|
home contact project   kapel kruisweg orgel   voorgebouw kleine kapel ontvangst- ruimte salon |
orgelDe werkingHet orgel is één van de oudste instrumenten dat tegenwoordig nog wordt bespeeld. Een orgel bestaat uit pijpen, hefbomen of toetsen en een luchtaanvoer. Het instrument vindt zijn oorsprong in de eenvoudige panfluit. De ontwikkeling van het moderne orgel duurde zo'n 2000 jaar en omvat het invoeren van toetsen, het toevoegen van registers om verschillende klankkleuren mogelijk te maken en de mechanisatie van de werking. De drie secties van het orgel worden bediend door een speler aan de manualen. Het manuaal bedient het hoofdwerk of grote orgel en het zwelmanuaal het zwelwerk. Het pedaal is voor de pedaaltoren. Een elektrische generator zorgt voor wind in de balg door middel van een ventilator. Met registerknoppen die verbonden zijn met schuiven in het grote en het zwelorgel, selecteert de speler een reeks pijpen. Als een toets of een pedaal wordt ingedrukt, gaat de lucht uit het reservoir naar de windkast, en vervolgens door open gaten bij in de gewenste pijpen (open, gedekt of tongpijp). Het zwelpedaal opent of sluit de luiken in de zwelkast, hetgeen geleidelijke veranderingen in het geluidsvolume teweegbrengt. Door middel van een ingewikkeld koppelingsmechanisme kunnen alle secties van het orgel tegelijk worden gespeeld. De bouwer en z'n verledenJules Anneessens is de bouwer van het orgel in de kapel. Hij leefde van 1876 tot 1956. In 1830 werd het bedrijf van de familie Anneessens opgericht. Ze bouwden en restaureerden orgels. Het bedrijf is vandaag nog steeds in Menen gevestigd, maar heet tegenwoordig "Andriessen Orgelbouw Anneessens bvba". Enkele andere voorbeelden van orgels van hun hand zijn: het orgel in de Sint-Michielskerk in Roeselare en het orgel van de O.L.V. Sint-Pieterskerk in Gent. |