Welkom op de site van het 5de ASO van het
Instituut Mater Amabilis van Wervik

 

 

De leerlingen van het 5de ASO van het Mater Amabilis Instituut van Wervik belichten in deze site een stukje Frans-Vlaanderen dat meestal vergeten wordt: de Leiegemeenten Zuid-Wervik en Bosbeke. Getuigend van een rijk industrieel verleden liggen deze oorspronkelijk Vlaamse gemeenten vandaag in een groene oase gepriemd tussen de Belgische verstedelijkte Leiestreek en de groeiende Rijselse megalopolis.

Bijgaande kaart toont de evolutie van de taalgrens.



Voor 1967 omschrijven de onderzoekers Pée en Vanackere het gebied in Noord-Frankrijk waar nog Nederlands wordt gesproken als de streek rond Bergues (St.-Winoksbergen), Cassel (Kassel) en Hazebrouck (Hazebroek) en de strook ten zuiden van de Leie tussen Wervicq-Sud en Halluin (Halewijn). Enkele kilometers meer naar het westen bezit de Franse gemeente Deulemont nog altijd een Vlaamse naam verwijzend naar de monding van de Deulerivier.
Wervicq-Sud, ontstaan uit een afscheuring van het Vlaamse Wervik, bleef in de loop van de 19de eeuw nog grotendeels nederlandstalig. Ook in  Halluin was het Vlaams vroeger de spreektaal. De oudste kerkregisters, armentafels en documenten uit de 16de eeuw zijn er in het Vlaams opgesteld. Met de massale immigratie van Vlaamse arbeiders in de 19de eeuw werd de Vlaamse aanwezigheid in beide steden nog versterkt. Ook Bosbeke werd zo terug vlaamser.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruik van het Nederlands op school en in openbare plaatsen bij wet verboden en zo komt het dat vandaag enkel de oudste inwoners nog Vlaams spreken.

(bronnen: A-M FOULON Histoire de Halluin uit 1903; Wervik-Wervicq uit 1994, Beschavingen 5 uit 1993).