|
"En luizen, luizen ...! Ik heb
nog gewassen voor een sergeant. Op een dag bracht hij een hemd mee. Als
ik het hemd ging was-sen, je zag het wikkelen van de luizen. Ik zei tegen
die sergeant, ge moet niet meer komen. Ik ben die luizen nú nog gewaar.
Aan de Blinker (tegen
Dranouter-dorp) stond er een grote wasserij. Daar werkten er veel
vrouwen. De spullen van de soldaten werden in de damp gestoken, niet
gekookt want het was wolachtige stof. Daarna werden hun kleren ge-droogd.
De luizen waren dan dik-wijls nog niet allemaal dood."
Emma Beerlandt |
|
|
|
|
"Avec notre rapprochement du front nous retrouvons
les rats toujours en grande quantité. Ah! les sales bêtes. Dans notre
carrée se trouve une clochette. La nuit dernière un loustic y a attaché
une ficelle avec un bout de viande. Alors, toute la nuit on pouvait
entendre din, din, din, les rats ve-nant mordre le bout de viande et
faisant tinter la clochette."
Victor Christophe |