2.1 classificatie volgens hiërarchie
2.2 Classificatie volgens uitvoering
2.3 Classificatie volgens merk
De technische term voor een computer zoals we die nu kennen is micro data processor, kortweg PC. De PC stond bij zijn ontstaan begin jaren 80 onderaan de computer hiërarchie, maar dankzij zijn succes kan je stellen dat de PC gaandeweg bovenaan de hiërarchie is gaan staan. We onderscheiden de volgende categoriëen:
Mainframes zijn
de grootste computers die voor speciale projecten worden gebruikt en die miljoenen
dollars kosten: bv. Deep Blue van IBM, mainframes bij grote banken & multinationals,
enz...
Servers zijn grote en zeer krachtige computers, die typisch in een netwerk voorkomen. Een server is de centrale computer die het netwerk beheert.

foto van een 'batterij'
servers in een van onze campussen
Workstations (of werkstations) zijn toestellen die in een netwerk staan dat draait onder UNIX of Windows NT of Windows 2000. In zo’n netwerk kan je een gewone PC plaatsen, die dan een werkstation wordt genoemd, ofwel een terminal. Een terminal heeft geen eigen processor maar maakt gebruik van de processor van de server. Tegenwoordig worden ook oudere en weinig performante computers in een netwerk geplaatst als terminal, zodat ze dankzij de kracht van de server nog nuttige toepassingen kunnen draaien.
Thin clients zijn werkstations maar
dan wel in een ultra compact formaat, en bv. zonder diskette station, of CD,
.....
Dit soort toestellen wordt vaak gebruikt in onderwijssitutaties, en ook in het
bedrijfsleven, bv. in call centers en reservatie centra, waar honderden mensen
tegelijk op hetzelfde netwerk werken en dezelfde database moeten raadplegen
en/of bijwerken.

foto van een thin client van HP - COMPAQ, model T20, zijaanzicht
en de binnenkant.
Welke poorten kan je zoal onderscheiden
op de volgende foto?

fotot met de poorten (van boven naar beneden: power, 4 x
USB, scherm, muis & klavier, en netwerkingang),

foto van een TULIP computer.
.
Een ander onderscheid dat wordt gemaakt tussen computers is volgens de vormgeving van de systeemkast. Er bestaan verschillende uitvoeringen:
De
desktop, het woord zegt het al, is een platte kast die op een werkplek wordt
gezet en waarop het scherm kan staan. Dit
type werd in de jaren 90 het meest gebruikt.
De tower is een rechtopstaande kast die naast het bureau wordt gezet. Meestal is er, door de grootte, meer ruimte voor uitbreidingen op de basisconfiguratie zoals een ingebouwde ZIP-drive, of een CD-writer. Het meest verkochte model is nu de mini-tower, een compacte uitvoering van de tower met dezelfde mogelijkheden, maar qua formaat een stuk kleiner.
Er bestaan ook nog allerlei exotische vormen, zoals bv. de kasten van Asus of Epox (bv. cubus vorm). Deze kasten worden meestal samen met het moederbord verkocht, men spreekt daarom van barebone systemen.
foto van
een Tower van TULIP
De notebook of laptop is een nog kleinere versie van de mini-tower (en dus alweer lichter in gewicht) en zo groot als een vel briefpapier. Daardoor kan hij makkelijk in een draagtas worden meegenomen. In advertenties gebruikt men de termen notebook en laptop door elkaar.

Foto van een Toshiba laptop (type Satellite)
Notebooks werken zowel op stroom als op batterijen waardoor je op gelijk
welke plaats en op gelijk welk moment
met je toestel aan de slag kunt. Men spreekt in die context vaak over:
anytime anywhere learning (cfr. de verhuur van laptops op school).
Een zwak punt zijn de batterijen die het (nog) niet zo lang volhouden:
gemiddeld zo’n de 3 ŕ 5 uur. Omdat notebooks klein zijn, zijn ook het scherm
en het toetsenbord klein. Het kan
heel vermoeiend zijn om daar lang mee te werken en daarom kunnen zo goed als
alle notebooks worden aangesloten op een extern
scherm en toetsenbord. De kantoorvoorziening waarin een notebook geplaatst wordt om
als PC te kunnen fungeren, wordt een docking station of port replicator genoemd.
Hiermee wordt de notebook aangesloten op een scherm, een toetsenbord
of een netwerk.
Palmtops zijn het nieuwste antwoord op
de vraag van 'hoe krijg ik het nog kleiner'.
Ze passen in de palm van een hand en wegen nog maar zo'n 300 gram.
Andere benamingen zijn:
- Personal Digital Assistent (PDA)
- Pocket PC.
Een
tot voor kort succesvol toestel
was de PSION. Met de PSION 5 kon
je niet alleen agenda-beheer doen, maar ook de meeste MS-office toepassingen
draaien, en alle gegevens uitwisselen met je PC ,of met een andere psion via
een kabel of een infra-rood verbinding.
Het nadeel was het kleine klavier, en het besturingssysteem REVO dat afweek
van alle andere palmtops die Windows georiënteerd zijn.

foto van een Palmtop van COMPAQ
Op deze foto zie je een palmtop van het merk COMPAQ, die in een socket zit die hem linkt met een pc, en links zie je een zwarte pen die dient voor het aanstippen op het touch screen.
Dit type palmtop, dat ontwikkeld wordt
door onder andere PALM & COMPAQ is bijzonder populair aan het worden.
Deze toestellen zijn kleiner dan de PSION maar beschikken niet over een
klavier. Alle input moet gebeuren
via een touch-screen. Op kantoor kan je dit toestel ook linken met je PC en
alle info synchroniseren met Outlook (agenda, adressenbestand, ....). Er bestaan
tegenwoordig ook kleine externe opplooibare klavieren die je kan verbinden met
je PDA.
Enkele
bekende merken en modellen:
- Handspring Visor Deluxe
- Palm Zire & Tungsten
- Compaq IPAQ
- Toshiba Genio
Er zijn ook al modellen op de markt die een PDA combineren met een GSM, zodat de gebruiker niet meer 2 apparaten moet meesleuren, maar alles in één heeft (bv. Trium Mondo, Sagem, Visorphone). Deze toestellen gelijken sterk op de gewone PDA's, met uitzondering van de Nokia 9210 Communicator, waar ook een klavier ingebouwd is.
De tablet pc werd in 2003 op de markt gebracht. Je kan het vergelijken met een laptop, maar dan zodanig geconstrueerd dat je het scherm aan de buitenkant kan uitklappen, en er ten volle gebruik kan van maken door te werken met een touch screen & een bijhorende digitale pen.
Deze pc combineert eigenljk de voordelen van een PDA met die van een laptop.
foto van een tablet pc van COMPAQ met digitale pen

foto van tablet pc met gekanteld scherm & aangesloten toetsenbord.
foto van de zijkant van een tablet pc, met de klassieke poorten.
GPS staat voor Global Positiong System. Het is een apparaat waarmee je op elke willekeurige plaats op de wereld uw exacte locatie kan bepalen, op voorwaarde dat het apparaat met minstens 3 satellieten visueel contact heeft. Je kan ook software installeren op het apparaat met daarin de stratenatlas van een bepaald land. Op de foto zie je een stand-alone apparaat dat in dit geval wordt gebruikt op een zeilboot, maar beter bekend zijn de toestellen die ingebouwd kunnen worden in auto's. Als je over een PDA beschikt kan je die ook verbinden met een GPS, en dan fungeert het scherm van de PDA als interface.

foto van een GPS (merk = MAGELLAN)
Oorspronkelijk
was IBM de marktleider op gebied van de PC’ s , en werden alle andere merken
als kloon bestempeld, met uitzondering van Apple, omdat de computers van Apple
met een andere processor werkten (MOTOROLA) en draaiden op een ander besturingssysteem.
Gaandeweg
ontstond er een ander onderscheid: namelijk dat tussen de computers van een A-merk
en die van een B-merk:
·
Tot de computers
met een A-merk behoren de bekende
fabrikanten zoals: IBM, COMPAQ, DELL, PACKARD BELL, SIEMENS, HP, TULIP, ….
De prijzen van deze PC’s liggen ietwat hoger dan van de B-merken, maar
er bestaat meestal een uitgebreid support-netwerk zodat je als gebruiker kan
rekenen op een goede service-na-verkoop.
·
De B-merken of
witte merken (ook klonen genoemd) worden meestal ergens lokaal in winkels of
winkelketens gemaakt met componenten van diverse bekende merken.
Deze PC’s zijn vaak even krachtig als de A-labels maar alles hangt
natuurlijk af van de kwaliteit van de verschillende onderdelen en van de service
van de winkelier.