Internet in het godsdienstonderricht
|
"Mediageletterdheid
of 'digitale geletterdheid' wordt een van de basisdoelstellingen
van het onderwijs van de oekomst. Handelingsstrategieën om met de
nieuwe media om te gaan... zijn grote uitdagingen aan het onderwijs
en het vak r.-k. godsdienst in het bijzonder."
Leerplan r.-k. godsdienst gewoon secundair onderwijs, Licap 2000,
blz. 42.
|
Jongeren en internet: een vanzelfsprekend verbond!
Op de Thomaswebpagina
- www.godsdienstonderwijs.be
- lezen we: "Jongeren zijn het meest vertrouwd met het internet.
Zij worden grootgebracht met het medium en hebben het leven zonder internet
niet gekend. Door de toenemende democratisering van het medium is internet
voor hen even onmisbaar geworden als de televisie een tiental jaar geleden."
Het nieuwe leerplan voor het godsdienstonderwijs in Vlaanderen hecht veel
belang aan de beginsituatie van de leerlingen. Hier vinden we een van
de meest voorname antwoorden op de vraag: 'Waarom moet het internet gebruikt
worden in het godsdienstonderwijs?' Het internet is niet meer weg te denken
uit de leefwereld van jongeren. Het tienernetwerk verloopt zeer sterk
via internet: internet = tienernet.
Vele uren van hun (vrije) tijd worden achter de computer doorgebracht.
Ze komen er in contact met allerlei visies, levensbeschouwingen en waardepatronen.
Een brede waaier aan indrukken komt hier op hen af en daagt hen uit.
Iedere internetgebruiker
weet echter dat niet alle informatie die op het internet verspreid wordt,
overeenkomt met de werkelijkheid. Waarheid en illusie lijken vaak niet
te onderscheiden. Bovendien creëren jongeren een eigen gespreksruimte
op internet over alles en nog wat. Een eigen taal en waarheid ontwikkelt
zich. Om deze en andere redenen is het belangrijk dat jongeren worden
uitgenodigd tot een gesprek over de mogelijkheden en kansen van het internet,
maar ook over de problemen en de bedreigingen die ermee verbonden zijn.
De leerkracht die de beginsituatie wil ernstig nemen kan niet langs internet
heen.
Godsdienst en Internet, een
heilzaam verbond?
In zowat alle religies,
godsdiensten en levensbeschouwingen kent men hiërarchisch geordende waarheden
en waarden. Internet is echter bij uitstek een platte organisatie. Op
het world wide web kunnen alle (kerkelijke) personen en instanties naast
elkaar hun aanbod doen. Iedereen kan er zijn waarheid kwijt of construeren.
De paus en de bisschoppen kunnen wat zeggen, maar met één klik ben je
bij de kritische basisgemeenten of new agers. Voor de niet levensbeschouwelijk
of theologisch geschoolde surfer zal het niet meteen evident zijn welke
site nu 'gezag' heeft. Het gezag zal voor een deel afhangen van de opmaak
van de site en het gezag dat de bezoeker er zelf aan toekent. Beeld en
klank als verpakking van waarheid maken soms meer indruk dan de boodschap
zelf. Toch kunnen we niet ontkennen dat internet een rijke bron is voor
wie met een kennersoog zoekt thuis te geraken in religies, levensbeschouwingen
en godsdiensten. Bovenop vind je er hoe mensen en organisaties levensbeschouwelijk
omgaan met levensvragen, actuele kwesties en maatschappelijke uitdagingen.
Wel is waar wat je hier en daar in toenemende mate hoort: de mediatechniek
schept een illusie van neutraliteit en objectiviteit voor alles wat aangeboden
wordt. Het postmoderne pluralisme dat daardoor ontstaat is mogelijk vervlakkend
en nodigt je niet meer tot keuzes uit. Een 'kwalitatief pluralisme' kan
wel, maar vraagt dus wel heelwat inspanning. Veelheid is geen ramp, integendeel.
Paulus was op de areopaag (Hnd 17, 16-33) ook slechts één van de vele
stemmen, en was Jezus zelf ook niet één van de vele 'profeten' en rabbi's
van zijn tijd? Belangrijk is dat de vraag 'Wie zeg jij dat Ik ben?', voldoende
sterk klinkt en doordringt. Concluderend
kan je minimaal stellen dat mensen met een zin voor het religieuze van
internet gebruik maken om hun mate van verbondenheid met de geloofsgemeenschap
te versterken. Ze gebruiken het web in hun religieuze zoektocht of praktijk.
Voor anderen is het internet een plaats waar je op een eenvoudige en directe
wijze kennis maakt met heel wat facetten van het kerkelijke leven, waardoor
er ook persoonlijke contacten zullen ontstaan (inter-netwerk).
Mgr. E. de Jong verwoordt
het als volgt: "De pastorale noden en interesses van mensen zijn
immers zeer divers van aard. En sommige daarvan kunnen via internet best
worden gevoed en zelfs -- voorlopig althans - verzadigd. Mijn voorstel
zou zijn: gebruik internet waarvoor het goed is: het uitwisselen van informatie
en het leggen van contacten. Maar biedt tegelijk de real life follow-up
aan." Hij
stelt eveneens: "De mogelijkheid tot vrij aanbod is echter niet slechts
negatief. Platte organisaties kunnen zeer stimulerend zijn voor het ontwikkelen
van eigen initiatief en verantwoordelijkheid. Eigenlijk is het geweldig
dat op deze manier elk kerklid, elke gelovige aangesproken wordt op zijn
of haar eigen missionaire verantwoordelijkheid. Hier geldt bij uitstek
ook het solidariteitsbeginsel, dat stelt dat alles wat op een lager niveau
kan gebeuren ook daar moet gebeuren. Dit opent ongekende mogelijkheden
om het internet te verzadigen van goede katholieke sites en de blijde
boodschap!"'The
medium is the message' luidt het terecht één van de meest geciteerde inzichten
in het medialandschap. Elk medium is immers op een bepaalde manier bezig
om de oorspronkelijke boodschap óf reducerend óf uitvergrotend en in ieder
geval buiten de oorspronkelijke context door te geven. Dit betekent meteen
dat een goed en heilzaam gebruik van bepaalde media afhankelijk
is van de ontvanger, de context en de aard van de boodschap die we via
het medium
willen communiceren.
Het internet is heel zeker een nieuw 'forum' in de Oudromeinse betekenis
van een publiekruimte
waar politiek en handel wordt bedreven, waar God wordt vereerd, waar een
groot deel van het sociale leven van de stad zich afspeelt en waar zowel
het beste als het slechtste in de mens in beeld komt. Je ontdekt aanvankelijk
internet als bron van informatie en ontspanning, maar algauw betaal je
ook je rekeningen en plan je de familiereis. Je luistert er naar muziek,
kijkt film en voor je het beseft ben je ook betrokken in een community
of communio. Het internet is m.a.w. net zo goed als de stadsmarkt een
drukbezochte en bruisende plaats, die zowel uiting, bron als drager van
cultuur is. Uiteraard
zijn internet en godsdienst niet zomaar compatibel. Het gaat in beide
om iets anders. Internet is: openbaar, 'alles kan', democratisch relativerend
en afstandelijk. Het bevat louter technische regels, waarheid en leugen.
Internet is virtuele en digitale ontmoeting. Godsdienst gaat voor: mysteriegevoeligheid,
het heilige, waardenhiërarchie, waarheid, geboden, betrokkenheid. Godsdienst
is reële en analoge ontmoeting.
School(vak) en internet:
een leerrijk verbond?
De leerkracht centraal
en vooraan in de klas? In de nabije toekomst zal dit klassieke beeld vervangen
worden door een multimediale onderwijsleeromgeving waarbij leerlingen
en leerkrachten kunnen kiezen uit combinaties van media bij het uitvoeren
van studietaken - al dan niet vastgelegd in een contract.
Ook de klas wordt stilaan meer en meer een elektronische leeromgeving.
Het doel daarbij is leerlingen een reeks instrumenten aan te bieden om
het leerproces te verdiepen/verbreden en te bevorderen. Internet
is/wordt meer en meer een deel van het onderwijs- en leergebeuren. Het
is immers een krachtige informatieomgeving (1), een handzame interactieomgeving
(2) en een mogelijke doe-omgeving (3).
Informatieomgeving:
Naast het didactische exposé, schriftelijke studiemateriaal, videoprogramma,
documentaire e.a. is hypertext een nieuwe belangrijke informatiebron.
De sterkte van het internet is de toegang tot een reeks van multimediale
bronnen gaande van tekst tot webpagina's, powerpointpresentaties, geluidsbestanden,
foto's, video's. Het zal je niet verbazen dat het aantal religieuze sites
op het internet enorm is. Het woordje 'seks' en het woord 'god'strijden
om de eerste plaats. ) Wie veel surft heeft het al lang gezien: je hebt
oasesites (o.a.kerkelijke sites, maar niet alleen kerkelijke) (ook www.oase.nl
bestaat), veilige plaatsen en wegen waar (jonge) mensen met een gerust
hart naartoe kunnen surfen. De aanwezigheid van vuilnishopen (er bestaan
bv. haatsites) is blijkbaar ook noodzakelijk! Hoedanook, internet geeft
toegang tot een schitterende en spannende wereld met een sterk informerende
en vormende invloed. Niet alles daarbinnen is echter veilig, heilzaam
en waarachtig. De essentie van het internet is bovendien dat het een welhaast
oneindige stroom informatie biedt, die voor een groot deel in een mum
van tijd voorbijkomt. "Internet brengt voor de jeugd op ongewoon
jonge leeftijd een immens potentieel binnen bereik. Daarmee kunnen ze
goed doen en schade berokkenen aan zichzelf en aan anderen. Het kan hun
leven meer verrijken dan vroegere generaties konden dromen en hen in staat
stellen op hun beurt het leven van anderen te verrijken. Het kan hen ook
meesleuren in consumptisme, pornografische en geweldfantasieën en een
pathologisch isolement." ) Wie surft, suft best niet. De stimulans
tot kritisch luisteren, diepere gedachten, reflectie en communicatie ontbreekt
dan wellicht. Op http://www.sip.be/godsdienst/links/links.html vind je
enkele honderden wegwijzers naar boeiende webpagina's zowel op het vlak
van informatieverstrekking, als i.v.m. informatievergaring en informatieuitwisseling.
Interactieomgeving:
Naast de reeds klassieke werkvormen als onderwijsleergesprek, groepswerk,
computerondersteund groepswerk, vormt samenwerken via internet een nieuwe
uitdaging. Communicatie is uiteraard een zeer belangrijk aspect in een
'levensbeschouwelijke leergemeenschap'. E-mail, mailing lists en discussion
boards leveren mogelijkheden voor (a-) synchrone communicatie. Voor directe
online-communicatie is er chat, whiteboarding,... Het is hier dat de interactie
plaatsvindt die leidt tot het 'samenwerkend of coöperatief leren'. Leerlingen
communiceren met mekaar, discussiëren, zien mekaars standpunten en bijdragen,
stellen vragen aan mekaar of de leerkracht. Door het internet kan én de
leerling én de leerkracht contacten leggen die hij/zij anders nooit zou
hebben. Het feit dat mensen door middel van het internet hun contacten
kunnen verveelvoudigen op een manier die tot voor kort ondenkbaar was,
opent aldus fantastische mogelijkheden. Maar ook hier enkele belangrijke
vragen: Hoe baan je je een weg van het soort contact dat door het internet
mogelijk wordt gemaakt naar de diepere vorm van communicatie die het levensbeschouwelijke
gesprek vereist? Hoe bouwen wij voort op de eerste contacten en uitwisseling
van informatie die door het internet mogelijk worden gemaakt? "Paradoxaal
genoeg kunnen de krachten die een betere communicatie kunnen bewerkstelligen
echter ook tot toenemend egocentrisme en vervreemding leiden." Internet
kan mensen verenigen, maar hen ook verdelen, zowel als individu als ook
als elkaar wantrouwende groepen gescheiden door ideologie, politiek, bezit,
etniciteit, generatieverschillen en zelfs religie. Internet werd al agressief
gebruikt, bijna als oorlogswapen en men spreekt van het gevaar van 'cyberterrorisme'.
Doe-omgeving
Huiswerk met internet als bron en de computer als werktuig kan mooi
werken zijn. Het aanmaken van een eigen webpagina, het oprichten van een
communitie, het invullen van een logboek. Het zijn slechts enkele van
de vele mogelijkheden voor de leergroep. Ook de leerkracht vindt er een
doe-omgeving met interessante mogelijkheden: leerfiches, jaarplannen en
jaarverslagen, schoolagenda, evaluatierapporten e.a.. Geen
enkel medium op zich garandeert echter automatisch effectief leren bij
de leerlingen. Internet (en ICT) kan een krachtige leeromgeving worden,
maar is het niet per definitie! Het internet kan nooit de face-to-face
leeromgeving vervangen. Belangrijk
is in dit alles klein te beginnen en steeds verder te groeien.
Enkele mogelijkheden:
Overvraag dus je zelf
niet en overvraag ook de school en de leerlingen niet. Ondervraag evenmin.
Stap voor stap kan een hele weg afgelegd worden.
- op school
de waarde van internet als onderwijs- en leeromgeving verkennen
en bespreken;
- zelf ter
voorbereiding van lessen iets opzoeken (beeldmateriaal, artikels,
informatie, …);
- leerlingen
een concrete zoekopdracht geven (een dossiertje laten samenstellen
bv. rond naamgeving, rond een figuur, rond een sekte, elk één
organisatie laten voorstellen die zich inzet voor sociale rechtvaardigheid,
...);
- leerlingen
regelmatig interessante internetadressen doorgeven;
- kennis
(laten) maken met digitale versies van de bijbel en andere levensbeschouwelijke
bronnen;
- leerlingen
een module uit een onderwerp laten samenstellen (vb. rond een
bepaalde gemeenschap);
- leerlingen
laten samenwerken via een opgebouwde e-mail rond een (levens)vraag;
- leerlingen
in groep een powerpointpresentatie laten maken rond een item (vb.
rouwrituelen in verschillende godsdiensten);
- leerlingen
laten werken in een virtuele community rond levensbeschouwelijke
communicatie;
- leerlingen
betrekken in de opbouw van het jaarplan via e-mail;
- een digitale
steekkaart evaluatie per leerling/leergroep;
- een digitale
steekkaart levensbeschouwelijke beginsituatie per leerling/leergroep;
- leerlingen
een digitale portfolio doorheen het jaar laten aanmaken;
- leerlingen
krijgen een overzicht van de "basisvragen" binnen de
terreinen die in hun klasgroep van toepassing zijn. Via een quick
vote duiden zij aan welke onderwerpen en vragen hen nauw aan het
hart liggen;
- leerlingen
zoeken op het net naar bruikbare impulsen bij de door hen aangeduide
basisvragen;
- leerlingen
maken een eigen homepage. Naast hobby's en eigen interesses kan
er ook plaats gemaakt worden voor belangrijke personen in je leven,
voor vrienden en familie. De homepage moet een werkelijk beeld
geven van wie de vernoemde personen echt zijn;
- leerlingen
maken een klaswebsite. Hier kan je vertrekken vanuit de individuele
homepages. Deze site moet een beeld geven van de verscheidenheid
die er in de klas bestaat. Door de website zal de eenheid in verscheidenheid
duidelijk worden.
- leerlingen
beoordelen een chatruimte met liefde en partnerschap als gespreksonderwerp.
Wat is de aantrekkingskracht van dergelijke chatruimtes? Weten
de deelnemers wie de gesprekspartner echt is?
Is de gebruikte taal aanvaardbaar binnen de thematiek van liefde?
- leerlingen
werken rond Jezusbeelden. Welke Jezusbeelden vind je op het internet
terug?
Zoek vijf verschillende voorstellingen van Jezus op het net (tekst
en/of beeldmateriaal). Met welk doel wordt een beeld van Jezus
geschetst? Wat is de boodschap van deze site? Tot welk publiek
richt deze site zich? Verschilt Jezus, zoals Hij op het net wordt
voorgesteld van de voorstelling die over algemeen binnen de Kerk
wordt geschetst? Leg deze vraag - eventueel per e-mail - voor
aan de websites van verschillende christelijke geloofsgemeenschappen.
- virtuele
schoolkapel: Een virtuele ruimte in het verlengde van de betekenis
van de reële schoolkapel.
Dit kan op vijf manier werken:
- als stiltecentrum waar regelmatig vernieuwde meditatieve teksten
en kunst leerlingen laten mediteren
- als klaagmuur waar leerlingen hun hartenkreten, twijfels en
gebed kwijt kunnen. Er kan zelfs een link naar webcam op de "echte"
klaagmuur komen.
- als gedenkplaats met aandacht voor de religieuze feesten en
gedenkdagen; zo worden leerlingen bewust van het belang van vieren
en gedenken als algemene en religieuze uiting van verbondenheid
- als vreugdeboek waarin de positieve levenservaring woord, beeld
en klank krijgt
- en als actiepagina ten behoeve van sociaal-maatschappelijke
doelen als de Vastenactie of de Vredesweek.
- naar school
gaan in andere landen en continenten! Zoek naar voorbeelden van
schoolsystemen in andere landen en vergelijk die met het schoolsysteem
bij ons. Zoek naar andere onderwijsvormen in ons land. Welke plaats
krijgt het godsdienstonderricht in andere schoolsystemen? Wat
zijn de gevolgen van de stiefmoederlijke behandeling van het onderwijssysteem
- bvb in ontwikkelingslanden - op het leven van kinderen nu en
in de toekomst? Trek een conclusie na deze vergelijking
|
Leraar en internet: een werkzaam
verbond?
Wanneer leerkrachten
gebruik willen maken van het internet in de godsdienstlessen dan is het
in de eerste plaats belangrijk dat zij een zekere kennis hebben van het
medium op zich.
Vaak is er een ongelijkheid tussen de kennis die de leerlingen hebben
over het internet en de kennis die de leerkracht heeft. Voor de meeste
leerlingen behoren termen als ICQ, FTP, MP3, browser, uploaden, chatten…
tot het dagelijkse taalgebruik. Indien leerkrachten de leerlingen willen
begrijpen dan moeten zij zich een zekere basiskennis van de gehanteerde
begrippen en gebruikte software eigen maken (cfr. Infra het nascholingsaanbod).
Voor het gepaste gebruik van het internet dien je vooraf te beschikken
over voldoende basiskennis over een bepaald onderwerp. Deze voorkennis
is belangrijk zodat de nieuwe informatie die het internet aanbiedt, kwalitatief
kan beoordeeld worden.
Wil men bijvoorbeeld iets te weten komen over het boeddhisme, dan moet
men reeds beschikken over een zekere basiskennis over het boeddhisme.
Heeft men deze basiskennis niet dan zal een zoekopdracht een overvloed
aan informatie bieden, die men niet naar waarde kan beoordelen. Misschien
is het ook aan te raden vooraf in klas te peilen naar hun mogelijkheid
en bereidheid om met dit medium te werken. Bij een 'ja' kan je polsen
naar de internetcapaciteiten van de leerlingen en vragen wie medeleerlingen
met mindere internetkennis wil coachen. Zo kan je groepen opbouwen die
op het vlak van internetkennis evenwichtig zijn.
Ook nadien
is gepaste begeleiding noodzakelijk om het verzamelde materiaal te evalueren.
We kunnen er immers niet van uit dat op het internet ook veel irrelevante
informatie beschikbaar is.
Een ander belangrijk punt is dat er een concrete dialoog wordt gevoerd
over wat men via het internet heeft geleerd. Anders dreigt men ten prooi
te vallen aan een fictieve wereld van cyberspace zonder dat men deze nog
verbindt met de werkelijke realiteit.
Kortom: leraren godsdienst zullen hun leerlingen als een goede gids dienen
te begeleiden. de leerkracht wordt opgevorderd bedacht te zijn op de "kairos":
het goede moment in de pedagogische eenheid- of lesgebeuren. Dat is het
moment dat de ontmoeting/interactie/ conversatie in de leergroep de ruimte
tussen de leerling en het Woord zeer vruchtbaar maakt en de leerling beslissende
inzichten en ervaringen opdoet. Het vertrouwen op de bedachtzame verantwoordelijkheid
van de leraar en het op scherp staan van zijn geest en aanvoelen zijn
in dit alles zeer belangrijk.
Vak r.k.-godsdienst en internet:
een veelzijdig verbond!
Twee manieren om
internet in de godsdienstles te gebruiken:
Lessen over internet
Een belangrijke vraag die in de godsdienstlessen over internet kan gesteld
worden is: 'Hoe kan het internet bijdragen tot een betere wereld voor
alle mensen?'
Naast de vele positieve mogelijkheden is het internet ook bron van onethisch
handelen. De ambigue verhouding tussen waarheid en illusie, de Virtual
Reality, …
Voldoende aandacht dient uit te gaan naar het waarheidskarakter van informatie.
Dit kan gebeuren door te zoeken naar de bron van de informatie. "Wie
verspreidt de informatie?" "Welke levensbeschouwing draagt deze
pagina uit?"
Ook wat religieuze
informatie betreft moeten leerlingen erop gewezen worden dat niet alle
informatie overeenstemt met de ware leer van een bepaalde religie. Rommel
moet gescheiden worden van interessant materiaal.
In cyberspace verandert de verhouding tussen tijd, ruimte en identiteit.
Op het net kan men zich een totaal andere identiteit aanmeten. De vraag
is wat de gevolgen hiervan zijn voor de werkelijke identiteitsontwikkeling.
Kan men zich nog laten raken door het werkelijk anderszijn van de medemens?
Welk gevaar bezit het 'lichaamloos' karakter van het internet?
De reflectie over
het medium op zich in de godsdienstlessen vormt juist het onderscheid
met de andere vakken. In de godsdienstles moet het sociale karakter van
het internet, enerzijds als verbindend en anderzijds als scheidend medium,
kritisch in vraag gesteld worden.
Lessen met internet
Zowel bij de lesvoorbereiding als in de les zelf kan internet gebruikt
worden als informatiebron, middel en medium. Hiervoor is het noodzakelijk
een goede werkstrategie uit te bouwen. Het zoeken van gepaste websites
voor een bepaald onderwijsdoel is een arbeidsintensief gebeuren. Het gebruiken
van kwalitatief goede websites zal het onderwijsleerproces sterk bevorderen.
Op de website www.sip.be/rkgodsdienst/interssante_sites.htm staat er een
verzamellijst van kwalitatieve webpagina's, bruikbaar voor het godsdienstonderwijs.
Het nieuwe leerplan
creëert heel wat ruimte (en werklast) voor de leerkracht én bij de planning
van een schooljaar én bij het opmaken van concrete lessen. Het leerplan
vraagt daarbij uitdrukkelijk collegialiteit en samenwerking. Niet alleen
inhoudelijk zijn er vele mogelijkheden, ook vormelijk kan veel. Zo veel
dat sommigen hun weg wat verliezen of moeilijkheden ondervinden bij het
uitwisselen van hun werk. In samenwerking met verschillende actoren en
instanties wordt daarom gezocht naar en gewerkt aan handzame instrumenten.
Niet hét instrument, geen must, geen doel, maar bruikbare middelen.
Ondermeer is er de droom gedeeld met vele anderen: de creatie van één
groot, kwalitatief webplatform voor godsdienstonderwijs in Vlaanderen,
van opleiding, klaspraktijk en beleid samen. Samen kunnen we deze grote
droom waarmaken. Vooral de website Thomas (www.godsdienstonderwijs.be)
biedt ons hiertoe de mogelijkheid: de rubriek 'Vraag en Antwoord', de
gedeelde 'Leerprojectfiches', de 'Communities', en het nog op te richten
'Uitwisselingsplatform'... Vandaar de oproep om even je tijd en aandacht
te richten op dit flexibel, gebruiksvriendelijk en dynamisch systeem van
online werken in de geest van het leerplan r.k.-godsdienst in het secundair
onderwijs volgens de nieuwe leerplannen.
Het systeem is gratis toegankelijk en ook bruikbaar binnen de lerarenopleidingen.
Alvast een keer het vorderingsplan proberen: http://www.kuleuven.ac.be/thomas/leerkracht/vorderingsplan/index.htm
Uit praktisch alle gesprekken blijkt, dat mensen (ook leerkrachten dus)
graag internet raadplegen en consumeren, maar zelf - wellicht uit te grote
bescheidenheid en onzekerheid - weinig binnenbrengen. Nergens wordt nochtans
gevraagd naar afgewerkte modelproducten. Integendeel: juist in de actieve
samenwerking dient kwaliteit nagestreefd.
Jij en internet: een nieuw
verbond!
Werken met ICT?
| Positieve
redenen om wél met ICT te beginnen: |
Deze
zijn fout maar niet dodelijk: |
En
deze redenen zijn fataal: |
- omdat je
weet dat leerlingen er
mee leven en ook in onderwijs er recht op hebben;
- omdat je
overtuigd bent dat leerprocessen belangrijker zijn dan het overdragen
van kennis;
- omdat je
aangestoken bent door een groep enthousiaste collega's;
- omdat je
internet ervaart als een goed uitwisselings- en ontmoetingsplatform
rond levensvragen en
levenswijsheid;
- omdat je
onderwijs wil geven dat aansluit bij wat er nu gebeurt en niet
bij wat actueel was toen
jij zelf studeerde.
|
-
omdat
de anderen het ook doen;
-
omdat
het moet van hogerhand;
-
omdat
er computerlokalen en/of computers zijn die moeten renderen;
-
uit
nieuwsgierigheid;
-
omwille
van de variatie;
-
omdat
je de eerste wil zijn - dat lukt trouwens toch niet meer;
-
omdat
computers je hobby zijn.
|
- omdat je
denkt een rustiger leventje te zullen hebben;
- omdat je
denkt dat je daarmee eer en aanzien zult verwerven;
- omwille
van besparingen;
omdat je het lesgeven moe bent.
|
Tenslotte
Een inhoudelijke
wenk
Er worden in onze cultuur weinig verhalen verteld, en er wordt weinig
geluisterd. Er zijn zo weinig kansen voor jongeren om te leren luisteren
- en ook om te leren vertellen! - dat we die kansen in het onderwijs,
zeker in het godsdienstonderwijs, niet mogen laten voorbijgaan. De leraar
verteller blijft belangrijk, een activerende narratieve didactiek blijft/wordt
een sleutel voor het levensbeschouwelijk leren van jongeren in en aan
de werkelijkheid.
Een praktische
wenk
Op dit ogenblik vragen de technische middelen zelf nog veel aandacht.
Dit geldt zowel voor de software (toepassingen) als voor de hardware (toestellen).
Die aandacht dient dus in vermindering gebracht van de tijd die naar de
inhoud gaat. Misschien is het juist om die reden ook goed te blijven mikken
op een 'papieren document' als dit enigszins kan. 'On-line' is niet per
se beter en makkelijker. De technologie moet ondergeschikt blijven aan
de techniek. Willen we echter in onderwijs en in het bijzonder in ons
vakgebied godsdienst, volwaardig actief kunnen zijn op professioneel vlak
dan moeten we stapsgewijs zoeken de ICT-component te beheersen. Nascholingscentra
intensifiëren de inspanningen om leraren vertrouwd te maken met ICT(-apparatuur).
Een uitdrukkelijke
vraag
Als in het vak godsdienst levensproblemen worden besproken moet dat zeer
sterk vanuit godsdienstig/levensbeschouwelijk standpunt gebeuren. Het
vak r.-k. godsdienst zou anders zijn eigen invalshoek loslaten. Dit is
dus een heel cruciaal punt. Als men feesten behandelt, arbeid, relatievorming,
huwelijk, sociale problemen of wat dan ook, zal men maar de eigenstandigheid
van het vak hoog houden, indien men telkens de interrelatie tussen een
gelovig standpunt - hier in casu vooral een christelijk standpunt -, en
de menselijke werkelijkheid bestudeert. Vermeden en voorkomen moet worden
dat het vak versmald wordt tot een louter gedragswetenschappelijk perspectief.
bronnen
We vonden inspiratie in gesprekken met vele leerkrachten, bij priester
Rik Cloet, in de thesis van Jonathan Beyaert, op de webpagina Thomas en
in de hoger vermelde bronnen.
Frans Essel
Jacques Michielssens
Joost Vandendriessche
|