Het belangrijkste
uitvoerapparaat is het beeldscherm, of monitor.
De grootte van het beeldscherm wordt diagonaal gemeten (cf. afbeelding).
De standaardschermgrootte was tot voor kort 15 inch (15 " afgekort), nu
is dat steeds vaker 17 inch. Ter
info: 1 inch is 2,54 cm (dus letterlijk 1 duim breed).


Behalve
het aantal inch, is ook de beeldresolutie van belang. De resolutie of het aantal beeldpunten per inch (afgekort : dpi,
dots per inch) bepaalt de beeldscherpte.
De kleurweergave
en de beeldresolutie worden bepaald door het scherm en de videokaart.
Standaard is nu een Super VGA-kaart die tot 800x600
punten, of pixels weergeeft in 24 bit kleur (=16 miljoen kleuren).
Een pixel ( 'picture elements') is één van de duizenden kleine puntjes op een beeldscherm of op bedrukt papier waaruit een afbeelding is opgebouwd (cfr. afbeelding).



Nog een groot verschil tussen schermen is de gebruikte technologie. Zo onderscheiden we:


foto van een grootbeeldprojector van het merk Nec (type dat bij ons op school gebruikt wordt).
De
matrixprinter wordt niet veel meer gebruikt, maar is goed genoeg om gewone
teksten of etiketten af te drukken als er niet veel belang moet gehecht worden
aan de kwaliteit. Een ander groot
nadeel is de geluidsoverlast die hij veroorzaakt tijdens het printen.
Op de afbeelding zie je de werking van een matrixprinter.
De printkop beweegt van links naar rechts.
In deze printkop bevinden zich naalden die het printerlint tegen het papier drukken.
Daardoor kan je merken dat alle letters uit puntjes opgebouwd zijn.

Inkjetprinters
hebben een beduidend betere afdrukkwaliteit dan matrixprinters.
Mits het geschikte papier kan je zelfs fotokwaliteit evenaren.
Net zoals bij matrixprinters worden ook hier puntjes op het papier gezet, maar in de plaats van naaldjes die tegen een lint drukken, wordt inkt doorheen gaatjes gespoten. Elk vel dat uit de printer komt moet dan ook even drogen. De printer heeft daarom meestal een speciaal opvangvlak waar de pagina even kan drogen. Het grote voordeel van deze printers is dat ze ook in kleuren kunnen printen.
De basiskleuren die gebruikt worden bij inkjetprinters zijn cyaan, magenta & geel. Men spreekt over de CMYK kleuren
foto van de 3 inkttanks die bij een CANON printer gebruikt worden (magenta, yellow, cyaan)

foto van een kleurenprinter van HP (deskjet 1220 c).
Een alternatief
voor de inkjetprinter is de bubblejetprinter.
Hier wordt inkt in de vorm van belletjes gespoten.

foto van een etikettenprinter
Laserprinters
worden vooral in bedrijven gebruikt, omwille van hun hoge (zwart-wit) kwaliteit,
snelle afdruk, geruisloosheid, en lage prijs per afdruk.
Ze zijn wel iets duurder in aankoop.
Er bestaan al een tijdje kleuren-laserprinters. Oorspronkelijk waren die zo duur (€ 12 500) dat het onbetaalbare luxeartikelen waren, maar tegenwoordig beginnen ze aan een sterke opmars in grote bedrijven. Een voorbeeld is de Epson AcuLaser C1000, (€1 800)

foto van een laserprinter van HP
Met combinatieprinters bedoelen we de combinatie tussen een copieerapparaat, een
printer, een scanner en een fax.
Hiernaast
zie je zo’n all-round apparaat. Het
is een ideale oplossing voor KMO’s en voor mensen die al die randapparatuur
nodig hebben en weinig ruimte over hebben op hun bureau.

foto van een all-in-one machine van HP
De pc wordt ook
gebruikt om muziek te beluisteren terwijl je aan het werken bent, of voor toepassingen
die te maken hebben met spraaktechnologie. Het klassieke output-medium
hiervoor zijn natuurlijk de geluidsboxen. Hieronder zie je een foto van 2 boxen
van het merk Philips, met vooraan aan-en uitknoppen en volumeknoppen.
Bij veel recente pc's worden de 2 boxen niet meer apart geleverd, maar
zijn ze standaard geïntegreerd aan weerszijden van het beeldscherm.

foto van 2 boxen van het merk PHILIPS