| 1. Eerst tracht je te begrijpen wat men bedoelt met stijgingspercentage en onderzoek je hoe men het stijgingspercentage van een helling meet/berekent. Je probeert ook het verschil te achterhalen tussen 'maximum' en 'gemiddelde stijgingspercentage. Tenslotte bekijk je 'hellingsgrafieken' en tracht je te begrijpen hoe je die moet tekenen. |
| 2. Daarna ga je zelf aan de slag. Je zoekt in de school of in de nabije omgeving een steile helling. Dat kan een oprit zijn naar een garage maar ook een steile wei of een hellend vlak in de school of misschien wel de glijbaan op de speelplaats. Je gaat met je team die helling 'in kaart brengen'. Dat betekent dat je er een hellingsgrafiek tekent, uiteraard met de juiste 'percentages' erbij. |
| 3. Als laatste stap maak je een werkstuk waarbij je met enkele foto's
(die je zoekt op het internet) illustreert hoe hellingen sportwedstrijden
kunnen beïnvloeden. Je kunt je beperken tot wielrennen en b.v. een
vergelijking maken tussen de hellingen die renners moeten beklimmen in de
Ronde van Vlaanderen en de bergen die ze moeten overwinnen in de Tour de
France. Maar je kunt ook iets presenteren over ander sporten waar
hellingen een rol spelen: bergbeklimmen, skiën. Het werkstuk kun je maken met Word of met Power Point. Zorg in ieder geval dat er naast leuke foto's ook enkele sprekende grafieken in verwerkt zijn. |