Begijnhof

Sint-Amandsinstituut

Als onderpastoor verbonden aan de Walburgis parochie in Brugge raakte Gezelle in persoonlijke moeilijkheden. Zijn huishoudster roddelde, de plaatselijke liberale pers viel hem aan en hij raakte overspannen door het vele werk als onderpastoor en als katholiek journalist. Terwijl hij recupereerde bij een bevriende deken in Kortrijk, ontruimde zijn zuster op vraag van de Bisschop de pastorie in Brugge. Er kwam een nieuwe onderpastoor in Brugge en Gezelle werd onderpastoor van de O.L. Vrouwparochie in Kortrijk (20 september 1872). Bovendien verbood het bisdom hem nog langer journalistiek werk te verrichten. Gezelle herstelde en begon weer te dichten.
Hieronder vind je een gedicht dat eerwaarde heer Guido Gezelle geschreven heeft in Kortrijk. De tekst gaat over Eugenie Haesebrouck van Iseghem. Guido Gezelle heeft dit gedicht geschreven ter gelegenheid van haar inwijding in het Prinselijke Begijnhof der Wijngaardplaatse te Brugge.
Begijnhof Kortrijk
Beggijntjes, beggijntjes,
ons Heeren lieve kindtjes,
aanveerd een nieuwe plant,
in 't vruchtbaar wijngaardland,
en ziet maar al te maal dat ze in uw blijde hoven
omleege wortels schiete en vruchten drage al boven.

Beggijntjes, beggijntjes,
Coletjes en Kathrijntjes,
Boos Iseghem heeft pront
nog goeden wijngaardgrond;
't bewijs daarvan is hier met lijf en ziel vandage
gekomen en aanveerd: 'k wil da 'k er tiene zage!

Beggijntjes, beggijntjes,
de strekskens en de lintjes,
dit heeft ze laten staan
en neerstig afgedaan:
nu moet gij haar verkleên in nieuwe en schoone kleeren
wel na 't fatsoen gemaakt en naar de sneê ons Heeren.

Beggijntjes, beggijntjes,
geen poufs meer, nog bottijntjes,
nog rokken met volants,
met passement daarlangs:
een wijde en schoone schurs, heel vol van charitate,
die vage langs den schoor, maar nooit meer achter strate.

Beggijntjes, beggijntjes,
hier stoppe ik nu al fijntjes
met dezen laatsten lap
mijn lied en mijn geklap:
Boos Iseghem u heeft een Haessebroucq'sche scheute,
ik heb het lied gedicht; hebt gijlder nu de leute!
1886 , GG


 

Begijnhof Kortrijk

Aan de voet van de Sint-Maartenskerk te Kortrijk ligt het begijnhof St.-Elisabeth, gesticht in 1238, een van de rustigste plaatsjes dichtbij het centrum van de stad. Vroeger was het begijnhof omringd door een kasteel, de stadswallen en het kerkhof van de St.-Maartenskerk. Zwaar beschadigd tijdens de Guldensporenslag (1302) werd het herbouwd in 1315. Het begijnhof werd andermaal vernield in 1382 en in 1684. In wederopbouw bestaat het begijnhof vandaag uit ongeveer 40 kleine huisjes uit de 17de eeuw. Het beeld op het binnenplein is dat van gravin Johanna van Constantinopel, beschermvrouwe van het begijnhof.




Het huis met de dubbele trapgevel uit 1649 was dat van de grootjuffrouw . Het huis is nu een museum. Het leven van de begijnen wordt er tentoongesteld. In het begijnhof vinden we eveneens een merkwaadige traptoren, de hoektoren van de vroegere St.-Annahal. Deze hal werd gebouwd in 1682. Aanvankelijk deed het gebouw dienst als verpleegzaal. Net boven de ingang prijkt een beeld van de Heilige Maagd Maria. Later deed het gebouw dienst als school voor arme kinderen. Tijdens de Franse Revolutie werd er een hospitaal in ondergebracht. Tussen 1400 en 1500 woonden er 46 begijnen in het Kortrijkse begijnhof. Rond 1631 klom hun aantal tot 137.

In het begijnhof staat een kapel uit 1464 die van 1764 tot 1768 grondig verbouwd werd, waardoor barokelementen werden bijgevoegd bij de oorspronkelijke gotische stijl Deze Sint-Mattheuskapel herbergt een oud interieur met o.m. een altaar uit het einde van de 18de eeuw en een 17de-eeuws schilderij van een onbekende meester. Ook vinden we hier drie interessante beelden van vóór 1500 en een orgel , waarschijnlijk gebouwd door Pieter Medaert in 1678 . Een wandeling door de steegjes brengt u langs de "grote zaal", de "kleine kapel" en langs dit stille oord.

bronvermelding
http://breughel.ufsia.ac.be/~fdumorti/gezelle.html
http://www.ccim.be/courtrai/kortn5B4.htm
http://www.kortrijk.be/kortrijk/toerisme/monument.htm

Terug naar boven.©