in one completed set of task sheets for the four of you. When your teacher has given it back with his/her marks, look back on how well you worked (together) by doing an evaluation at the end. 

Good luck!

·         Objectives

 Hier beschrijft de leerkracht wat de leerling na afloop moet kennen en/of kunnen.

 -          You should be able to  read, skim and scan, process data and retrieve information

-          You should be able to report on and assess written or spoken information in the media

-          You should extend your vocabulary on the main topic: alternative energy

-          You should be able to express your opinion in writing and speech

-          You should be able to work independently

-          You should be able to work in a group

-          You should be able to work with dictionaries on the computer  

·         Materials

 -          Textbook unit 4, pages 2, 3, 6, 7, 8 and 9.

-          Use the website <www.howstuffworks>.

-          Use an on-line dictionary  <http://www.m-w.com/> and grammar <http://www.edufind.com/english/grammar/subidx.cfm>.

-         Look for additional materials (articles, video and audio tapes) on alternative energy.

·         Assignment

 In dit gedeelte geeft de leerkracht een beknopte beschrijving van de taak. Waaruit bestaat de taak en wat moet de leerling doen? Hierin verwijst hij naar mogelijke tasksheets.

 

  1. Every student reads both articles first.
  2. Then do the 6 tasks on vocabulary and reading comprehension together, so that everyone in your team knows all the words and the contents of the articles.
  3. Next write two tests for other students (true/false, fill in). Each test should have 6 items. Check out the tests with members of another team.
  4. Then choose 4 of the 5 open tasks.

·         Timing and planning

Hier geeft de leerkracht aan in welke week de taak start, in welke week de taak afgesloten wordt en hoeveel uren de (gemiddelde) leerling naar zijn inschatting nodig heeft om de taak uit te voeren.

Your teacher will tell you how many lessons you will get for doing the tasks and preparing for your tests.

Bovendien geeft de leerkracht aan, waarmee de leerling bij zijn planning van de werkzaamheden rekening moet houden. Er wordt namelijk van de leerling verwacht, dat hij (een gedeelte van) de planning zelf maakt.

It is important to spend twenty minutes on planning while filling in the Contract and the Action Plan first.

-          who will do what?

-          how much time will you spend on each task?

-          how will you study the articles?

-          how will you pass through information to the other students?

-          who will bring extra materials like ads, videos, songs, articles?

-          whose completed set of task sheets will be handed in? Make sure you all have a completed version too.  

e.g.  One of you could do the class talk, one could write tests, another one could do the video recordings or look up the words and explain their meaning to the others. Each of you could do two or more tasks. Present your work to the others and correct each other.

 ·         Evaluation

 Bij toetsen vermeldt de leerkracht wat, wanneer, en op welke wijze getoetst wordt.

 -                    Prepare for tests on vocabulary (incl. spelling) and contents of the articles in Unit 4 on pp. 2, 3, 6, 7, 8, 9. You will be tested on all vocabulary and contents of the articles.

 -                    Fill in the evaluation sheets and find out whether you achieved the aims and whether you processed the work and communicated efficiently.

 

Bij zelfstandig werk zijn de studiewijzers vaak gedetailleerd en zal de leerkracht voldoende steun bieden, zowel bij de planning als bij het afbakenen van de leerstof. De leerlingen gebruiken bij het uitvoeren van hun opdrachten de aangereikte didactische hulpmiddelen en corrigeren zichzelf aan de hand van sleutels die de leerkracht verschaft.

In de Engelse vakliteratuur betekenen de termen autonomous learning, independent learning of task-oriented learning echter bijna altijd zelfstandig of zelfverantwoordelijk leren. Oudere leerlingen leren, alleen of in groep, zelfstandig hun tekorten opsporen door middel van een leerstijlenonderzoek of een sterkte/zwakte-analyse (SWOT (Strenghts, Weaknesses, Opportunities and Threats) Analysis). Ze dienen een leertaak te plannen en een leerpad uit te tekenen, hun leerproces te organiseren en te timen, het nodige leermateriaal en de nodige didactische hulpmiddelen te kiezen, de kwaliteit van hun taalproducten te evalueren en te reflecteren over het afgelegde leerproces, zowel over dat van zichzelf als over dat van hun medeleerlingen. Dat alles gebeurt in fases:

Oriëntatiefase:

een onderwerp bepalen

De leerling kiest een onderwerp: hij overlegt met zijn coach en grasduint in de bibliotheek, op het internet, enz.

De leerling formuleert de onderzoeksvraag en bakent het onderwerp af:

§         Deelvragen

§         Werkwijze

§         Informatiebronnen

§         Presentatievorm

§         Plan van aanpak

Onderzoeksfase:

informatie verwerven en verwerken

De leerling stelt een plan van aanpak op.

Hij raadpleegt informatiebronnen, beoordeelt, bewerkt en selecteert.

Hij voert het onderzoek uit.

Hij maakt het ontwerp.

Ontwerpfase:

voorbereiding van de presentatie

De leerling ordent en verwerkt de informatie en maakt een voorlopige versie van het eindproduct.

Presentatiefase:

De leerling presenteert zijn definitief eindproduct.

Evaluatiefase:

De leerling beoordeelt zelf alle fases in het leerproces.

De leerkracht, coach of mentor geeft raad, moedigt aan, begeleidt en helpt organiseren. Hij geeft de leerling vertrouwen en creëert een motiverend klimaat.

Nieuwe vaardigheden

De didactiek van het zelfstandig werken en van het zelfstandig leren houdt in dat de leerlingen nieuwe vaardigheden oefenen. Zo leren ze binnen de sociale vaardigheden communicatiestrategieën toepassen, coöperatief leren, werk verdelen en organiseren, efficiënt informatie doorgeven, opinies en gevoelens bespreken, standpunten verdedigen en vergaderingen leiden. Daarnaast ontwikkelen ze metacognitieve denkvaardigheden  en verwerkingsvaardigheden, waarbij ze informatie opzoeken, verwerken, uitwisselen en presenteren en probleemoplossend, creatief leren denken. Het is overigens noodzakelijk dat ze daarbij ICT-vaardigheden oefenen, waarbij ze elektronische (verklarende en vertalende) woordenboeken, grammatica’s, naslagwerken en hulpmiddelen leren gebruiken. Ten slotte leren ze de kwaliteit van wat ze bereikt hebben evalueren, zowel van zichzelf als van de medeleerling, en reflecteren ze over het afgelegde leerproces in evaluatievaardigheden en reflectievaardigheden.

Een open leeromgeving

De nieuwe vaardigheden kunnen best ontwikkeld worden in open leeromgevingen waar leerlingen zelfstandig opdrachten uitvoeren. In heel wat scholen worden daarom open leercentra of studiehuizen gebouwd en begint men – onder andere als invulling van de vrije ruimte - studietijd te voorzien waarin leerlingen zelfstandig aan de slag kunnen. De didactiek van het zelfstandig leren is immers sterk resource-driven, wat betekent dat er toegang moet zijn tot een aangepaste infrastructuur. Idealiter bestaat een dergelijke ruimte uit een centrale mediatheek, een aantal computerwerkplekken, een stilteruimte voor geconcentreerd individueel werk en fluisterzones voor pair work en groepswerk. Beschikt de school over geen leercentrum, dan pleiten we voor de inrichting van vrij grote taalklassen waar leerlingen kunnen werken in groepjes, per twee of alleen en kunnen beschikken over een aantal computers met geluidsweergave. In sommige scholen kan men door een herverdeling van het bestaande computerpark al heel wat dergelijke lokalen inrichten. Zelfstandig werken betekent niet dat de leerlingen in volledige stilte zouden werken en met mekaar niet zouden mogen overleggen. In dat geval zouden spreek- en luistervaardigheid immers onvoldoende aan bod kunnen komen. Bovendien is het oefenen op een aantal sociale vaardigheden en denkvaardigheden maar mogelijk wanneer leerlingen met mekaar kunnen beraadslagen.

 

1. The Reception desk

8. Computer help sheets

2. Technician's Room

9. Televisions and video players

3. Reading Materials

10. Audio Cassettes

4. Newspapers

11. The Language Laboratory

5. Language Computers

12. English Cassettes with Books

6. English Materials

13. Noticeboards

7. Foreign Language Materials

14. Photoboard

Het Self-access centre van University College , London .

David Gardner and Lindsay Miller hebben in hun boek Establishing Self-Access 5 een lijst samengesteld met mogelijke bronnen die in een centrum voorhanden zijn: naast kranten en tijdschriften zijn er toeristische brochures, posters, handleidingen, promotiemateriaal van luchtvaartmaatschappijen en oude handboeken terug te vinden. Overigens beschikken we voor Engels over uitstekende ICT-hulpmiddelen on line, wat de aanschaf van woordenboeken, grammatica’s, tijdschriften, kranten, cassettes, video’s en oefenmateriaal vaak overbodig maakt. Hieronder volgt een lijst van bruikbare ICT-middelen op het web. Het is evenwel niet duidelijk hoelang zij nog gratis beschikbaar blijven.

Verklarende woordenboeken voor leerlingen

-                    Merriam-Webster on line (collegiate version), een eenvoudig maar overzichtelijk woordenboek met thesaurus. http://www.m-w.com

-                    Encarta World Dictionary, duidelijke interface. Registreren is nodig als je de thesaurus wil gebruiken. http://encarta.msn.com/encnet/features/dictionary/dictionaryhome.aspx

-                    Dictionary.com. Een betrouwbaar, stabiel en uitgebreid woordenboek met heel wat voorbeeldzinnen en etymologische gegevens. Voor gevorderden. www.dictionary.com

Vertaalwoordenboeken voor leerlingen

-                    Interglot: uitstekend vertaalwoordenboek met thesaurus (inclusief antoniemen) en verbuigingen. http://www.interglot.com/

-                    Eurodicautom: woordenboek voor vertalingen van en naar het Engels, Nederlands, Spaans, Italiaans, Duits, Latijn en Frans met ingebouwde thesaurus. Dit woordenboek is moeilijk, omdat de woorden binnen een professionele context aangeboden worden. http://europa.eu.int/eurodicautom/Controller

Grammatica

-                    The Education Resources: een bruikbare en eenvoudige grammatica met overzichtelijke kaders, geschikt voor eerste en tweede graad. Bevat een plaatsingstest. http://www.edufind.com/english/grammar/subidx.cfm

Oefensites op grammatica en woordenschat

-                    LearnEnglish: website van K. Janssens uit Mortsel. Bevat oefeningen op grammatica, spelling en woordenschat voor de eerste en tweede graad. http://learnenglish.be 

-                    University of Victoria, Columbia: de Canadese makers van Hot Potatoes ontwikkelden oefeningen op grammatica, leesvaardigheid, woordenschat en schrijfvaardigheid. Er zijn 5 niveaus en een grammaticale index onder Extra. http://web2.uvcs.uvic.ca/elc/studyzone/index.htm

-                    Leo Jansegers: oefensite voor grammatica en woordenschat voor de derde graad. http://www.smic.be/smic5022

Luisteroefeningen

-                    Randall's Listening Lab: lange en korte luisteroefeningen op drie niveaus. Vergt Real Player 8. http://www.esl-lab.com

Uitdagingen

Professor Bruce Morrison van de Hong Kong Polytechnic University deed onlangs een onderzoek naar de efficiëntie van het open leercentrum binnen zijn instelling en kwam daarbij tot enkele merkwaardige bevindingen. Hij observeerde en noteerde gedurende een zekere tijd de leerhandelingen en de reacties daarop van alle stakeholders van zijn centrum. Met stakeholders bedoelde hij de gebruikers (studenten), de docenten, de mentoren, de coördinatoren, de technische ploeg, maar ook de docenten die nooit in het centrum kwamen. Eerst en vooral stelde hij vast dat de leerhandelingen die hij bij de learner observeerde heel divers waren: het nieuws downloaden van het internet, een  woordenboek on line consulteren, een gids raadplegen, een handleiding bestuderen, het wegschrijven van informatie naar een eigen hotmail-adres. Er bleek daarbij geen vaste leermethode te bestaan. De meeste leeractiviteiten waren resource-driven en op vaardigheden gericht. Morrison stelde vast dat het vooral receptieve vaardigheden waren die in zijn open leercentrum werden beoefend, met name luisteren en lezen, terwijl de meeste stakeholders verkeerdelijk dachten dat er in het open leerhuis vooral werd gepraat en geschreven. Een studie van Gardner en Miller uit 19976 toont aan dat 88 % van de leeractiviteiten receptief is en dat deze verhouding uiteindelijk niet veel afwijkt van wat zich in de ‘klassieke’ les voordoet. Nochtans is die inschatting niet correct omdat in het open leercentrum wel degelijk geschreven wordt, maar dan op een alternatieve wijze. De leerlingen zetten weinig zaken op papier, maar zoeken tekstuele informatie op via skimming en scanning, sorteren, passen aan en schrijven hun tekst weg naar eigen adressen. Thuis worden de knipsels dan min of meer bewerkt en vervolgens uitgeprint. De schrijfvaardigheid wordt in die zin wel degelijk beoefend, maar niet op de klassieke manier, meer als een vorm van process writing op basis van bestaande corpora.

Volgens Morrison werd de efficiëntie van het leergedrag door de verschillende stakeholders  heel verschillend ingeschat. Sommige stakeholders omschreven de leeractiviteiten als flip-flop learning met weinig aandacht en veel tijdverlies. De betrokken studenten omschreven datzelfde leergedrag als fun, prettig maar ook verrijkend, vooral wanneer ze in groep konden werken. Het verschil in perceptie tussen de gebruikers van het open leercentrum en de observerende docenten komt wellicht voort uit een zeker wantrouwen vanwege deze docenten. Zij zijn immers altijd gewoon geweest als bron, als referentie en als norm te fungeren, terwijl van hen nu gevraagd wordt om alleen tussen te komen wanneer dat nodig is. Het is dan ook normaal dat zij het uittesten en het experimenteren met leeractiviteiten met de nodige scepsis bekijken. Binnen de nieuwe didactiek kunnen de leerkrachten het leerproces nog wel beïnvloeden, maar het niet meer controleren. Bovendien zijn ze vaak verplicht voort te gaan op vormen van peer-evaluation en zelfevaluatie en ook dat vergt van hen een hele aanpassing.

Het grootste probleem dat Morrison vaststelde is dat er vanwege de learner behoefte bleef bestaan aan consistente en duidelijke feedback. De meerderheid van zijn studenten had het gevoel dat de feedback op het gepresteerde werk niet voldeed of zelfs helemaal ontbrak. Hoewel het belang van werken in het open leercentrum door geen enkele stakeholder in vraag werd gesteld, werd hier toch gepleit voor efficiënte ondersteuning van de coach. Die zal voldoende houvast en feedback moeten blijven geven, bijvoorbeeld door te werken in twee fasen waarbij hij eerst een aantal taken of opdrachten voorziet rond een vastomlijnd corpus van leermateriaal waarvan productevaluatie mogelijk blijft, om vervolgens over te gaan tot meer open en creatieve opdrachten.

1 FROST, D.; DURRANT, J.; HEAD, M.; HOLDEN, G., Teacher-Led School Improvement, Routledge, 2000.

2 KESTEN, C., Independent Learning, Saskatchewan Education, 1987.

3 SHEERIN, S., Self-Access, Oxford University Press, 1989.

4 DICKINSON , L., Self-instruction in Language Learning, Cambridge University Press, 1987.

5 GARDNER, D.; MILLER, L., Establishing Self-Access, 1999.

6 GARDNER, D.; MILLER, L., A Study of Tertiary Level Self-Access Centres in Hong Kong , Project Series, 1997.