|
home contact project   kapel kruisweg orgel   voorgebouw kleine kapel ontvangst- ruimte salon |
kapelOntwerp en bouw van de kapelDe kapel is ontworpen in 1896 in de toen populaire neogotische stijl. Het gebouw zelf was aanvankelijk breder bedoeld. Men plande ook om er een indrukwekkende toren naast te bouwen. Uiteindelijk werd de toren herleid tot een naaldvormig torentje boven op het dak. Binnenin ziet de kapel eruit zoals de meeste kapellen uit die tijd. Er is een hoofdaltaar en twee zijaltaren. In het koor zien we aan beide zijden het koorgestoelte, een communiebank, vier biechtstoelen en een preekstoel. Dat alles was er nog rond 1960. Alleen de twee meubels in neogotische stijl van waarop de surveillanten toezicht konden houden waren toen reeds verdwenen. Gedurende jaren werd de kapel dagelijks gebruikt. Rond de jaren '50 werd het oksaal aanzienlijk vergroot (ongeveer verdubbeld in oppervlakte) om de capaciteit van de kapel te vergroten. Misschien is dit te verklaren doordat naast de normaalschool ook een college werd uitgebouwd (in 1950 zijn de eerste leerlingen aan het college afgestudeerd). De eerste renovatieOp het einde van de jaren zestig was het gebouw aan renovatie toe: het dak en de dakgoten waren lek en het binnenkomend vocht had de muurbeschilderingen (vooral aan de rechterkant vooraan) bijna onherstelbaar beschadigd. Omwille van de vele ongemakken wilde men de kapel niet meer gebruiken. Eind de jaren '60 bleef de kapel vaak weken ongebruikt: geen mens kwam er nog binnen. Er circuleerden zelfs plannen om de kapel af te breken. In andere colleges werd wel een inspanning gedaan om het bestaand patrimonium te renoveren. In navolging daarvan besliste de toenmalige directie om ook met renovatiewerken te starten. Door de priestergroep (die toen nog vrij talrijk was) werden Georges Missiaen en Jozef Bekaert aangesproken voor de herinrichting van de kapel. De directie had ondertussen al de meest noodzakelijke onderhoudswerken laten uitvoeren. De renovatie werd in verschillende fasen uitgevoerd. In een 1ste fase werd de kapel grondig schoon gemaakt. Bijna al het neogotisch meubilair werd verwijderd. Met het koorgestoelte werd een kleine gebedsruimte ingericht in het voormalige hoofdkoor. In een 2de fase werd gewerkt aan de herinrichting. De hele kapel werd in beige-zandkleur geschilderd. Op de vloer werd een donkerbruin tapijt gelegd. Voor de leerlingen werd een 200-tal oranje stoelen aangekocht. Het werd een klassieke (toch voor de jaren '60) bleekbeige, donkerbruine en oranje kapel. 'Mobiliteit' was bij de renovatie de onderliggende idee. Het podium van het altaar en lessenaar bestonden uit losse blokken en konden dus elders gelegd worden. Er was wel een standaardopstelling: een podium van één trede tegen de linkerzijmuur, met de leerlingen in een halve cirkel er rond. Op die manier probeerde men de vieringen intiemer en gezelliger te maken. De kapel was echter gebouwd om die op een andere manier te gebruiken. Geleidelijk werd de standaardopstelling steeds meer verlaten (2de helft '80). De tijd was rijp voor een tweede renovatie.
De tweede renovatieMeerdere motieven hebben geleid tot het uitvoeren van de tweede renovatie in de jaren '90: verandering in mentaliteit, het verval van de schilderijen, problemen met de belichting en de vernieuwde belangstelling voor de neogotische stijl, die tot in de jaren zeventig verfoeid werd. De pioniers van deze renovatie waren Georges Missiaen en Raphael Tanghe, respectievelijk verantwoordelijk voor de organisatie in de ruimte en het ontwerpen van het meubilair en het totale kleurenproject. De kapel kreeg ook dan 'zijn' roze kleur. Dit was een veel voorkomende tint in de neogotiek. Het werd vooral als achtergrond van sjablonen in stierenbloed (donkerrood) gebruikt. De zuiltjes en kapitelen van de kapel werden met bijhorende kleuren (vooral grijs) en bladgouden bandjes geaccentueerd. Daardoor kwamen de brandglasramen nog meer tot hun recht. Het nieuwe meubilair (altaar, lezenaar, paaskandelaaren credenstafels) werd ontworpen in functie van de nog beschikbare neogotische materialen. Zowel het grote altaar in de kleine ruimte als het bijaltaar dat in de inkom staat, zijn afkomstig van de kapel van de oefenschool. In de grote wandkasten van de tweede sacristie staan nog mooie zetels en stoeltjes die gebruikt werden voor priesters en misdienaars, kandelaars in koper en ander klein materiaal. De kruisweg van Armand Demeulemeester die in 1996 onze kapel verrijkte, geeft het geheel een eigentijds accent.
![]()
BalansDe eerste renovatie trok ondubbelzinnig de liturgische kaart maar door gebrek aan middelen bleef de esthetiek beperkt tot een schoonmaakbeurt. De tweede renovatie daarentegen was ambitieuzer. Er werd een evenwicht bereikt tussen liturgie en esthetiek. |