11.3 Hoe een netwerk tot stand brengen?
Van zodra 2 of méér computers met elkaar verbonden zijn kan je spreken van een netwerk. Dit gaat dus van een klein netwerkje thuis tot en met het grote internet.
De bedoeling van een netwerk wordt in de volgende 3 termen verduidelijkt:
Dankzij een netwerk kan je een randapparaat toegankelijk maken (of delen) voor meerdere pc's tegelijkertijd.
Zoek zelf eens enkele voorbeelden:
Mogelijke antwoorden:
- de ganse klas maakt bv. gebruik van één enkele printer
- alle medewerkers van een bedrijf kunnen op internet via één enkele modem.
- iemand op kot heeft een telenet verbinding, en dankzij een zelfgebouwd netwerk
kunnen de andere studenten ook toegang krijgen tot internet.
Dit refereert naar het delen van
bestanden voor verschillende gebruikers.
Zoek zelf eens enkele voorbeelden:
Mogelijk antwoorden:
- studenten die tijdens de les een opgave van het netwerk van de school halen.
- de medewerkers van de afdeling facturatie en van de verkoop die tegelijkertijd
gebruik maken van het klantenbestand.
Dit zijn programma's die via het netwerk deelbaar worden gesteld voor iedereen van de organisatie.
Zoek zelf eens enkele voorbeelden.
Mogelijke antwoorden:
- het boekhoudprogramma Excellent staat op de centrale bedrijfscomputer, en
alle medewerkers van de afdeling accounting kunnen daar gebruik van maken.
- een tekstverwerkingspakket zoals WordPerfect wordt één keer op de server geïnstalleerd,
en (afhankelijk van de instellingen) kunnen alle leerlingen van een klas daar
gebruik van maken.
We
onderscheiden 3 indelingen van netwerken:
·
geografische
indeling
·
topografische
indeling
·
software-matige
indeling
Datacommunicatie
is communiceren van data via de pc. Dat
communiceren kan op 2 niveaus gebeuren:
·
LAN: betekent een
klein netwerk
· WAN: betekent een groter netwerk
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
·
LAN = Local Area Network
• Communicatie van het snelle type
tussen computers.
• Netwerken die zich beperken tot
een afstand van 1 kilometer.
• Meestal gaat het om
bedrijfsnetwerken --> privaat
• Hoge datasnelheid
·
WAN = Wide Area Network.
• Trage transmissie
• Afstand is niet meer beperkt tot
enkele kilometers
• Koppelingen tussen
bedrijfsnetwerken (intranet)
• bekendste toepassing = INTERNET
• Lage datasnelheid
De verbindingen bij een groter netwerk verlopen via openbare
lijnen zoals telefoonlijnen of glasvezelkabel.
In het geval van Internet hebben we bv. een modem nodig om onze pc toegang
te verschaffen tot dit netwerk.

Het woord modem
is een samentrekking van 2 termen: moduleren en demoduleren.
Moduleren
betekent omzetten van digitaal naar analoog ; demoduleren is het omgekeerde.
De
computer stuurt dus digitale signalen naar de modem
waar ze worden omgezet in analoge signalen, die via een analoge lijn naar
een andere modem gestuurd kunnen worden. Daar
gebeurt dan de omgekeerde omzetting.
Er zijn
zowel interne als externe modems verkrijgbaar.
De snelheid
van een modem wordt uitgedrukt in bps of bits per seconde.
Tegenwoordig halen modems snelheden van 56 000 bps.
Het begrip baud wordt vaak verward met bps in deze context. Baud
heeft niets te maken met het aantal gegevens maar met de snelheid om
data (analoog dus) over te zenden.
Deze term wordt echter niet vaak meer gebruikt.
a)
bus-typologie
·
Meest eenvoudige en goedkoopste
netwerkstructuur
·
Hier gebruikt men meestal COAX-kabels
·
De ene computer is verbonden met de andere
·
Begint en eindigt met een T-stukje (50 Ohm) (Terminator)
NADEEL: Bij één kabelbreuk wordt alles uitgeschakeld

b) ster-typologie

·
Van elke computer wordt een kabel gelegd naar een centraal punt (De
HUB) (meestal Twisted pair kabels)
·
1 kabelbreuk = 1 pc uitgeschakeld
·
Veel bekabeling --> iets duurder
· je hebt een Hub nodig (zie 11.3.2).
c) ring-typologie
·
De ring-typologie
wordt minder frequent gebruikt
·
Er bestaan geen kabeluiteinden en dus ook geen terminators
·
1 kabelbreuk heeft geen effect op de werking (de computers
blijven verbonden)
·
Het uitvallen van 1 computer heeft wel grote gevolgen.
·
Meer anarchistische opbouw
·
Elke pc is zowel server als workstation
·
Onafhankelijkheid van de server
·
Héél complexe configuratie
·
Als bij één pc het netwerk niet werkt, dan kunnen ook alle andere
verbonden pc’s niet meer op het netwerk.
·
De server staat centraal
·
Verschillende workstations connecteren zich met server
·
Workstations halen software van de server
·
Eenvoudige installatie en lage hardwarebehoeften
Eenvoudige software
Om een netwerk tot stand te brengen heb je enerzijds een interface nodig, en anderzijds bekabeling. In deze volgorde worden ze ook besproken hieronder. Daarnaast wordt er ook meestal gebruik gemaakt van een Netwerk Operating System, zoals Novell, Linux, of Windows NT.
De
netwerkkaart vormt de interface tussen de pc en de bekabeling naar de andere
pc's. Je kan een klassificatie maken volgens verschillende criteria:
a) volgens de prijs en het merk
b) volgens het soort connectie
c) volgens de snelheid
Je kan al een netwerkkaart kopen van 25,00 EUR. Als je echter zeker wilt zijn van een goede kwaliteit op lange termijn koop je beter een netwerkkaart van een bekend merk, zoals 3COM maar dan hangt er wel een duurder prijskaartje aan vast.
Op de volgende af beelding zie je
een netwerkkaart met links een coax-kabel.
Rechts is er een opening voor een UTP kabel (zie verder).

foto van een netwerkkaart met links een coax aansluiting en rechts een UTP aansluiting.
c) de snelheid
Er
zijn kaarten van 10 Mbit/sec, en van 100 Mbit/sec.
Mbit/sec = Mega bit per seconde (miljoen bits).
Voor een laptop is er een speciaal type netwerkkaart: de PCMCIA kaart (Personal Computer Memory Card International Association), zoals je ziet op de volgende afbeelding:

foto van een PCMCIA netwerkkaart die half uit een laptop steekt.

foto van de PCMCIA kaart zelf.
Er zijn verschillende types bekabeling. We bespreken kort de volgende:
Dit type kabel was tot voor enkele jaren het meest gebruikte. Technisch gezien kan je die kabel het best vergelijken met de kabel voor TV distributie.
Enkele
kenmerken:
- de kabel kan niet rechtstreeks in de netwerkkaart, want er is een tussenstuk
nodig, dit noemt men een BNC-connector (of een T-stukje).
- bij het begin en het einde van het netwerk is er een terminator (of een stop)
nodig.
Voordelen
van het systeem:
- eenvoudig van concept en opbouw
- relatief goedkoop
- maximum afstand bedraagt 150 meter
Nadelen
van coax zijn:
- als er ergens één kabelbreuk is ligt het ganse netwerk plat...
- de max. snelheid is 10 Mbit/sec.
UTP
is de afkorting van Unshielded Twisted Pair. Dit is momenteel de meest gebruikte
kabel voor netwerken.

foto
van een UTP kabel die naar de netwerkkaart loopt.
Hieronder
zie je hoe diezelfde UTP kabel verbonden wordt met een ingebouwde connector
in de muur van een klaslokaal, waar die via interne bedrading verder verbonden
is met het netwerk van onze school.

In de nieuwste lokalen zijn er meerdere verbindingen naast elkaar voorzien, ingeval meerdere studenten tegelijkertijd met de laptop op het netwerk en dus ook op internet kunnen werken. Elke ingang heeft ook een nummer dat overeenkomt met een nummer op een switch, zodat snel kan nagegaan worden waar er ergens een fout is.

Je
kan 2 PC's met elkaar verbinden d.m.v. één enkele UTP kabel, die
noemt men dan een cross link kabel.
In dit geval moeten de verbindingen van de kleine kabeltjes in de stekker anders
gelegd worden (zie foto).

foto van een cross-link kabel & schema met uitleg
Van zodra je méér dan 2 pc's verbindt via dit type kabel heb je een Hub
nodig om de kabels met elkaar te verbinden.
Een Hub Is dus een centrale stekkerbus waar alle kabels van de verschillende
computers gecentraliseerd worden.
Deze stekkerbus is ook nog eens verbonden met de server, of met andere hub's
in een groter netwerk.

foto van een HUB van het merk 3com.
Op de voorkant zijn er allemaal kleine lampjes (LED's) voorzien die aangeven of een bepaalde verbinding al dan niet werkt. Op de achterkant zie je dan de connecties voor de UTP kabels.

foto van een SWITCH van CISCO SYSTEMS
Hieronder vind je nog enkele foto's van de kasten met de racks waarin de diverse HUB's en alle UTP verbindingskabels bevestigd zitten.



c)
glasvezelkabel
Het principe van glasvezel is dat data wordt doorgegeven via een lichtsignaal i.p.v. stroom, wat uiteraard veel sneller gaat. Deze kabels hebben dus ook geen last van electronische storingen. Dit type verbinding is wel vrij duur. De maximum afstand bedraagt 2 km., en door die eigenschap wordt deze kabel vaak gebruikt als verbinding tussen meerdere gebouwen van een campus of een bedrijf.
Glasvezelkabel mag niet verward worden met ISDN (= Integrated Services Digital Network). ISDN werkt niet met glasvezel, maar het is een systeem dat via de klassieke telefoonlijn data kan versturen op een snellere manier dan via een gewone modem).
Bij
een draadloos netwerk komen geen kabels meer te pas. De bekendste en meest verspreide
toespassing is natuurlijk het draadloos netwerk dat GSM verkeer mogelijk maakt.
Er bestaan verschillende technologieën die het mogelijk maken om draadloos
te werken: via
infraroodsignalen, via
radio-signalen, via
satelliet, enz....
De meest gebruikte technologiëen zijn:
Wil je meer hierover weten, surf dan naar de volgende site: http://www.draadlozenetwerken.be. (ps: sommige stukken tekst in dit hoofdstuk zijn hierop gebaseerd).
Deze
site is opgemaakt door Nick Thienpont & Joeri Meeus, 2 afgestudeerde studenten
aan onze lerarenopleiding.