6 Communicatie tussen de componenten

6.1 Bussysteem

6.2 Uitbreidingskaarten

6.3 Poorten

Enerzijds zijn er de poorten en kabels die zoals je op de onderstaande foto ziet zichtbaar zijn aan de achterzijde van de pc:

foto van achterzijde van pc met alle courante kabels

Anderzijds  zijn er de verbindingen die in de computerkast zelf zitten, zoals het bussysteem en de uitbreidingskaarten.

foto van de binnenkant van een pc

Voor de bespreking van de verschillende communicatiesystemen zullen we starten bij het inwendige van een pc, nl. met het bussysteem, en daarna bespreken we de uitbreidingskaarten die op het moederbord bevestigd zijn.  
Op het einde van het hoofdstuk kijken we meer naar de zaken die zichtbaar zijn aan de buitenkant van de pc, nl. de poorten en de kabels.

Dus achtereenvolgens worden de volgende punten behandeld:

6.1  Bussysteem

De belangrijke delen van de PC (processor, intern geheugen, in- en uitvoer eenheid) zijn onderling verbonden met draden.   Die lopen als een soort telefoonnet door de hele computer.  In principe volstaat één draad om signalen door te sturen.  Om hierlangs 1 byte door te seinen moet je dan de 8 bits één na één versturen.  De uitwisseling van informatie gaat uiteraard sneller door deze 8 bits tegelijkertijd langs 8 verschillende draden te zenden.  Zo’n reeks parallelle draden noemt men een bus. De breedte van een bus bepaalt dus mee de snelheid waarmee gegevens uitgewisseld worden.

Om het met een vergelijking te stellen: op het moederbord vind je de processor, het brein van de computer, en de bussen vormen het zenuwstelsel met alle vertakkingen naar diverse componenten (wordt ook soms vergeleken met een autosnelweg).

De PC ontvangt en zendt dus zijn data van en naar bussen.  Zij kunnen worden opgesplitst in 2 soorten:

·        systeem bus: die de processor verbindt met het RAM geheugen

·        I/O bussen: die de processor connecteert met de andere componenten.

Deze 2 systemen worden hieronder besproken.  Maar daarnaast bestaat er ook een systeem voor de verbinding met de interne opslagmedia.  Dit wordt apart behandeld in paragraaf 6.1.3.

 6.1.1 Systeembus

De systeembus is dus (zie onderstaand schema) de centrale bus, omdat ze de CPU verbindt met het RAM geheugen.  Men noemt ze ook de Local bus of Front Size Bus (FSB). De INTEL Pentium IV ondersteunt een 400 MHz Front Size Bus. 

De verbinding tussen de  systeembus en de I/O bussen daarentegen noemt men de bridge. Deze bridge maakt deel uit van de chipset (zie vorig hoofdstuk).

Vanaf de Pentium was de snelheid van de systeembus 64 MHz, en de breedte was 64 bit.  In 1998 nam de snelheid van de systeembus toe tot 100 MHz.

Tussen de micro-processor en de rest van de computer bestaan er een aantal invoer- en uitvoerkanalen.  Deze kanalen worden bussen genoemd, de meest voorkomende zijn:

·        adresbus

·        databus (of gegevensbus)

·        control bus (besturingsbus)  

a) adresbus

De adresbus zorgt ervoor dat de van de microprocessor afkomstige data op bepaalde geheugenlocaties (geheugenadressen) van het interne geheugen terecht komen.   Hier is sprake van eenrichtingsverkeer.  De adresbus kan bv. 32 bits breed zijn.  

b) databus

Met behulp van de databus worden gegevens tussen geheugen, microprocessor en interfaces getransporteerd.  Hierbij wordt gebruik gemaakt van tweerichtingsverkeer. 

Er worden ook 2 soorten gegevens verstuurd: de eigenlijke gegevens én de programmaopdrachten.

Het aantal datalijnen in de databus is van groot belang voor de snelheid van het gegevenstransport.  Alle processoren van het type 80386 en 80486 beschikken over een 32-bit brede databus. Vanaf de Pentium werd dit zelfs een 64-bits brede databus.  

c) control bus

De systeemklok zorgt via de control bus voor de timing van de microprocessor.  Zoals reeds eerder gezien wacht de processor met de uitvoering van elke instructie  tot er één of meer kloksignalen verstreken zijn.

 

6.1.2  Input/output  bussen

De input/output bussen, kortweg I/O bussen verbinden alle input en output apparaten (bv. toetsenbord, harde schijf, scherm) met de processor en het RAM geheugen.

Er bestaan verschillende soorten I/O bussen:

 

a)  ISA bus

Sedert 1984 is ISA (Industry Standard Architecture) de standaard voor I/O bussen.  Het bestaat nog in alle huidige PC’s om de compatibiliteit met bestaande systemen te verzekeren (men spreekt van “backward compatibility).

de ISA is 16 bit breed (en vervangt de XT  bus van 8 bit),maar de snelheid is vrij laag.  De ISA  bus vind je terug op 2 plaatsen:

·        de interne ISA bus: wordt gebruikt voor simpele poorten zoals voor het toetsenbord, de diskettedrive, en de seriële en parallelle poorten.

·        als een externe uitbreidingsbus:  hierop kan je uitbreidingskaarten monteren ; momenteel wordt die nog gebruikt voor 16 bit SoundBlaster compatibele kaarten.

Het nadeel van de ISA bus is dat deze smal is  en zeer traag. Ze  heeft een smalle bandbreedte en kan daardoor niet genoeg bits tegelijkertijd transfereren.  Eind jaren 80 werden daarom nieuwe bussen aangemaakt. 

IBM maakte de MCA bus en een serie concurrenten (met o.a. Compaq, HP, NEC, …) de EISA bus. MCA brak nooit door omdat IBM het patenteerde, maar EISA  kende iets meer succes.  EISA staat voor Enhanced ISA, en is 32 bit breed.   Het biedt naast enkele vernieuwingen ook de mogelijkheid om ISA kaarten erin te plaatsen.

Een andere  variant was de VLB, of Vesa Local Bus.  Dit systeem had enig succes in 1993 en 94 op de 80486 moederborden, maar daarna niet meer.

b) PCI bus

PCI is het snelheidsmonster van de jaren 90.   De afkorting staat voor Peripheral Component Interconnect. Ze wordt gemaakt door INTEL, en je vindt dit bussysteem terug op alle PC’s.

PCI is een 32 bit systeem, maar in de praktijk functioneert het zoals een 64 bit bus, en ze haalt een snelheid van 133 MB/s. Veel van de huidige uitbreidingskaarten zijn van het type PCI (zie ook de aanduidingen op de foto van het moederbord in hoofdstuk 4.  Bij de ISA kaarten moest men via jumpers bepaalde instellingen aanpassen, maar bij de PCI kaarten gebeurt de configuratie automatisch. Dit principe is beter bekend als plug and play (PnP).

Net zoals bij de ISA heb je op de moderne moederborden 2 soorten PCI systemen:

·        Interne PCI bus:

·        PCI expansie  bus:  meestal heb je 3 of 4 sloten (witte kleur) die vrij zijn op het moederbord om uitbreidingskaarten te bevestigen.    

foto met onderaan 3 witte PCI sloten, en daarboven een bruin AGP slot.

 

c) AGP bus

AGP staat voor Accelerated Graphics Port. Oorspronkelijk werd de PCI bus gebruikt om data van en aar de grafische kaart te brengen, maar door de evolutie in grafische kaarten (bv. 3D kaarten) volstond de PCI bus niet meer, zodat de AGP bus als alternatief werd gebruikt. De huidige standaard is AGP 8X, en haalt een snelheid van 2 133 MB/s (wat dus niet te vergelijken valt met de 133 MB/S van de klassieke PCI bus).

d) USB

USB  of Universal Serial Bus is de standaard interface voor randapparaten als toetsenbord, muis, priner, scanner, enz…  Door het gebruik van één soort stekker wordt het aansluiten van nieuwe  apparatuur vereenvoudigd.  Bovendien kunnen verbindingen doorgelust worden.  De muis kan  bijvoorbeeld aan het toetsenbord gekoppeld worden.

Er bestaan 2 types USB:

 

e) Fire Wire Bus

De FireWire Bus, of i.Link, of IEEE1394 is een hoge snelheidsverbinding (400 Mbps) om perifere apparaten zoals digitale camera's te verbinden met de PC.  Met dit systeem kan je het apparaat direct inpluggen op de PC zonder te moeten heropstarten.  Sommige modellen van Apple computers beschikken standaard over zo'n bussysteem.
De FireWire technologie dient niet alleen voor multimedia toepassingen, ze kan ook gebruikt worden voor communicatie met printers, en zelfs met harde schijven.  FireWire is vergelijkbaar met USB, met dat verschil dat gegevensoverdracht  veel sneller is dan de klassieke USB 1.1, vandaar dat USB 2.0 op de markt werd gebracht als antwoord op de veel snelleren FireWire poorten.
Als tegenreactie kondigt Fire Wire nu de IEEE 1394b aan, met een snelheid van 800 Mbps.

 

6.1.3 Verbinding met interne opslagmedia

Naast de 3 besproken I/O bussen (ISA, PCI en USB) zijn er ook andere interfaces op het moederbord voorzien om de connectie te leggen met de diverse ingebouwde opslagmedia zoals harde schijf, cd-rom enz…  Hier onderscheiden we 2 soorten:

·        de ATA interface, beter bekend als IDE

·        de SCSI interface.

 a) ATA interface

ATA staat voor Attachment Interface, beter bekend als IDE of Integrated Drive Electronics.  Deze interface is vrij eenvoudig omdat alle elektronica componenten op de harde schijf zelf zitten.  De harddisk wordt met een 40-polige data kabel (of IDE kabel) aangesloten op het moederbord.  De termen ATA & IDE worden als synoniemen van elkaar gebruikt, maar eigenlijk is er wel een onderscheid tussen de twee:

Als we deze 2 standaarden naast elkaar leggen, zien we dat IDE het fysieke gedeelte van de communicatie beschrijft en ATA het technische aspect.

 

foto van een IDE-kabel: deze kabel is meestal grijs, soms ook blauw.

De IDE kabel verbindt het moederbord met  een diskette station, een harde schijf, een cd-rom, een CD-writer of een DVD.

Op deze foto zie je hoe een IDE kabel de harde schijf (die omgekeerd hangt in de kast) verbindt met het moederbord.  Er is ook een tweede IDE kabel zichtbaar, en deze komt van de CD-ROM.

 

De nieuwe standaard voor harde schijven is EIDE, of Enhanced IDE, met de volgende vernieuwingen:

·        de harde schijf kan nu meer dan 528 MB groot zijn, zo kan het gemakkelijk 8.5 GB of meer zijn.

·        de interface voor de harde schijf is van de ISA bus verplaatst naar de veel snellere PCI bus.

·        op het moederbord heb je 2 EIDE kanalen, waarop 4 drives  kunnen geconnecteerd worden.  Elk kanaal kan verbonden worden met een master en een slave unit.

 

Deze EIDE interface is niet alleen bedoeld voor harde schijven, je kan er ook CD-ROM, CD-RW en DVD drives op aanschakelen. 
Als je een nieuwe drive installeert zal die in principe door de BIOS (zie verder) op het moederbord automatisch herkend worden.  
Als dit niet werkt moet je zelf enkele aanpassingen doorvoeren in het  CMOS opstartprogramma (zie verder).

Op deze foto zie je zo'n kabel die aangesloten is op een harde schijf:

.  

 b) SCSI interface

SCSI is de afkorting van Small Computer Systems Interface, en wordt als “skoezi” uitgesproken.  Deze interface is méér dan alleen maar een verbinding tussen het moederbord en de harde schijf.  Er kunnen ook andere randapparaten op aangesloten worden.  Er hangt een stevig prijskaartje aan deze interfaces en je kunt er enkel speciale SCSI randapparaten op aansluiten.  Het laat zich raden dat een SCSI harde schijf ook heel wat meer kost dan een gewone harde schijf.  Daarom wordt dit systeem enkel gebruikt bij grotere computers en servers, die uiterst snel moeten werken.  

 

c) Recente evoluties

De huidige techniek valt onder de naam "parallel ATA-standaard" (omdat de data parallel, dus naast elkaar verstuurd worden), en momenteel is Ultra ATA/133 gangbaar. Toch zal dit over enkele jaren niet meer voldoen qua snelheid en de 'bottleneck' in het systeem worden.
De huidige techniek laat geen grotere snelheden meer toe aan de bekabeling en manier van data-overdracht, waardoor een nieuw en sneller type onvermijdelijk is.

Hieronder bespreken we enkele nieuwigheden:

 

d) Samenvattend schema

Hieronder volgt nog een samenvattend schema van de I/O bussen:

terug

 

6.2 Uitbreidingskaarten

Om het moederbord nuttig te kunnen gebruiken moet het aangesloten kunnen worden op andere apparaten, zoals bv. een toetsenbord, muis, of beeldscherm. Daartoe wordt het moederbord uitgerust met interfaces.

Er bestaan 2 mogelijkheden:

·        de fabrikant brengt interfaces aan op het moederbord zelf (bv. aansluiting voor floppy disk, harde schijf, ...)

·        of er worden slots of insteekgleuven voorzien op het moederbord (bv. ISA of PCI) waarin dan uitbreidingskaarten geplaatst kunnen worden (zie figuur). Dit komt overeen met de daarnet besproken I/O bussen.

 Hieronder worden enkele kaarten besproken

 6.2.1 Videokaart

Sinds de invoering van de XT zijn er verschillende videokaarten geproduceerd: Hercules/MGA,  CGA, EGA, VGA en super VGA (zie hoofdstuk 10). Op een moderne grafische kaart zit een eigen processor, de GPU genoemd (Grafhical Processing Unit).

De bekendste fabricanten van grafische kaarten zijn ATI en NVIDIA

 

Op deze foto zie je een voorbeeld van een grafische kaart van het type ISA. Je herkent op de foto ook een chip met de letters S3, wat overeenkomt met een bekend type driver voor beeldschermen.  

6.2.2 Geluidskaart

Tegenwoordig  worden geluidskaarten standaard op het moederbord aangebracht zodat er geen aparte interface meer nodig is.  De reden hiervoor ligt voor de hand: bijna alle PC’s die nu verkocht worden zijn multimedia PC’s die standaard van alle geluidsfaciliteiten voorzien zijn.  

 

 

 

 

Op de foto zie je een geluidskaart van het merk Soundblaster.

De eerste generatie geluidskaarten waren 8-bit , onder andere omdat ze in  8-bit ISA slots zaten.  Het geluid van deze kaarten was van lage kwaliteit.  De opvolgers, de 16-bit geluidskaarten, allen volgens de Sound Blaster standaard, gaven een veel betere kwaliteit die ongeveer overeenstemt met CD-kwaliteit.  De nieuwste geluidskaarten zijn niet meer ontworpen voor 16-bit ISA sloten, maar voor PCI sloten.   

Op deze foto zie je een geluidskaart met verschillende connecties:
- line in
- line out
- audio out
Soms is er ook een connectie : microphone in.
Op de geluidskaart is altijd een klein kabeltje voorzien dat verbonden kan worden met de CD speler die in de pc ingebouwd zit.
Op sommige geluidskaarten (oudere modellen) is ook een poort voorzien voor een joy-stick.  Op de foto is dat rechts op de kaart te zien (blauwe connector).

6.2.3 Fax-modem kaart

Meer en meer wordt een modem ingebouwd in de computer i.p.v. een externe modem aan te sluiten.  Het voordeel van een externe modem is wel dat je aan de LED's ziet of er communicatie is, en je kan de modem manueel afzetten.   

Op de foto zie je een modemkaart, en je kan tevens de connectors herkennen voor de telefoonlijn (de zogenaamde RJ-11 connector).

 

6.2.4 Netwerkkaart

Op de foto kan je herkennen dat het om een netwerkkaart gaat door de 2 soorten connectoren, enerzijds de connectie voor een coax kabel (linkse kabell), en anderzijds voor een UTP kabel (rechts kabel). In hoofdstuk 11 dat handelt over netwerken lees je meer hierover.

 


foto van een netwerkkaart met coax en UTP aansluiting

 

 6.2.5 MPEG 2 kaart

MPEG 2 kaarten zijn insteekkaarten die nodig zijn voor het afspelen van video met MPEG compressie. 

 6.2.6 3D kaarten

3D kaarten zijn speciaal ontworpen om zware 3D toepassingen, zoals de vele populaire 3D spelletjes uit te voeren.  Hiervoor zijn zware berekeningen nodig  waar de gewone processors niet echt geschikt voor zijn.  De allernieuwste processoren zoals de AMD K6 2 met 3D-Now! technologie hebben wel ingebouwde 3D code.

De populairste 3D kaarten zijn de Voodoo kaarten.                                                    

6.2.7 Video – capture kaarten

Met deze kaarten  kan  video opgenomen worden op de computer.  Dit kan rechtstreeks van TV, video of analoge videocamera.  De kaart zorgt voor het omzetten van het analoge beeld naar een digitaal beeld.  Hiermee kan je ook video’s monteren.

 

terug

6.3 Poorten

Een poort is de verbinding met de buitenwereld.  Via een poort kan de computer gegevens uitwisselen met andere apparaten, zoals een andere computer of de printer.  De poorten zijn aan de buitenkant van de computer te herkennen aan de pinnetjes en de gaatjes.  Poorten met pinnetjes heten ook wel mannetjes, die met gaatjes heten vrouwtjes.  De meeste kabels kan je vastschroeven aan de computer.  Als je vaak kabels verwisselt, is het soms handiger om ze maar los te laten.  

Hieronder zie je verschillende poorten op de achterkant van een pc:
stroomkabel poorten die hieronder worden besproken netwerkkaart

foto van achterkant pc (plaats de muis op een onderdeel en de benaming zal verschijnen)

De verschillende soorten poorten worden hieronder besproken:

6.3.1 parallelle poort

Hier worden acht bits naast elkaar tegelijk verstuurd.  Deze poort wordt meestal gebruikt voor een printer en een scanner.  Programma's die een printer gebruiken, verwijzen hiernaar als LPT1 of LPT2.  Je kan via deze poort ook gegevens naar externe randapparaten (CD-ROM, Zip drive, scanner, …) en zelfs naar een andere computer sturen over een parallelle kabel.  Zoals je merkt op de afbeelding is de connector van de parallelle poort ‘vrouwelijk’, dit in tegenstelling tot de seriële poort.

 

 

          

 

parallelle kabel                    parallelle poort  

De parallelle kabel of printerkabel bevat  een twintigtal draden, waarvan er 8 dienen voor  het doorsturen van data (er kunnen derhalve 8 bits of 1 Byte tegelijkertijd doorgestuurd worden).  De andere draden dienen voor controlesignalen.  

foto van een printerkabel.

6.3.2 seriële poort

Deze wordt ook wel de COM-poort genoemd.  De gegevens worden hier bit voor bit doorgestuurd.  Een modem of de muis zijn op de computer aangesloten via een seriële poort. Deze poort wordt soms ook naar haar code genoemd:  RS-232C.

De meeste PC's worden standaard geleverd met één parallelle poort en twee seriële poorten.

 

   

 

seriële kabel        seriële poort

De seriële kabel bevat 9 draden, slechts 2 draden dienen voor de uitwisseling van gegevens (één voor het zenden, en één voor het ontvangen).  De data worden dus bit per bit verstuurd.

parallelle poort voor printer of scanner seriële poort (groen) voor muis, joy-stick, ... poort voor de verbinding met het scherm (blauw)

Op deze foto zie je poorten in verschillende kleuren, achtereenvolgens zijn dat: (plaats de muis op een onderdeel en de benaming zal verschijnen)
- bovenaan een roze paralelle poort (of LPT1 of printerpoort).
- daaronder een groene seriële poort
- en daarnaast een blauwe poort voor de schermkabel.

6.3.3 PS/2 poort

Dit is een poort die werd ontworpen door IBM en die specifiek dient voor de aanlsuiting van het toetsenbord en de muis.  Je kan ze herkennen aan de ronde vorm.  Bij klonen wordt de muis vaak aangesloten op een gewone seriële poort.

2 USB poorten PS/2 poort voor toetsenbord en muis

foto met links twee PS/2 poorten, en rechts 2 USB poorten. (plaats de muis op een onderdeel en de benaming zal verschijnen)

 

6.3.4 USB-poort

USB staat voor Universal Serial Bus, en dit kwam reeds aan bod   Het is een zeer populaire techniek om je PC uit te breiden met (maximaal 127) randapparaten.  De aansluiting bestaat uit een plat stekkertje en (aan de PC-zijde) één of meer kleine, rechthoekige poorten.  Verstuurt 12 mbps.  Sinds eind 1997 worden vrijwel alle PC’s standaard met USB-voorzieningen uitgerust.

   

foto van een USB kabel en een USB poort.

6.3.5 Samenvattend


Tot slot een foto met de verschillende besproken poorten:

PS/2 poort voor de muis PS/2 poort voor het toetsenbord poort voor schermkabel parallelle poort extra seriële poort (is uitzonderlijk) seriële poort 2 USB poorten (zwart) ingangen voor audio toepassingen

(plaats de muis op een onderdeel en de benaming zal verschijnen)

Vraag: probeer zelf de poorten te benoemen, en beweeg met de muis boven de foto voor meer uitleg:

Antwoord voor diegenen die de cursus op papier doornemen:

- linksbovenaan in het paars: PS/2 poort voor de muis
- linksbovenaan in het groen: PS/2 poort voor het toetsenbord
- daaronder 2 zwarte USB poorten
- daaronder een groene seriële poort
- daaronder een blauwe poort voor de schermkabel
- daarnaast een roze paralelle poort voor de printer of de scanner
- daaronder een oranje seriële poort
- en links onderaan 3  ingangen voor geluidsapparatuur (microfoon, hoofdtelefoon, en boxen).

terug