Aanpak    

Tips bij opdracht 1

Stap 1:

Surf naar de website van 'De Ronde van Vlaanderen'. Klik in het menu op 'hellingen'.
Je vindt op deze website van al de hellingen die beklommen worden volgende gegevens:
- een grafiek waarop je de stijging kan 'zien';
- een aantal cijfergegevens;
- andere gegevens die belangrijk zijn voor de renners b.v. de straatbedekking,....
Kies één van de hellingen uit.

In de tabel vind je vier gegevens die belangrijk zijn voor de opdracht:

- het hoogteverschil. Dat cijfer  het verschil in m aan tussen de hoogte van de voet en de hoogte van de top van de helling.
Met hoogte bedoelen we hier 'hoogte t.o.v. van de zeespiegel'. Als de voet op een hoogte ligt van 30 m en de top op een hoogte van 50 m dan zeggen we dat het hoogteverschil 20 m bedraagt.
- de lengte van de helling Dat is de afstand die je kan meten van de voet naar de top van de helling.
- het gemiddelde stijgingspercentage.  De verhoudingtussen het  hoogteverschil en de lengte van een helling, kun je schrijven als een breuk.
b.v. een helling heeft een lengte van 200 m. Het hoogteverschil tussen voet en top bedraagt 20m.
Breuk: 20/200
Die breuk kun je omrekenen in % -> 20/200 = 10%
We zeggen dan dat die helling een gemiddeld stijgingspercentage heeft van 10%
- het maximum stijgingspercentage

Als je de grafieken van de helling bekijkt, dan zie je dat die niet overal even steil zijn.
Een helling kan b.v. erg steil zijn in het begin, en daarna een stuk 'platter'.
Die steile stukken zijn natuurlijk erg belangrijk voor de wielrenner.
Daarom geeft men ook aan het stijgingspercentage van het steilste stuk.
Je merkt dat het zelfs tot 20% kan gaan (muur, Paterberg).

Vergelijk nu de hellingen. Zoek de langste, deze met het hoogste stijgingspercentage.

 Tot slot : vergeet niet enkele grafieken en foto's te kopiëren voor je werkstuk!

Stap 2: 

Probeer nu ook eens informatie te vinden over de hellingen die moeten worden beklommen in de Tour de France.
Wat zijn de grote verschilpunten met de hellingen in Vlaanderen?

Tips bij opdracht 2

Kies de helling die je gaat opmeten zorgvuldig. Zoek een rustig gelegen helling waar je niet gestoord wordt.
Je moet van de helling twee zaken opmeten:
- de lengte (moeilijk is dat niet, zorg voor passend meetgerei)
- het hoogteverschil. 
Dat is een beetje lastiger. Hoe meet je nu hoe hoog een plaats boven de zeespiegel ligt?
Maar misschien heb je dat niet echt nodig. Het gaat immers om het hoogteverschil.
Als je even nadenkt, dan slaag je er wel in om dat hoogteverschil te meten.

Misschien kun je eerst eens een kijkje nemen hoe landmeters te werk gaan (zie bronnen)

Bereken dan het gemiddelde hellingspercentage.
Als de helling steile en minder steile stukken vertoont, kun je ook nog het maximum stijgingspercentage zoeken.

Tips bij opdracht 3

Het werkstuk gaat over sport (wielrennen) maar ook over percenten. Het is de bedoeling dat je via het werkstuk aan je klasmakkers duidelijk maakt hoe het nu zit met die hellingspercentages en dat illustreert met een aantal sprekende foto's.
Je kunt b.v. zo te werk gaan.

a. Verzamel het fotomatieriaal (grafieken van hellingen, foto's van renners...) die je wil in je werkstuk opnemen. Sla de foto's vooraf op in een map of  kopieer en plak ze in een leeg WORD-document of een lege PP-presentatie.
b. Orden dan het verzamelde materiaal. Welke foto komt eerst. Welke tekst komt erbij? Indien je het werkstuk voorstelt: wat zal je dan bij die foto precies vertellen?
c. Zorg dan voor een passende titel. Het mag gerust een beetje uitdagend of leuk zijn. Zorg ook voor een passend slot.
d. Overloop dan het hele werkstuk. Let op de goede layout: sluiten tekst en beeld goed bij elkaar aan? Indien je werkt met PP: zijn de animaties (effecten) gepast? Is het geheel niet te druk?
e. Test het even uit onder elkaar. Zorg voor een duidelijke taakverdeling: wie doet wat en wanneer?

Stuur je werkstuk door naar ewoc@ewoc.be  Wij willen ook eens meegenieten...

Veel succes.