Interview met Lieven Debrauwer

Handelsonderwijs Burgerschool

Lieven Debrauwer, geboren en getogen Roeselarenaar is stilaan zijn sporen aan het verdienen in de filmwereld. Nadat hij met zijn kortfilm Leonie in Cannes in de prijzen viel, kreeg hij de opdracht voor het Gezellejaar 'iets' met deze dichter te doen. Het werd een hommage aan Guido Gezelle. De film Dichten... wat is dichten dan? staat bovendien borg voor een indrukwekkende cast. Delphine Dewulf en Laurent Tytgat hadden volgend gesprek met Lieven Debrauwer. Op de set van 'Dichten... wat is dichten dan?
Op de set van "Dichten... Wat is dichten dan?" (foto Norbert Maes)

Eind november mocht u een "Fonske" in ontvangst nemen, een soort Oscar voor de uitstraling die u geeft aan het Vlaamse culturele erfgoed. Wat is uw reactie hierop?

LD: Het is natuurlijk allemaal heel fijn als je zoiets kan krijgen op mijn leeftijd. Je staat er eigenlijk altijd een beetje alleen voor, en op dat heel boeiende pad is er heel veel onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen gezaaid. Als je dan op die manier een bevestiging krijgt of een erkenning omdat je het Vlaamse land op die manier een beetje vertegenwoordigt, dan geeft dat moed.

Is die prijs een beloning voor uw Gezellefilm?

LD: Eigenlijk niet. Dat Fonske, was enkel voor de uitstraling van Leonie. Het feit dat hij in het buitenland goed onthaald werd en dat hij in Cannes een prijs gewonnen heeft, vond men in Vlaanderen wel leuk.

Hoe bent u zelf op het idee gekomen een film over Guido Gezelle te maken? Was u in uw middelbare schooljaren vertrouwd met deze dichter?

LD: Heel sporadisch, denk ik, net als jullie. Ik kende een paar citaten uit het werk van Gezelle, maar daar bleef het bij. Toen ik in het eerste jaar in het Klein Seminarie zat heb ik ooit Boerke Naas van buiten moeten leren. En ik herinner mij nog levendig dat ik het achteraf nog eens heb voorgedragen. Maar veel meer wist ik niet over Gezelle, behalve dat ik elke dag langs een standbeeld passeerde toen ik in het Klein Seminarie studeerde.

Na het festival van Cannes werd ik uitgenodigd op het stadhuis van Roeselare. De Schepen van Cultuur vond dat ik iets moest doen met Gezelle in het kader van het Gezellejaar. Ik kreeg de volle steun om een film te maken, en zo ben ik in contact gekomen met een paar mensen, die meer wisten te vertellen over Gezelle.

Wordt uw prent ook een eerbetoon aan Gezelle?

LD: Zeker. Dat was mijn uitgangspunt. Het moest een film zijn met respect voor zijn werk en zijn persoon. Vandaar dat ik met mensen gepraat heb die het werk van Gezelle beter kennen en begrijpen, en die mij ook duidelijk uitleg konden geven over de essentie van de gedichten die ik wou gebruiken.

Waarin ligt volgens u Guido Gezelles grootste waarde?

LD: Zijn waarde ligt vooral, in wat zijn sterkste kant was: hij speelt met klanken. Als hij vogels beschrijft bootst hij hun klanken na met woorden.

Blijkbaar waren de acteurs die u voor uw kortfilm aansprak meteen enthousiast. Hebt u daar een verklaring voor?

LD: Ja. Ik had ze het scenario gestuurd en ze hebben mij allemaal gezegd dat het heel mooi was. Ik denk dat het vooral komt door het feit dat ik eigenlijk niet rechtstreeks het dichtwerk of de gedichten gebruik en daar gewoon beeldjes opzet, maar dat ik die via personages die ik gecreëerd heb naar buiten laat komen. Het is heel dankbaar voor een acteur, als hij niet alleen een gedicht moet lezen of brengen, maar dat hij een personage mag spelen die het gedicht om duidelijke redenen, met een heel sterke motivatie brengt en eigenlijk soms speelt. Er zijn zelfs een paar personages geschreven op acteurs. Er zijn wel een paar rollen waarover ik een beetje onzeker was, maar uiteindelijk heb ik altijd zelf de knoop doorgehakt.

Waarom kiest u nu voor bepaalde acteurs? Waarom kiest u bijvoorbeeld Chris Lomme en niemand anders?

LD: Voor mij is het heel belangrijk dat ik kan werken met mensen die ik al eens heb zien spelen en die ik goed vind. Ik ga bijvoorbeeld met Chris Lomme ook een langspeelfilm draaien. En daarom vind ik het interessant als ik met die mensen al eens iets gedaan heb in een kleiner project, die Guido Gezellefilm bijvoorbeeld. Chris Lomme vind ik een schitterende actrice. Met Dora van der Groen bijvoorbeeld heb ik al 2 films gedraaid. Ook Dora werkt mee aan de langspeelfilm. Ook zij is schitterend in haar rol. Voor de rest zocht ik acteurs die het personage zo goed mogelijk konden invullen. Senne Rouffaer paste fysiek wonderwel bij een bepaald personage, en kon ook gemakkelijk in die gedachtenwereld stappen. Kwam er nog bij dat Senne Rouffaer zelf ook een Gezelleliefhebber is. Dat is dus alleen maar mooi meegenomen. Een aantal acteurs waren echt wel geïnteresseerd in het feit dat ze aan zo'n project omtrent Guido Gezelle konden meewerken. Tine Ruysschaert bijvoorbeeld werkt nu aan een CD-opname, voor haar was het zeer dankbaar dat ze ook in de film zogezegd met die CD voorkomt. Op de set van 'Dichten... wat is dichten dan?

Op de set van "Dichten... Wat is dichten dan?" (foto Norbert Maes)

Voor de muziek koos u onder meer voor Will Ferdy?

LD: Een nummer van Will Ferdy komt erin voor, maar de film werd op muziek gezet door Marc Maes. Hij heeft ook twee stukjes geschreven voor een harp. Ik heb ook aan Willem Vermandere gevraagd of hij een stukje van Guido Gezelle op muziek wou zetten. Dat heeft hij trouwens op een heel fijne en een heel typische manier gedaan. Ik vond dat ik iets in de film moest brengen dat bestaat en dat leeft onder de mensen. Ik dacht dat het werk van Will Ferdy tamelijk populair is. Er zijn mensen die daar voor zijn, er zijn mensen die daar tegen zijn

 

Hebt u het scenario zelf geschreven?

LD: Inderdaad. Het is ontstaan uit een selectie van enkele gedichten waar ik iets mee wou doen. Dat heb ik gedaan in samenspraak met professor Johan van Iseghem, toch een autoriteit op het vlak van Guido Gezelle. Michiel De Bruyne, een historicus uit Roeselare, heeft ook heel wat interessante verhalen verteld. Ik heb een selectie gemaakt van gedichten en daarrond een sfeertje gebouwd, hetzij met personages, hetzij met een paar beelden.

Waarom koos u voor een kortfilm?

LD: Ik maak een film en dat is tot nu toe altijd een kortfilm geweest. Dat is gewoon spontaan gebeurd. Als je echt voor een kortfilm zou kiezen dan is het gewoon omdat je enerzijds denkt dat je met dit concept voor een film geen publiek een anderhalf uur lang kan fascineren. Vandaar dat je het kort houdt: 18 minuten, een kwartier. Anderzijds zit er ook een financiële reden in. Als je een langspeelfilm draait, dan spreekt men direct van 40-50 miljoen en dat was echt niet haalbaar.

Waar hebt u gefilmd?

LD: We hebben hoofdzakelijk gefilmd in Roeselare. Ik vond het idee wel goed dat we in die stad zouden filmen waar Gezelle toch een belangrijke periode uit zijn leven heeft doorgebracht, en het feit dat de stad Roeselare toch wel een flinke duit in het zakje doet vond ik toen ook wel belangrijk. Ook om praktische redenen natuurlijk: het is altijd veel beter dat je alle opnames concentreert in één stad of in één plaats, op één locatie. Ik heb om artistieke redenen de verplaatsing gedaan naar de KULAK in Kortrijk, naar een tabakswinkel in Wevelgem en naar een klankstudio in Zedelgem. Daar werd het klankdecor opgezet: een radio die speelt op de achtergrond, vogels, wind. Dat zijn dingen die niet op de set zelf zijn opgenomen.

Wanneer verschijnt de film op de markt?

LD: Dichten … wat is dichten dan? gaat in première op 24 februari in het cultureel centrum De Spil. Op woensdag 3 maart is er een tweede voorstelling voor het grote publiek.

Hartelijk bedankt voor dit gesprek.

De film is op video verkrijgbaar in elke Standaard Boekhandel en in de Gezelleshops (Roeselare, Brugge, Kortrijk). Op de video staat (na de film, die 18 minuten duurt) nog de reportage Lieven maakt het Gezelleg (een kijkje achter de schermen, duur 11 minuten) van Jan Viaene over het maken van de film.