Sint-Amandscollege
 

Sociologisch: Vlemsch

Frans-Vlaanderen is dat deel van Frankrijk dat in de zeventiende eeuw tijdens de regering van de Franse Koning Lodewijk de 14de is veroverd. Sinds die gebiedsdelen onder Frans (cultureel) gezag kwamen werden het plaatselijke Nederlands en iedereen die die taal in het openbaar sprak gediscrimineerd.

Op school werden kinderen gestraft voor hun on-Franse tongval. Tot op de dag van vandaag wordt de plaatselijke Nederlandse taal, het 'Vlemsch' geminacht door de autoriteiten, met als gevolg dat het oorspronkelijk spreken van deze Dietse taal op sterven na dood is. De Franse staat kent een lange geschiedenis van actieve, egalistische natiebouw. In het beeld van één groot Frankrijk met één taal en één cultuur en grandeur, met de politiek van Assimilation als middel om dit doel te bereiken, waren gemeenschappen van oorspronkelijk anderstaligen, van niet-Fransen, binnen de staatsgrenzen van de Hexagone eerder een hindernis in plaats van een culturele verrijking.

Het Vlemsch van het Département Nord-Pas-de-Calais is een randstreek van Frankrijk, dus daar vindt men een minderheidstaal. Kijk naar de rest van Frankrijk, waar in de geografische en staatkundige marges van het land autochtone etnische minderheden wonen; aan zee heeft men gepoogd de Bretoense Kelten steevast te verfransen waardoor thans het Bretoens slechts een schim is van wat het was; in de aan de Middellandse Zee grenzende streek van de Roussillon zijn er Catalanen die er hun identieke Rossellones spreken, maar het aantal sprekers van dit Catalaans is sterk afgenomen. In de Elzas is het Elzassisch - in feite een Duitse taal - met grote inspanning verdrongen naar enkele kleine dorpen en slechts de monden van oudere mensen; noordelijk van Thionville werd er nog Luxemburgs - in feite Moezelfrankisch - gesproken.

Thans niet meer. Het is duidelijk dat de grensgebieden zijn veroverd op anderstalige landen en volkeren en dat de eenheidsdwang van het Frankrijk in de 20ste, 19de en 18de eeuwen omvangrijke culturen heeft uitgedund.

Maar de Franse regering ziet nu in dat het van een enorme rijkdom getuigt wanneer er binnen de landsgrenzen autochtone minderheidstalen en -culturen bestaan. Bretoense, Elzassische en Catalaanse taal- en cultuurorganisaties ontvangen geldelijke steun van de regering om hun taal te behouden en uit te bouwen. Dit is zeer goed nieuws want zo voelt men zich niet een vreemdeling in eigen land en zal de taal zich zelfs kunnen uitbreiden omdat in deze tijden van Europa-wijde herwaardering voor plaatselijke culturen en talen het hebben van een plaatselijke kleurrijkheid een rijkdom en bijzonderheid is.

De eigen cultuur is niet langer een hindernis maar een verdienste. De houding jegens de autochtone Vlamingen in Frankrijk is ook versoepeld. Deze zullen zich op meer terreinen thuis kunnen voelen en zo zouden ze zich verdienstelijk kunnen maken voor de natie. Maar deze versoepeling is slechts van cultureel belang voor volkeren als de Bretoenen, Elzassers en Basken. Niet voor de Vlamingen. Hoe kan dat?

Het typische Nederlands als cultuurtaal van die streek kan niets van de regering verwachten omdat deze taal niet - zoals het Bretoens en het Elzassisch - wordt geassocieerd met een plaatselijke minderheidstaal, maar met de taal van een vreemde mogendheid, t.w. België en Nederland.

Niettemin is de Franse regering er onlangs toe over gegaan in het noordelijke departement het Nederlands als taal te onderwijzen op de scholen, zoals dat ook met Duits en Engels het geval is. Doch de cultuurtaal Nederlands, de plaatselijke autochtone vorm, is helaas terugedrongen tot een aantal van vijftig- tot honderdduizend sprekers. Het zal niet lang duren of het Vlaams is effectief met de grond gelijk gemaakt.

Is het Bretoens in Bretagne verdrongen naar de kliffen en kustlijn van dit bijzondere schiereiland, het Vlemsch is slechts nog een curiosum tijdens carnaval of in kleine dorpen waar oudere mensen een gezellig, koddig patois bezigen dat eigen is aan de vriendelijke Vlaamse streek. Dit Vlemsch is in feite een restant van een veel grotere streektaal die onmiskenbaar deel uitmaakte van de noordelijker gesproken dialecten in westelijk België en westelijk Nederland.

© 2002 door Dieter van Holder, Sint-Amandsinstituut Kortrijk