Ontwikkeling van de Belgische grensarbeid in Noord-Frankrijk.
· In het midden van de 19de eeuw stelt de industriële activiteit in Vlaanderen weinig voor. Het grootste deel van de bevolking verdient zijn brood via de huisnijverheid. Bijna de helft van de bevolking leeft in armoede.

Typisch beeld van de dagelijkse trek over de grens.
Bemerk rechts de industrie in het Franse Wervik.
· De industrialisatie van Noord-Frankrijk kent in die periode zijn opgang. In 1884 komt in Wervicq-Sud het eerste groot bedrijf: de spinnerij Cousin Frères. Tal van nevenbedrijven rijzen er als paddestoelen uit de grond. Vraag naar arbeiders stijgt.
· Vlaamse arbeiders gaan gretig in op de “uitnodigingen” van de Noord-Franse patrons. Vlaamse emigranten gaan wonen waar het werk voor het grijpen ligt en waar een goed loon kan verdiend worden. In 1886 zijn rond de 500 000 Belgen naar Frankrijk getrokken. 300 000 leven in het departement van het noorden.
· Een Franse wet van 1889 bepaalt dat kinderen geboren op Frans grondgebied automatisch de Franse nationaliteit krijgen en zo onder de Franse dienstplicht vallen. Dit is voor vele immigranten een doorn in het oog en velen keren terug naar België waar de dienstplicht nog niet bestaat.
· Met de uitbouw van een dicht spoorwegennet verbeteren de verplaatsingsmogelijkheden aanzienlijk en nu verschijnen de “pot d’burres”. Elke maandag trekken zij vanuit België naar de Franse bedrijven en keren pas de zaterdag terug naar huis. Hun boterpot, die hen de spotnaam “pot d’burre” bezorgt, is onafscheidelijk van de gewone voedingsmiddelen die ze naar Frankrijk meenemen. Onze arbeiders logeren met 4 tot 5 in een gehuurd kamertje in de Noord-Franse industriesteden.
· Na de Eerste Wereldoorlog doen de Franse industrieën opnieuw beroep op de Belgische arbeiders om de Franse oorlogsverliezen goed te maken. Rond 1927 werken er 100 000 Belgische “frontaliers” of grensarbeiders die elke dag met de fiets of per bus Frankrijk binnentrekken. De West-Vlaamse grensgemeenten zien hun inwonersaantal dan ook fors stijgen. Zo is één vierde van de bevolking van Moeskroen grensarbeider.
· Rond 1960 vermindert het aantal grensarbeiders snel. Men vindt werk in Vlaanderen, de Franse arbeiders worden talrijker en de Spanjaarden nemen de plaats van de Belgen in. In 1965 zijn in de Franse Leiegemeente Bousbecque de eerste Spaanse en Portugese gastarbeiders gehuisvest.
Bronnen: Wervik-Wervicq, 1993 en L. SCHEPENS, Van Vlaskouter tot Franschman, 1973.