New poem

Handelsonderwijs Burgerschool

Keerselucht
(of Sente Threse)

’t Is keerselucht vandage:
aan iedereen ik vrage,
vertelt entwaar een klucht;
van spoken of van geesten,
van menschen of van beesten;
vandage is ’t keerselucht.

’t Zijn dieven overal, ’t zijn zwarte mannen;
ik heb er twee zien staan,
aan ’t hoekske van het plein, te samenspannen;
‘k en durve aldaar niet gaan.

Wat hoore aan de deure ik altijd buischen;
’t zijn dieven; moord en brand!
Ze komen altegaar ons kotje uitkuischen;
’t en doet, het is de wind, o kleen verstand!
‘ik ben zoo verschrikt:
mijn herte kikt!

Ik heb een spook gezien, in witte doeken,
Met oogen rood als vier,
Dat uit het kerkhof kwam, al neerstig zoeken
Den rechten weg naar hier;
Een keten had het meê, die sleepte een ende
En ruttelde in het stof;
Het docht mij dat ’t mij kende.

Tut-tut het is een boom, die waait in ’t hof.
‘k ben zoo verschrikt:
mijn herte kikt.

Zwijgt, zwijgt, en laat mij u die moord verhalen,
Die gister is gebeurd;
Ge zoudt er inderdaad uw dood aan halen:
Ze zijn vaneen gescheurd,
En alle twee gesneên, gekapt, gekorven,
Gebeenhouwd en gebraân.
Daar is hij: ‘k ben gestorven?

Neen, neen, ’t is Natus, met zijn slaapmuts aan!
‘k ben zoo verschrikt:
mijn herte kikt.

gdkeerse1a.jpg (53580 bytes)
gdkeerse1b.jpg (43246 bytes)