Sint-Amandscollege
 

Historisch: Geschiedenis

De Frans-Belgische Moeren, gesitueerd tussen Veurne en Duinkerke, vormen tegenwoordig een uitgestrekt depressie van ± 3.500 hectare goede landbouwgrond. Als gevolg van hun laaggelegen ligging worden ze constant door elektrische molens droog gehouden. De Moeren bestonden tot het begin van de jaren 1600 uit meren, namelijk de Kleine Moeren en de Grote Moeren. De moerasgebieden waren vooral in de zomer een bron van onheil voor de lokale bevolking, er hokte allerlei soorten geboefte en de moerassen zelf waren een broeihaard voor ziekten en ongedierte.

Maar toen Albrecht en Isabella aan de macht waren sprongen in heel Europa droogleggingsprojecten als paddestoelen uit de grond. Overal werd land op de zee gewonnen en natuurlijk mochten De Moeren hier geen uitzondering op zijn. Albrecht en Isabella toonden sterke interesse om De Moeren droog te leggen maar namen zelf geen initiatief. In plaats daarvan wilden ze stimulerend optreden door de ondernemers van de droogmaking grote voordelen te geven bij de exploitatie van de nieuwe gronden. Lange tijd vonden ze niemand die de taak op zich wilde nemen, maar uiteindelijk vonden ze de geschikte man.

Wenceslas Cobergher was reeds een tijd als ingenieur van het hof aangesteld en terwijl hij nog bezig was met andere projecten gaf hij in 1616 Bruno Kuyck de opdracht de droog te leggen gebieden in kaart te brengen.

Wenceslas Cobergher

Cobergher startte de eigenlijke droogleggingswerken in 1620 met de aanlegging van de ringdijk rond het droog te leggen gebied. Hierdoor kon het water dat uit de omringende polders kwam niet langer de meren inlopen. Er werden 2 dijken gebouwd, één om elke moere. Het Clytgat werd gekanaliseerd en verbond als zodanig de grote Moere met de kleine Moere. Ook de afvoer naar zee werd geperfectioneerd door het bouwen van 22 vijzelmolens langs de ringdijk.

In 1622 kwamen de eerste gedeelten van de meerbodem vrij en in 1626 kwam de definitieve drooglegging. Op 17 december 1627 verklaarde Koning Filips IV van Spanje De Moeren geschikt voor weiden en vetweiden.

In de jaren 1640 van de 17e eeuw werden de Moeren opnieuw onder water gezet om een verdedigingsgordel te vormen rond de belangrijke militaire havenstad Duinkerke. Pas in 1646 kon weer aan droogmaking worden gedacht. In 1646 waren de Moeren opgesplitst in 2 gedeelten: De Franse Moeren en de Vlaamse Moeren. Dat kwam omdat het huidige Vlaanderen toen onder Oostenrijks gezag stond.

De Grote Moeren

Graaf D' Hérouville kreeg toestemming om de Franse Moeren droog te leggen, en dat deed hij met succes. Na de succesvolle drooglegging van de Franse Moeren vroeg hij bij het Oostenrijks bestuur de toestemming om ook de Vlaamse Moeren te mogen droogleggen.

In 1760 kreeg hij daarvoor de toestemming en 6 jaar later was ook de drooglegging van de Vlaamse Moeren een feit. De opnieuw droge Moeren werden verkaveld en verkocht.

In 1770 vond er een dijkbreuk plaats waardoor de Moeren eens te meer onder water kwamen te staan. D' Hérouville gaf het werk op en Vandermey, de Hollandse schuldeiser van de Compagnie D' Hérouville, werd als nieuwe concessionaris aangesteld. In 1780 legde hij zijn plan voor de derde droogmaking van De Moeren voor aan de Franse en Oostenrijkse vorsten. Hij deed enorme investeringen in het aanleggen van nieuwe dijken, maar zonder resultaat. In 1790 ging Vandermey bankroet. In 1787 sloot Vandermey een akkoord met een zekere Courtois voor een nieuwe drooglegging. Deze onderneming kende wel succes. In 1793 en 1798 werden De Moeren opnieuw door een dijkbreuk getroffen maar het leegpompen verliep vlot waardoor er geen grote problemen ontstonden.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bewezen De Moeren eens te meer hun strategische waarde. Albert I verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog veel in de Moeren en toen de Duitsers het vliegveld van Koksijde uitschakelden werd er een nieuw aangelegd in de Moeren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zetten de Geallieerden tijdens hun terugtocht in de helse meimaand van ’40 De Moeren slechts gering onder water om de snel oprukkende vijand te vertragen. Maar in ’44 zetten de Duitsers de sluizen volledig open waardoor De Moeren volledig onder water kwamen te staan met zout water. Na de oorlog werden de Moeren met kalk bewerkt en het duurde tot 1950 eer de schade hersteld was.

Ik hoop dat deze tekst u een goed beeld gaf van de geschiedenis van de Moeren. Deze tekst is echter beknopt en mocht je meer informatie willen kun je mij altijd contacteren.

© 2002 door Dieter van Holder, Sint-Amandsinstituut Kortrijk