Start algemeen interactief getuigenissen
steden
nationaliteit
communicatie
obus
ontspanning
dood
slagveld
vluchtelingen
humor
verwonding
desertie
vrouw
hygiëne
auteurs
   

Verwoeste steden

 

 

"Ik zie nog altijd Belle voor mijn ogen, lijk dat we daar beland zijn in april van '19. We kwamen met heel onze bende van Lisieux, waar dat we in april van '18 gevlucht waren. De trein bracht ons met pak en zak tot in Belle. Belle lag aan onze voordeur. Daar gingen we naar de markt. Ik hoor moeder nog altijd zeggen: 'We zijn verschrikkelijk zwaar geladen, we gaan een voiture vragen om ons naar huis te voeren.' Ja, voiture.
Als de trein stopte, we zagen een klein houten barakje in een grote hoop vuiligheid en stenen. Daar was niets meer overgebleven van die schone stee. De statie, d'huizen, de kerken, 't steehuis, 't lag al in stukken en brokken. De route was opengesneden, de markt was niet meer te herken
-nen. Hier en daar zag men een mens bezig in de stenen te zoeken of een huizekotje te timmeren met planken en platen. Waar dat je liep, de ratten sprongen weg voor je voeten.
Op de Zwarteberg, onze herberg lag in puin. We vonden nog een stuk van 't ensing. 't Was Au Bon Brasseur. We sliepen om te begin
-nen in de kelder waar dat de soldaten een soort abri gemaakt had-den. Achter een beetje zak-kengoed lagen we daar, en de muizen piepten rond onze oren."

Marie Beck

   
 

"Somme-Tourbe a été détruit et l'on a rétabli un toit plat sur des maisons où il ne restait que 4 murs. L'ensemble forme un effet impossi-ble à décrire. ces quelques maisons avec de nombreux baraquements forment le petit village que nous avons vu si florissant."

Victor Christophe