7 Intern geheugen

7.1 Systeemgeheugen

7.2 Werkgeheugen

Op het moederbord zitten een aantal chips die een specifieke geheugenfunctie hebben: systeemgeheugen en werkgeheugen.  Daarnaast zijn er ook specifieke geheugens, zoals vb. het cache geheugen.  Dit werd behandeld bij het hoofdstuk van de processor, omdat het cache geheugen hiermee rechtstreeks verband houdt.

 

7.1 Systeemgeheugen

Het systeemgeheugen, ook wel het ROM (Read Only Memory) genoemd, wordt door de computer gebruikt om alle systeemsoftware in op te slaan. 

Systeemsoftware  bevat instructies om de PC op te starten, en om de functie van verschillende componenten te coördineren.

Als de spanning wegvalt behoudt het ROM geheugen zijn informatie, dit in tegenstelling tot het RAM geheugen (dankzij een klein  batterijtje).  De gegevens kunnen in principe ook niet gewist worden.

foto van een ROM chip

PROM’s of programmable ROM worden in de fabriek geprogrammeerd, daarna kan er niets meer gewijzigd worden.  EPROM’s of Erasable PROM’s  kunnen evenwel meerdere malen geprogrammeerd worden. De belangrijkste producenten van ROM chips zijn PHOENIX, AMI (American Megatrends) & AWARD.

 Er zijn verschillende programma’s aanwezig in het ROM om de PC op te starten (ze worden trouwens in het RAM gelezen zodat de PC ermee kan werken):

·        POST

·        Setup instructies & CMOS instructies

·        BIOS instructies

·        Boot instructies

 

 

7.1.1 POST test

De Power On Self Test (POST) omvat een reeks instructies die worden uitgevoerd  bij het opstarten of als de reset-schakelaar wordt ingeduwd (=koude start).  Bij een warme start, m.b.v. [ctrl-alt-del] zal er geen POST-test plaatsvinden.

Zo wordt nagegaan of alle componenten werkzaam zijn.  Ook het RAM geheugen wordt getest (let op de cijfers die verschijnen links bovenaan in het scherm tijdens de opstart). Met de ESC-toets kan je deze controle echter overslaan.

Als het toetsenbord of de monitor bijvoorbeeld niet is aangeschakeld kan je een beep signaal horen, en wat later zal een foutmelding op het scherm verschijnen.

De POST leest ook de setup data uit de CMOS.

 

7.1.2 CMOS chip

CMOS staat voor Complementary Metal Oxide Semiconductor.  

CMOS is in feite een RAM chip waarop de data bewaard blijven middels een klein batterijtje.  Het is een zeer klein geheugen van ongeveer 100 of 200 bytes, en het heeft betrekking op o.a. de harde schijven, het toetsenbord, de CPU, de waarden voor de chipset, de datum en de tijd, enz….

 

Enkele voorbeelden van het nut van de CMOS:

·        De POST zal bij het opstarten niet voldoende informatie kunnen achterhalen over bijvoorbeeld de harde schijf. Die informatie zal hij dan halen uit de CMOS.

·        De POST kan weliswaar het RAM tellen, maar het weet niet om welk soort RAM het gaat (FPM, EDO, ….), dit kan hij wel terugvinden in de CMOS.

 

De meeste gegevens worden door de fabrikant in het CMOS geprogrammeerd, maar als je de configuratie van de PC wijzigt (vb. nieuwe harde schijf) moet je die wijzigingen kunnen aanpassen.  De standaard (default) instellingen kunnen gewijzigd worden in het SETUP programma.

 

7.1.3 Setup programma

Via het Setup programma kan je communiceren met de BIOS programma’s en het CMOS geheugen.  Je kan dit programma typisch oproepen door op [delete] te duwen (bij een AWARD BIOS) of op [F1] (bij een AMI BIOS) tijdens de opstart van de PC.  Je komt terecht in  een programma met diverse  menu’s (met blauwe schermkleur), maar deze worden hier niet verder  besproken (zie uitdieping in 2LS).  Het  is raadzaam om  zelf geen wijzigingen aan te brengen in dit Setup programma, laat dit over aan specialisten ter zake.

 

Enkele voorbeelden van zaken die je kan aanpassen:

·        datum en tijd

·        bootvolgorde: vb. éérst via cd-rom, dan c- schijf, en als laatste de A-schijf (default staat de A-schijf natuurlijk als eerste optie).

·        de kenmerken van een extra harde schijf.

·        power management:de computer schakelt langzamerhand functies uit als hij gedurende een tijd niet gebruikt wordt (je kan vb. de harde schijf laten slapen na 10 minuten inactiviteit, enz…).

·        je kan de setup beveiligen middels een paswoord (dit is aan te raden als je later PC’s configureert in een school); mocht je dit vergeten dan is er nog wel een noodoplossing….

 7.1.4 BIOS programma’s

BIOS is een afkorting van Basic Input Output System, en het omvat een serie programma’s die gerelateerd zijn aan specifieke hardware systemen.  Meestal is dit 1MB groot, en het wordt bewaard op speciale ROM chips (zie afbeelding).

 

 In essentie regelt het BIOS 3 zaken:

·        de controle op aanwezigheid en werking van de systeemonderdelen, het gebruikt hiervoor het POST-programma dat op de BIOS-chip aanwezig is.

·        het instellen van randapparaten op hun startwaarden (=initialisatie)

·        het controleert op welke schijf het startprogramma voor het besturingssysteem staat (=boot record). Dit boot record zorgt ervoor dat het besturingssysteem in het intern geheugen geladen wordt, vanaf dan stopt de werking van het BIOS.

 Met de komst van de Pentium chip is het BIOS veranderd.  Tegenwoordig zie je steeds meer moederborden met een flash-BIOS. Het kan met speciale software vernieuwd worden (deze kan je vinden op de websites van de producenten van de chips).  Deze nieuwere chips zijn tevens geschikt voor Plug and Play. Tijdens het initialisatieproces kunnen zij van randapparatuur signalen interpreteren en hun instellingen daarop aanpassen.  

terug

 7.2 Werkgeheugen

 7.2.1 Functie

Het werkgeheugen, ook wel het RAM (Random Access Memory) genoemd, wordt door de computer gebruikt voor de aanvoer, tijdelijke opslag en afvoer van data.

Initieel worden de data meestal  op de harde schijf bewaard, maar de CPU kan er enkel mee werken als ze in het werkgeheugen geladen worden. Concreet betekent dit dat terwijl deze cursustekst werd ingetikt zowel het programma Word als de ingetikte tekst  in het werkgeheugen opgeslaan is.  Als de stroom uitvalt zal de tekst die nog niet tussentijds bewaard werd onherroepelijk verloren gaan.  Het tekstverwerkingsprogramma Word staat op de harde schijf en kan dus onmiddellijk weer opgestart worden.

Omwille van deze eigenschap wordt het RAM geheugen ook het vluchtig geheugen genoemd.
Hoe meer RAM geheugen in je computer zit, hoe minder de pc data van de harde schijf moet lezen; wat merkelijk trager verloopt dan data lezen uit het RAM geheugen.
Ter info: de toegangstijd tot data in het RAM geheugen wordt uitgedrukt in nanoseconden (bv. 60 nanoseconden is courant), terwijl die van harde schijven in milliseconden uitgedrukt wordt.

 

foto van een RAM module

Het aantal bytes intern geheugen bepaalt voor een deel de snelheid van de computer; hoe meer geheugen, hoe groter de programmastukken die geladen kunnen worden.  De snelheid wordt ook beïnvloed door de snelheid waarmee de computer het RAM kan benaderen en wordt uitgedrukt in nanoseconde (ns).  Hoe minder nanoseconden er nodig zijn, hoe minder tijd er verloren gaat om dat geheugen te benaderen, dus hoe sneller de computer.  Naarmate de kloksnelheid van de processor toeneemt zal in principe het aantal nanoseconden afnemen (bv. bij 33 MHz is dat 30 ns, terwijl bij 133 MHz het slechts 6 ns is). 

Om RAM geheugen toe te voegen aan het moederbord moet het op een socket geplaatst worden.  Vooraleer je extra RAM geheugen toevoegt aan je PC moet je eerst specifiek weten welk type en welke grootte vereist is op je moederbord.

7.2.2 Evolutie

In de jaren 80 waren PC’s uitgerust met hoeveelheden RAM als 64 KB (denk bijvoorbeeld aan de Commodore 64), 256 KB, 512 KB en uiteindelijk 1 MB. Toen Windows op de markt kwam in de jaren 90 startte de RAM-race.  Door de nieuwe software vereisten had de PC steeds meer RAM geheugen nodig: al snel werd 4 MB de standaard.  Een sterke daling van de RAM prijzen werkte een verdere evolutie nog meer in de hand.  Vandaag zou het onverstandig zijn om een PC te kopen met minder dan 256 MB RAM.  Veel PC’s hebben trouwens al veel meer, en 518 MB RAM is geen overbodige luxe als je werkt met state-of-the-art software zoals Office XP, dreamwaver, Photo Shop 7, Illustrator, enz….  

foto van een RAM module

7.2.3 RAM types

We kunnen 2 soorten RAM onderscheiden: dynamisch en statisch  RAM. 

a) DRAM

Het traditioneel geheugen is het DRAM, of dynamisch RAM.  Dit geheugen moet om de zoveel  milliseconden  heropgefrist worden (refresh), omdat de condensatoren in de chip zichzelf ontladen.

DRAM is goedkoper dan SRAM, maar ook minder snel. 

Er worden voortdurend nieuwe types op de markt gebracht, zodat er reeds meerdere soorten DRAM te onderscheiden zijn:

 

 b) SRAM

SRAM betekent statisch RAM geheugen.  In tegenstelling tot DRAM  werkt het niet met condensatoren, maar met transistoren (aan/uit schakelaars), en daardoor blijft het zijn inhoud bewaren (zonder gerefresht te worden).  Dit geheugen is ook veel sneller dan het DRAM, en wordt daarom ook gebruikt in L1 en L2cache geheugen (vb. in pipe line Burst Cache, zoals reeds eerder gezien).

 7.2.4 RAM modules

Op moderne moederborden zit het  RAM geheugen op modules die plaatsen in een socket op het moederbord (zie afbeelding).

 

foto van een RAM module op een bank

We onderscheiden 2 soorten modules: SIMM’s en DIMM’s.

a) SIMM’s

SIMM staat voor Single Inline Memory Module.  Het zijn smalle modules met 1, 2 of 4 MB RAM.  Ze werden via een 30-pin connector op het moederbord bevestigd, en ze waren 8bits breed.  Dit impliceerde dus dat 16 bit processoren (zoals 286 en 386) 2 SIMM’s nodig hadden.  Deze modules moesten dus per 2, of paarsgewijs gemonteerd worden, en twee modules noemde men een bank.

32 bit processoren (486) hebben dus 4 banken nodig, waardoor je dus 4 x 1MB, of 4x2 MB of 4x4 MB in elke bank kon monteren.

Een kleine historiek:

processor snelheid MHz aantal pins
486 33 - 66 MHz 30 pins
Pentium 60-233 MHz 78 pins (per 2)
P2 233-400 MHz 168 pins
P3 450-1300 MHz 168 pins
P4 1500- 3 GHz afhankelijk v/d chipset

 

 

Sommige SIMM’s hebben meer chips op de module dan andere.  Bij de 32 bit modules heb je modellen met 2, 4 of 8 chips op elke kant.  SIMM’s met 2MB, 8MB of 32 MB zijn dubbelzijdig. 

Op een pentium moederbord met een 64 bit systeembus, worden de SIMM’s paarsgewijs geplaatst. Op een  moederbord met slechts 2 banken heeft met in totaal 4 sockets zijn de mogelijkheden om het RAM geheugen uit te breiden beperkt.  Dit wordt geïllustreerd in de volgende tabel:

 

Bank 1 

Bank 2 

Totaal RAM 

16 MB + 16 MB 

32 MB 

16 MB + 16 MB 

32 MB + 32 MB 

96 MB 

32 MB + 32 MB

32 Mb + 32 MB

128 MB 

 b) DIMM’s

De recentste RAM geheugens van het type SDRAM worden gemaakt in 64 bit modules, die men DIMM’s noemt, of Dual Inline Memory Module.  Ze passen enkel op de recentste moederborden, want ze hebben een 168 pin connector. Aangezien ze 64 bit breed zijn hoef je ze niet meer paarsgewijs te plaatsen, zodat je er achteraf één per één kan aan toevoegen.  Meestal heb je   nu 3 DIMM sockets op een moederbord, doch op sommige vind je de beide systemen (SIMM en DIMM) gecombineerd.  De bedoeling is dat je EDO RAM in de SIMM sockets kan plaatsen of SDRAM in de DIMM sockets.  Ze zijn echter niet ontworpen om verschillende RAM types tegelijkertijd te gebruiken.

Op de afbeelding zie je een 64 MB DIMM-module met 32 chips van elk 16Mbit (32 x 16 Mbit/8bit = 64 MB).

 

 

terug